12: el clase de 4 de marzo 2025

el clase de 4 de marzo 2025
1 / 21
suivant
Slide 1: Diapositive

Cette leçon contient 21 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 3 vidéos.

Éléments de cette leçon

el clase de 4 de marzo 2025

Slide 1 - Diapositive

Slide 2 - Vidéo

12: el clase de 4 de marzo 2025

Slide 3 - Diapositive

Buenos días

Slide 4 - Diapositive

Repetir
woordenschat via Quizlet

Slide 5 - Diapositive

Repetir hay, ser estar

Slide 6 - Diapositive

hay, ser en estar
HAY betekent: er is, er zijn
SER en ESTAR betekenen: zijn
Hoe weet je nu wat je moet gebruiken?

Slide 7 - Diapositive




yo (ik)
tú (jij)
él, ella, usted (hij, zij, u)

nosotros, nosotras (wij)
vosotros, vosotras (jullie)
ellos, ellas,ustedes (zij)
SER (zijn)
persoonsvormen

soy (ik ben)
eres (jij bent)
es (hij, zij is/ u bent)(ev)

somos (wij zijn)
sois (jullie zijn)
son ( zij zijn, u bent) (mv)
vervoeging

Slide 8 - Diapositive

Het onregelmatige werkwoord estar (=zijn)


yo
él/ella/usted
nosotros/as
vosotros/as
ellos/ellas/ustedes
onregelmatige werkwoorden wijken af van de regels. 

estoy
estás
está
estamos
estáis
están

Slide 9 - Diapositive

SER
  • naam: Soy José.
  • Afkomst: Somos de Holanda.
  • nationaliteit: Es español.
  • beroep: Mi padre es profesor.
ESTAR
  • Om aan te geven waar iets zich bevindt. In het Nederlands: het ligt/het staat...
  1. Los libros están en la mesa.
  2. Madrid está en España.

Slide 10 - Diapositive

Verschil Hay, ser en estar

Slide 11 - Diapositive

1. Mañana …………. una fiesta en la casa de Juan.
A
es
B
hay
C
está

Slide 12 - Quiz

2. El coche de Diego ……………… blanco.
A
es
B
hay
C
está

Slide 13 - Quiz

3. En el vestíbulo …………….. dos sillas.
A
es
B
hay
C
está

Slide 14 - Quiz

Comunicación
pág. 66 y 67
ej. 1+2+3+4

18 enero 'oortjes' mee!

Slide 15 - Diapositive

Pretérito perfecto
'hebben+voltooid deelwoord'
pág. 65
na de uitleg: ej. 4 en pág. 65 y ej. 8 en pág. 67

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Vidéo

Slide 18 - Vidéo

pág. 73
ej. cinco (escuchar)
hace ej. 6

Slide 19 - Diapositive

Planning
el 20 de enero: onder andere:
woordenschat toetsen
lees/luister en schrijfvaardigheid toetsen
Belangrijkste werkwoorden etc nogmaals doornemen
el 27 de enero: volledig oefenexamen lezen/luisteren/schrijven
Bespreken van dit oefenexamen 
Mondelinge examens: je voorbereiding is af, 3 de febrero is het examen
Laatste vragen stellen, woordenschat, keuzedeel gezamenlijk afsluiten

Slide 20 - Diapositive

11.15 uur
Oefenexamen/-toets lezen/luisteren
Gebruik woordenboeken 

Slide 21 - Diapositive