BSR 29/2 2TN spelling voltooid deelwoord

Open je boek alvast op blz 238-239.
Log alvast in op LessonUp
(de code staat  linksonder in beeld).

 Herhaling leerjaar 1 kgt
 Voltooid deelwoord
Voordat we beginnen:
WELKOM 2TN
CURSUS 7
SPELLING
timer
2:00
1 / 40
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

Cette leçon contient 40 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 1 vidéo.

time-iconLa durée de la leçon est: 45 min

Éléments de cette leçon

Open je boek alvast op blz 238-239.
Log alvast in op LessonUp
(de code staat  linksonder in beeld).

 Herhaling leerjaar 1 kgt
 Voltooid deelwoord
Voordat we beginnen:
WELKOM 2TN
CURSUS 7
SPELLING
timer
2:00

Slide 1 - Diapositive

1. Verder met Cursus 7: Spelling.
2. Herhaling paragraaf 9 en 10.
3. Klassikale uitleg cursus 7
paragraaf 11.
4.  Opdrachten paragraaf 11.
5. Terugblikken en afronden.

Wat gaan we vandaag doen?

Slide 2 - Diapositive

  • Je weet hoe je Engelse werkwoorden correct spelt.
  • Je kunt voltooid deelwoorden spellen, ook als ze bijvoeglijk gebruikt worden.
Lesdoelen

Slide 3 - Diapositive

Slide 4 - Diapositive

Het maken van aantekeningen kan helpen om de uitleg beter te onthouden. 
Aantekeningen
bij spelling

Slide 5 - Diapositive

Sterke werkwoorden
Zwakke
werkwoorden
Sterke werkwoorden zijn sterk genoeg om in de verleden tijd van vorm te veranderen.
lopen - liepen
zoeken - zochten
gaan - gingen
Zwakke werkwoorden zijn niet sterk genoeg om in de verleden tijd van vorm te veranderen.
hopen - hoopten
maken - maakten
bestellen - bestelden


Slide 6 - Diapositive

Op welke drie zaken let je als je een werkwoord moet spellen?

Slide 7 - Question ouverte

In welke tijd staat de zin?
1) Kijk naar de tijd waarin de zin staat. Dit kun je zien aan woorden als vroeger, morgen, vorig jaar etc. 
Bepaal of je met de tegenwoordige tijd (t.t.) of verleden tijd (v.t.) te maken hebt.

Slide 8 - Diapositive

Is het werkwoord een persoonsvorm, voltooid deelwoord of het hele werkwoord?
2) De volgende stap is het vinden van
de persoonsvorm. Dat doe je door de tijd van de zin aan te passen. Het werkwoord dat dan verandert, is de persoonsvorm. Je kunt ook de vraagproef gebruiken, maar deze is minder betrouwbaar.

Slide 9 - Diapositive

Wie voert het werkwoord uit?
3) Na het bepalen van de tijd en de werkwoordsvorm zoek je het onderwerp. Het onderwerp vind je door antwoord te geven op de vraag 'Wie of wat + persoonsvorm?'  Zo weet je of je de ik-vorm, hij/zij-vorm of wij-vorm moet gebruiken.

Slide 10 - Diapositive

De leerling […] (typen) straks zijn hele verslag.
A
typt
B
typd
C
typte
D
typde

Slide 11 - Quiz

Vroeger [...] (struikelen) Babette over haar woorden als ze moest presenteren.
A
struikelt
B
struikeld
C
struikelte
D
struikelde

Slide 12 - Quiz

Deze week [...] (regelen) mijn oma het avondeten.
A
regelt
B
regeld
C
regelte
D
regelde

Slide 13 - Quiz

Tegenwoordig ... (spammen) Boaz mij met schattige foto's van zijn katten.
A
spamd
B
spamt
C
spamde
D
spamte

Slide 14 - Quiz

§11: Het voltooid deelwoord (blz. 238-239).

Slide 15 - Diapositive

VD van sterke werkwoorden
Het voltooid deelwoord van vrijwel alle sterke werkwoorden eindigt op -en of -n:
                 Ik heb heerlijk geslapen.
                 Wij hebben gisteren pasta gegeten.
                 Hij heeft het niet gedaan!
Bij het voltooid deelwoord van zwakke werkwoorden schrijf je wat je hoort. Hij heeft zijn band geplakt.

Slide 16 - Diapositive

Dus:
Sterke werkwoord
voltooid deelwoord eindigt op -(e)n:
smelten - smolten: Het ijs is gesmolten.

Zwakke werkwoord
voltooid deelwoord eindigt op -t of -d :
maken - maakten: Zij hebben wat moois gemaakt.

Slide 17 - Diapositive

Je kunt niet altijd horen of een voltooid deelwoord op een -t of een -d eindigt. Weet je niet of een voltooid deelwoord op een –t of –d eindigt? Gebruik dan:
  • De verlengproef (langer maken).
  • Of ’t ex kofschip.

Slide 18 - Diapositive

Slide 19 - Vidéo

Kenmerken voltooid deelwoord
  • Een voltooid deelwoord begint bijna vaak met
      ge–, be-, ver-, ont-.
  •  Een voltooid deelwoord eindigt op –en, –t of –d.
  •  Bij een voltooid deelwoord hoort altijd een hulpwerkwoord.
        De meest voorkomende hulpwerkwoorden zijn : zijn,
        hebben  en worden.
  •  het VD staat meestal achteraan in de zin.

Slide 20 - Diapositive

VD als bijvoeglijk naamwoord
  • Een voltooid deelwoord kan ook gebruikt worden als een bijvoeglijk naamwoord. Je  schrijft het dan  zo kort en zo eenvoudig mogelijk!

De trui is gebreid - de gebreide trui.
Het werkstuk is geprint - het geprinte werkstuk.
De toets is gemaakt - de gemaakte toets.

Slide 21 - Diapositive

Noteer de werkwoorden:
1. Wat ben je veranderd!
2. Je hebt het zelf uitgekozen.
3. Je wordt gehersenspoeld.
4. Wie heeft dit bedacht?
5. Zij had een koekje gepakt.
6. Hij is jarig geweest.
7. Ik word naar school gebracht.
timer
2:00

Slide 22 - Diapositive

Noteer het voltooid deelwoord:
Het vliegtuig is nog niet ... (landen)

Slide 23 - Question ouverte

Noteer het voltooid deelwoord:
Ik heb het hem gisteren ... (vertellen)

Slide 24 - Question ouverte

Vul het voltooid deelwoord in.
Gisteren hebben wij de hele avond ...(dansen)

Slide 25 - Question ouverte

Vul het voltooid deelwoord in.
Ik heb heel hard ....(rennen)

Slide 26 - Question ouverte

Vul het voltooid deelwoord in.
Gisteren ben ik om vier uur naar huis ... (gaan).

Slide 27 - Question ouverte

Vul het voltooid deelwoord in.
Ik heb wel 10 minuten ... (fietsen)

Slide 28 - Question ouverte

Noteer het voltooid deelwoord:
De appel wordt in stukjes ... (snijden)

Slide 29 - Question ouverte

Noteer het voltooid deelwoord:
Heeft je zus haar tas al ... (pakken)?

Slide 30 - Question ouverte

Noteer het voltooid deelwoord:
Ik ben gister naar school ... (lopen)

Slide 31 - Question ouverte

voltooid deelwoord
van raadplegen

Slide 32 - Question ouverte

Kies de juiste spelling van het voltooid deelwoord van:

ontdooien
A
ontdooid
B
ontdooit
C
geontdooid
D
geontdooit

Slide 33 - Quiz

Wat?
Trainingsopdracht 1 en 2 (online methode) en
Cursus 7 Spelling §11: Voltooid deelwoord.
Opdracht 1 t/m 3 (blz. 238-239).
Hoe?
Noteer alle antwoorden in je schrift.
Hulp
De theorie in deze LessonUp en de theorie in je boek.
Tijd
Tien minuten.
Waarom?
Om te oefenen met leestekens.
Klaar?
Lees alvast de theorie van §12 of maak een samenvatting van de groene blokjes theorie.
Oefenen (huiswerk voor de volgende les)
timer
10:00

Slide 34 - Diapositive

  • Je weet hoe je Engelse werkwoorden correct spelt.
  • Je kunt voltooid deelwoorden spellen, ook als ze bijvoeglijk gebruikt worden.
Lesdoelen

Slide 35 - Diapositive

Slide 36 - Diapositive

Noem twee zaken waaraan je een voltooid deelwoord kunt herkennen.

Slide 37 - Question ouverte

Op welke twee manieren kun je het voltooid deelwoord spellen?

Slide 38 - Question ouverte

De presentator ... (hebben) in een half uur al veel informatie ... (vertellen).

Slide 39 - Question ouverte

Neem deel onze LessonUp klas
Wat kun je hier vinden?
  • LessonUps
  • Video's
  • Handige websites 

Klassencodes:
2kb: JNDPO

Slide 40 - Diapositive