Thema 8 Samenleven Blok 1 Frankrijk

Thema 8: Samenleven
 Blok 1 Les 1: Frankrijk
1 / 52
suivant
Slide 1: Diapositive
Mens en maatschappijMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 2

Cette leçon contient 52 diapositives, avec quiz interactifs, diapositives de texte et 8 vidéos.

Éléments de cette leçon

Thema 8: Samenleven
 Blok 1 Les 1: Frankrijk

Slide 1 - Diapositive

Agenda invullen
Lezen: Blz 12 t/m blz 27
  • Maken Opdrachten 1 t/m 6 & 9 t/m 23
  • Verdiepingsopdrachten: 8 en 10.
Leren: Kennen en kunnen + begrippen

Slide 2 - Diapositive

1. Wat gaan we doen deze les?  
  1. Blok 1 Wat weet je al?
  2. Uitleg: Alle macht aan de koning + nieuwe ideeën
  3. Filmpje
  4. Teksten lezen met de klas
  5. Zelfstandig werken
  6. Samen werken

Slide 3 - Diapositive

Kennen en kunnen Blok 1
  • Je kan uitleggen wat absolutisme is.
  • Je kan een beschrijving geven van de standenmaatschappij is en de rechten en plichten van de drie standen beschrijven
  • Je kan een beschrijving geven hoe het denken over vrijheid veranderde in de 18e eeuw.

Slide 4 - Diapositive

Ancien Régime

Ancien Régime is de periode vóór de Franse revolutie


In Frankrijk had koning Louis XIII alle macht. De Franse  samenleving was verdeeld in standen

Slide 5 - Diapositive



L'État, c'est Moi


  • De wil van de koning was wet. Dit noem je absolutisme
  • Lodewijk XIV was een Franse koning met absolute macht (1638-1715).
  • Deze macht is  hem door god gegeven: droit divin of devine right  (= goddelijk recht)
  • Zo hoefde dus niemand aan wil en wijsheid van de koning te twijfelen...

Slide 6 - Diapositive

Lodewijk XIV
 
Lodewijk  streefde naar  centralisatie =>  hij wilde het land besturen  vanuit één punt. Hij duldde van niemand tegen- of inspraak. 

Hij vertrouwde de edelen niet en die 'verzamelde' hij in het Paleis van Versailles....

Slide 7 - Diapositive

Het paleis van Versailles
Lodewijk XIV woonde met duizenden edelen en bedienden in Versailles. De koning hield de edelen dichtbij en vermaakte ze goed zodat ze niet in opstand zouden komen. 

Slide 8 - Diapositive

Slide 9 - Vidéo

De standenmaatschappij
  • Sinds de middeleeuwen was de Franse samenleving verdeeld in drie  standen: 'bidders, strijders en werkers'
  • Geestelijken, edelen en boeren
  • Over deze verdeling werd niet getwijfeld: God had dit zo bepaald.

Slide 10 - Diapositive

De Eerste stand
De geestelijkheid => de mensen van de kerk. 
Taak:  zorgen dat God tevreden is. 

Zij hadden voorrechten of privileges :
  • De kerk was grootgrondbezitter, bezat veel land. 
  • De geestelijken  mocht het Franse volk belasting laten betalen en hoefde zelf geen belasting te betalen.

  

Slide 11 - Diapositive

De Tweede Stand

Taken => Beschermen, besturen en  recht spreken  van de Eerste en Derde stand

Privileges: 
  • De adel bezat een groot gedeelte van Frankrijk
  • Zij mochten recht spreken,  besturen en belasting heffen.
  • Ze hoefden zelf geen belasting te betalen



Slide 12 - Diapositive

De 
Derde stand
De boeren en de burgers
Taak: Bidden &  werken

  • Arme boeren en werklieden.
  • Rijke burgerij (de bourgeoisie)  Dit waren handelaren, bankiers, advocaten etc.  => Mensen die veel belasting betaalden maar NIETS te zeggen hadden
 



Slide 13 - Diapositive

Samen lezen
We lezen klassikaal:
Alle macht aan de koning (blz. 12) +
Nieuwe ideeën (blz. 15)

Slide 14 - Diapositive

Aan de slag! 
Lezen: Blz 12 t/m blz 27
Maken 1 t/m 6 + 9, t/m 23
Leren: Kennen en kunnen + begrippen
timer
15:00

Slide 15 - Diapositive

2. Wat gaan we doen deze les?  
  1. Uitleg + tekst lezen 
  2. Zelfstandig (fluisterend) werken 
  3. Histoclip Franse Revolutie  
  4. Quiz

Slide 16 - Diapositive

Kennen en kunnen Blok 1

  • Je kan een beschrijving geven hoe het denken over vrijheid veranderde in de 18e eeuw.
  • Je kan drie gevolgen van de Franse Revolutie noemen
  • Je kan uitleggen wat mensenrechten zijn en daar ook voorbeelden van noemen
  • Je kan drie vernieuwingen noemen die Napoleon heeft ingevoerd.
  • Je kan twee overeenkomsten en twee verschillen noemen tussen Lodewijk XIV en Napoleon

Slide 17 - Diapositive

Nieuwe ideeën  
De Verlichting is een verandering in het denken over wetenschap en politiek. 

Belangrijke nieuwe gedachtes waren:
  • de kracht van het verstand (de rede)  
  • de mens is van nature gelijk en vrij 
Bedenk samen: 
Waarom botst "de kracht van de rede' met de rol van de kerk?
Waarom botst het idee dat mensen gelijk zijn met de standenmaatschappij?  
 

Slide 18 - Diapositive

Trias Politica
Verlichte denkers hadden kritiek op het absolutisme.
Volgens verlichte denkers was het niet goed dat één persoon alle macht had.

De Franse denker Montesquieu bedacht daarom de trias politica, de leer van de drie staatsmachten:
  • wetgevende macht door het volk => parlement
  • uitvoerende macht  => regering
  • rechterlijke macht=> onafhankelijke rechters

Slide 19 - Diapositive

Trias Politica
    Parlement

    ministers
    rechters

    Slide 20 - Diapositive

    Weg met de koning!
    • Terwijl Frankrijk bijna failliet was , wilde Lodewijk XVI toch weer de belasting verhogen.  Hiervoor had hij toestemming van de drie standen nodig.
    • Voorwaarde van de (rijke)burgers -> ze eisten meer inspraak.
    • Koning ging niet akkoord. Burgers waren boos en verlieten de vergadering.  

    Juli 1789: Parijzenaren hebben honger!  --> Rellenen en chaos breken uit!
    Woedende burgers bestormen op 14 juli 1789 de Koninklijke gevangenis de Bastille. De revolutie is begonnen..

    Leidde de Franse Revolutie tot meer vrijheid

    Slide 21 - Diapositive

    Slide 22 - Vidéo

    Samen lezen 
    We lezen Revolutie! (blz 18)

    Slide 23 - Diapositive

    Slide 24 - Vidéo

    Slide 25 - Vidéo

    Slide 26 - Vidéo

    Gevolgen Franse Revolutie - korte termijn
    In de chaos en rellen nemen de burgers de regering over en voeren veranderingen op het gebied van mensenrechten:
    • De standenmaatschappij wordt afgeschaft 
    • Er wordt een grondwet gemaakt. 
    • Er komt democratie

    Er breekt een gewelddadige periode aan in Frankrijk => 
    De Terreur

    Slide 27 - Diapositive

    Revolutie in Nederland
     In 1795 valt Frankrijk Nederland binnen. Ook hier is een roep om revolutie...


    Wat gebeurde er Nederland:
    • Regering werd verjaagd 
    • Er kwam een grondwet 
    • Afschaffing standen 

    Slide 28 - Diapositive

    Mensenrechten nu
    Mensenrechten = rechten die ieder mens zou moeten hebben.

    Belangrijkste mensenrechten:
    • recht op vrijheid 
    • recht op veiligheid 
    • recht op bezit 
    • recht op eigen godsdienst 
    • recht op eigen mening 
    • recht op onderwijs  



    1948 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens

    Slide 29 - Diapositive

    Napoleon Bonaparte
    • In 1799 pleegt Napoleon een staatsgreep.
    • Hij was afkomstig uit de derde stand (zijn vader was advocaat)
    • Hij ging op zijn 15e naar een militaire academie
    • Napoleon wil een groot Frankrijk en startte diverse oorlogen .  

    Slide 30 - Diapositive

    Napoleon kroont zichzelf keizer (1804)

    1799: Napoleon aan de macht in Frankrijk => Hij veroverde een groot deel van Europa.  
    In 1804 kroont hij zichzelf tot keizer

    Napoleon zorgde ervoor dat de landen binnen zijn rijk goed georganiseerd werden. --> wetboek: Code Napoleon

    • Na 15 jaar revolutie lijkt Frankrijk terug bij af: Er is weer één man de baas.

    In 1815 werd Napoleon verslagen => De Fransen trokken zich terug uit Nederland. 

    Slide 31 - Diapositive

    Slide 32 - Vidéo

    Aan de slag! 
    Lezen: Blz 12 t/m blz 27
    Maken 1 t/m 6 + 9, t/m 12 CD + 13 t/m 23
    Leren: Kennen en kunnen + begrippen

    We kijken straks de Histoclip de Franse Revolutie
    timer
    15:00

    Slide 33 - Diapositive

    Slide 34 - Vidéo

    Slide 35 - Lien

    Hoeveel denk je al te weten van de Franse Revolutie?
    A
    Echt bijna alles
    B
    Best wel wat
    C
    Best wel weinig
    D
    De Franse wat?!

    Slide 36 - Quiz

    De Franse Revolutie

    Slide 37 - Carte mentale

    Een paar hoofdrolspelers...
    Guillotine
    Lodewijk XIV
    Napoleon Bonaparte

    Slide 38 - Question de remorquage

    Het besturen van het land vanuit één punt.
    Welke vraag past bij dit antwoord?
    A
    Wat is absolutisme?
    B
    Wat is centralisatie?
    C
    Wie is Lodewijk XIV?
    D
    Wat is democratie

    Slide 39 - Quiz

    Lodewijk XIV is een absoluut vorst. Wat is een absoluut vorst?
    A
    Een koning met een centraal bestuur
    B
    Een vorst die alles zelf betaald.
    C
    Een vorst die door God op de troon is gezet en zijn macht met God deelt.
    D
    Een koning die alleen heerst. Die macht heeft hij van God gekregen.heeft.

    Slide 40 - Quiz

    Uit welke drie standen bestond de middeleeuwse standensamenleving?
    A
    Boeren, ridders en horigen
    B
    Geestelijken, boeren en ambachtslieden
    C
    Edelen, boeren en horigen
    D
    Boeren/burgers, geestelijken en edelen.

    Slide 41 - Quiz

    Sleep de kenmerken naar de juiste standen
    Eerste stand
    Tweede stand
    Derde stand
    De geestelijken
    De adel
    De boeren
    Moest vechten
    Moest werken
    Moest bidden

    Slide 42 - Question de remorquage

    Welke stand had als taak belasting betalen en werken
    A
    De eerste stand
    B
    De tweede stand
    C
    De derde stand
    D
    De eerste en tweede stand.

    Slide 43 - Quiz

    Besturen
    Recht spreken &
    Beschermen
    A
    Taken van de Eerste stand
    B
    Taken van de Tweede stand
    C
    Taken van de Derde stand
    D
    Leuk om te doen!

    Slide 44 - Quiz

    Verlichte denkers gingen uit van twee belangrijke ideeën.
    Welke ideeën zijn dit?
    A
    -Licht moet niet te fel zijn -Gebruik vooral spaarlampen
    B
    -Alle mensen hebben verstand -Iedereen is hetzelfde
    C
    -De koning is God -De boeren betalen belasting.
    D
    -Men gaat uit van de rede -Mensen zijn van nature vrij en gelijk

    Slide 45 - Quiz



    Welke begrip hoort bij deze afbeelding?
    A
    Democratie
    B
    Trias Politica
    C
    Montesquieu
    D
    Scheiding der machten

    Slide 46 - Quiz

    Wat is een monarchie?
    A
    Een monarchie is een land zonder koning
    B
    Een monarchie is een land met een koning of keizer.
    C
    Een monarchie is een land met een grondwet.
    D
    Een monarchie is een land met een erfelijk troonopvolger.

    Slide 47 - Quiz

    Wat is een constitutionele monarchie?
    A
    Een land zonder koning
    B
    Een democratie met een parlement
    C
    Een koninkrijk met een grondwet
    D
    Een koninkrijk zonder grondwet.

    Slide 48 - Quiz


    Noem een overeenkomst én 
    een verschil tussen Lodewijk XIV en Napoleon

    Slide 49 - Question ouverte

    Welke verandering vond niet plaats tijdens het bestuur van Napoleon?
    A
    Invoering dienstplicht
    B
    Opstellen van een burgerlijk wetboek en achternamen (code civil)
    C
    Invoering van metriek stelsel (meters, liters, kilo's)
    D
    rechts rijden op de weg

    Slide 50 - Quiz

    Slide 51 - Vidéo

    Slide 52 - Lien