H3 Spelling - koppelteken en weglatingsstreepje

1 / 28
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

Cette leçon contient 28 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

Éléments de cette leçon

Slide 1 - Diapositive

Stil lezen
timer
15:00

Slide 2 - Diapositive

Wat is de planning?
15 minuten lezen
Uitleg spelling 
Oefenen
Aan de slag

Slide 3 - Diapositive

Leerdoelen
- Ik weet wanneer ik een weglatingsstreepje moet gebruiken
- Ik weet wanneer ik een koppelteken moet gebruiken



Slide 4 - Diapositive

Wat valt je op aan volgende zinnen?
  • Dinsdagavond en woensdagavond ga ik sporten.
  • Fietsvakanties, werkvakanties en taalvakanties zijn best populair. 


Slide 5 - Diapositive

Weglatingsstreepje
  • Dinsdagavond en woensdagavond ga ik sporten.
  • Fietsvakanties, werkvakanties en taalvakanties zijn best populair. 

De onderstreepte woorden zijn samengestelde woorden. 
Soms kun je een deel vervangen door een weglatingsstreepje. 


Slide 6 - Diapositive

Dan krijg je:

  • Dinsdag- en woensdagavond ga ik sporten
  • Fiets-, werk- en taalvakanties zijn best populair


Let op: gebruik geen weglatingsstreepje als je een heel woord weglaat: blauwe sokken en rode sokken: blauwe en rode sokken. 

Slide 7 - Diapositive

Weglatingsstreepje oefenen

Slide 8 - Diapositive

Nog eens:
landbouw en tuinbouw

Slide 9 - Question ouverte

Noteer het weglatingsstreepje op de juiste plek:

wielerwedstrijden en hardloopwedstrijden

Slide 10 - Question ouverte

landsgrenzen en provinciegrenzen

Slide 11 - Question ouverte

Heeft iemand vragen over het weglatingsstreepje?



Dan gaan we door met het koppelteken

Slide 12 - Diapositive

Koppelteken

Wat valt je op?


radioomroep, autoongeluk

70jarige, %teken

NoordNederland

haatliefdeverhouding

Slide 13 - Diapositive

Koppelteken
Hoe moet het dan wel?

radio-omroep, auto-ongeluk
70-jarige, %-teken
Noord-Nederland
haat-liefde-verhouding




Slide 14 - Diapositive

Koppelteken
  • Samenkoppelingen: kant-en-klaarpakket, half-om-halfgehakt
  • Samenstellingen met samen uitspreekbare klinkers: auto-ongeluk, radio-uitzending
  • Bij letters, cijfers, andere tekens, afkortingen en St of Sint: A4-formaat
  • Bij aardrijkskundige namen of woorden die daarvan afgeleid zijn: Zuid-Spanje, Noord-Afrikaan
  • In woorden met de voorvoegsels: adjunct-, aspirant-, bijna-, ex-, interim-, kandidaat-, leerling-, niet-, non-, oud-

Slide 15 - Diapositive

Koppelteken
  • Als het tweede deel van de samenstelling een hoofdletter heeft: on-Hollands, pro-Amerikaans
  • In samenstellingen van twee gelijkwaardige woorden: zwart-wit, hotel-restaurant.

Slide 16 - Diapositive

Slide 17 - Lien

Koppelteken en weglatingsstreepje

Slide 18 - Diapositive

Waar is het koppelteken juist gebruikt?
A
minijurk
B
mini-jurk

Slide 19 - Quiz

Waar is het koppelteken juist gebruikt?
A
BMIwaarden
B
BMI-waarden

Slide 20 - Quiz

Waar is het koppelteken juist gebruikt?
A
14 jarigen
B
14-jarigen

Slide 21 - Quiz

Wat is juist?
A
ex-roker
B
ex roker
C
exroker
D
ëxroker

Slide 22 - Quiz

Wat is juist?
A
mee-ëten
B
mee-eten
C
meeëten
D
meëeten

Slide 23 - Quiz

Noteer alleen het woord waar het weglatingsteken in komt:

Op die manier kun je exact bepalen welke deelnemer met een wiellengte of neuslengte voorsprong heeft gewonnen.

Slide 24 - Question ouverte

Noteer alleen het woord waar het weglatingsteken in komt:

Moderne digitale opnametechnologie en afdruktechnologie maakt dat overbodig.

Slide 25 - Question ouverte

kantenklaarmaaltijd
A
kant en klaar maaltijd
B
kant en klaarmaaltijd
C
kant-en-klaar maaltijd
D
kant-en-klaarmaaltijd

Slide 26 - Quiz

Slide 27 - Diapositive

Nu
H3 Spelling - koppelteken en weglatingsstreepje

Startopdracht + 1 t/m 5 + 9
 Nieuw Nederlands


Slide 28 - Diapositive