4.9 spelling VDBN en TDBN

Oefenen werkwoordspelling
SO staat gepland op maandag 7 april

Oefen deze en volgende week met:
  • Quizalize
  • CambiumNed
1 / 36
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

Cette leçon contient 36 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Oefenen werkwoordspelling
SO staat gepland op maandag 7 april

Oefen deze en volgende week met:
  • Quizalize
  • CambiumNed

Slide 1 - Diapositive

   Talent 4.9 spelling - les 1
Leerdoelen van deze week:


Je kunt het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord juist spellen (les 1)

Je kunt het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord juist spellen (les 2)

Slide 2 - Diapositive

Wat is het verschil?
vergrote - vergrootte
bestede - besteedde

Slide 3 - Question ouverte

Voorbeeldzinnen met uitleg
  • We kunnen de vergrote foto in de winkel afhalen.
  • De fotograaf vergrootte onze foto van de bruiloft.
  • Het bestede bedrag kun je declareren.
  • De docent besteedde veel aandacht aan de werkwoordspelling.
  • Het verbrede pad zag er goed uit.
  • Gisteren verbreedde de tuinman het pad. 

Slide 4 - Diapositive

Slide 5 - Diapositive

Slide 6 - Diapositive

Slide 7 - Diapositive

Slide 8 - Diapositive

Voltooid deelwoord bijvoeglijk gebruiken?


Schrijf het zo kort mogelijk!
"Vergrote" is korter dan "vergrootte"

Slide 9 - Diapositive

Een voltooid deelwoord kun je ook bijvoeglijk gebruiken. Maak een voorbeeldzin!

Slide 10 - Question ouverte

Waarom schrijf je de gebraden kippen?
A
Omdat het zn meervoud is.
B
Omdat het voor de uitspraak nodig is.
C
Omdat het VD ook eindigt op -en

Slide 11 - Quiz

Noteer het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

het (bederven) vlees

Slide 12 - Question ouverte

Noteer het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
Verwoesten: de ........ stad

Slide 13 - Question ouverte



De soep is gekruid.
De _____ soep.
Noteer het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

Slide 14 - Question ouverte



De kerktoren is verlicht.
De _____ kerktoren.
Noteer het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

Slide 15 - Question ouverte



De kleding is zelf ontworpen.
De zelf _____ kleding.
Noteer het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

Slide 16 - Question ouverte



De vogel is opgezet.
De _____ vogel.
Noteer het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

Slide 17 - Question ouverte

Noteer het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

het (stranden) schip

Slide 18 - Question ouverte

Noteer het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

Schrikken: een ........ voorbijganger
Schrikken: de ........ mensen

Slide 19 - Question ouverte

Oefenen met de lesstof
Hoofdstuk 4.9:
Maak opdracht 1 t/m 4

Klaar? 
Oefen met Quizalize of Cambiumned!
Wachtwoord Quizalize: cwk95922

Slide 20 - Diapositive

   Talent 4.9 spelling - les 2
Leerdoelen van deze week:

Je kunt het voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord juist spellen;

Je kunt het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord juist spellen.

Slide 21 - Diapositive

Slide 22 - Diapositive

Schrijf een voorbeeldzin met het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.

Slide 23 - Question ouverte

Noteer het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
vragen: een ... meisje

Slide 24 - Question ouverte

Noteer het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
gillen: de ... keukenmeid

Slide 25 - Question ouverte

Noteer het tegenwoordig deelwoord als bijvoeglijk naamwoord.
spieken: het ... kindje

Slide 26 - Question ouverte

Slide 27 - Diapositive

Slide 28 - Diapositive

Slide 29 - Diapositive

Waar komt de apostrof?
A
s'Woensdags
B
's Woensdags
C
M&Ms'
D
A'4tje

Slide 30 - Quiz

Waar is de apostrof onjuist geplaatst?
A
Levi's spijkerbroek
B
Felix's studie
C
Otto's huis
D
mijn vaders auto

Slide 31 - Quiz

Hoe schrijf je onderstaand woord?

BNer
A
BNer
B
BN-er
C
BNër
D
BN'er

Slide 32 - Quiz

Trema of niet?
A
gekopïeerd
B
gekopieerd

Slide 33 - Quiz

drieendertig
A
trema
B
apostrof
C
liggend streepje
D
niets

Slide 34 - Quiz

Trema?
Welke vorm is onjuist?
A
gevarieerd
B
geïllustreerd
C
gekopieerd
D
gefinanciërd

Slide 35 - Quiz

Oefenen met de lesstof
Hoofdstuk 4.9:
Maak opdracht 5/6 en 10

Klaar? 
Oefen met Quizalize of Cambiumned!
Wachtwoord Quizalize: cwk95922

Slide 36 - Diapositive