Foutieve stijlfiguren en andere formuleringsfouten

Stijlfiguren en formuleren
In deze lessenreeks leer je hoe je veel voorkomende
stijlfiguren en formuleringsfouten kunt herkennen 
en verbeteren.

Hiermee voorkom je verwarring of erger.

Kijk naar het bord hiernaast. Deze foto is 
genomen bij de Albert Heijn in Lochem.
1 / 23
suivant
Slide 1: Diapositive
NederlandsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 40 min

Éléments de cette leçon

Stijlfiguren en formuleren
In deze lessenreeks leer je hoe je veel voorkomende
stijlfiguren en formuleringsfouten kunt herkennen 
en verbeteren.

Hiermee voorkom je verwarring of erger.

Kijk naar het bord hiernaast. Deze foto is 
genomen bij de Albert Heijn in Lochem.

Slide 1 - Diapositive

Wat gaat hier mis?

Slide 2 - Question ouverte

Naast het voorbeeld van de Albert Heijn bestaan er nog veel meer en veel vaker voorkomende formuleringsfouten die we dagelijks maken.
Vandaag gaan we de volgende stijlfiguren behandelen:

- pleonasme en tautologie

Bijzonder aan deze stijlfiguren is dat ze in zakelijke teksten niet gebruikt horen te worden, maar in de poëzie en proza juist wel.


Slide 3 - Diapositive

Pleonasme




Pleonasme
Bij een pleonasme wordt een eigenschap benadrukt die eigenlijk al duidelijk is.
voorbeeld ; de witte sneeuw en snelle sprint

Slide 4 - Diapositive

Waarom is witte sneeuw een pleonasme?

Slide 5 - Question ouverte

Waar staat geen pleonasme?
A
Het vliegtuig daalde langzaam omlaag.
B
€400,- is mijn uiterste limiet.
C
Men moet verplicht zijn een autogordel te dragen.
D
Maar dat is niet waar.

Slide 6 - Quiz

Schrijf de vijf pleonasmen op in je schrift.
Verbeter daarna de zinnen, zodat een zin zonder stijlfout ontstaat.
1. Dat is een vaste standaarduitdrukking voor die beroepsgroep.
2. Wij waren gisteren bijna verdwaald in die grijze mist.
3. Al op de lagere school had hij de toekomstdroom later leraar te worden.
4. Kwaadwillige laster veroorzaakt veel verdriet.
5. De palen van de brug zijn gemaakt van grijs beton.

Na tien minuten bespreken we deze klassikaal.






















Slide 7 - Diapositive

Tautologie



Bij een tautologie wordt twee keer hetzelfde gezegd met dezelfde woorden
voorbeeld; vast en zeker
keurig netjes

Slide 8 - Diapositive

Waarom is enkel en alleen een tautologie in de volgende zin?

Hij wist enkel en alleen nog wat hij voor tien uur had gedaan, daarna tastte hij volledig in het duister.

Slide 9 - Question ouverte

In welke staat geen tautologie?
A
Niettemin ben ik toch tevreden
B
We wisten dit reeds weken al.
C
De wielrenner is vliegensvlug omhoog gestegen.
D
Want dat is immers duidelijk.

Slide 10 - Quiz

Schrijf de vijf tautologiën op in je schrift.
Verbeter daarna de zinnen, zodat een zin zonder stijlfout ontstaat.
1. Op de vlakke, gladde Kloosterwiel was het prachtig schaatsen.
2. Vanzelfsprekend zal ik dat werk natuurlijk wel nakijken.
3. Het scheelde een haartje of het was bijna fataal afgelopen.
4. Omdat zij daar heg noch steg kenden, verdwaalden ze al snel.
5. Misschien dat ik morgen mogelijk nog even langs kom.

Na tien minuten bespreken we de zinnen klassikaal.


Slide 11 - Diapositive

Slide 12 - Lien

Terugblik
Je hebt kennisgemaakt met twee stijlfiguren:

Pleonasme en tautologie

Je kunt ze nu herkennen en verbeteren. 

Kun jij zelf een pleonasme en een tautologie bedenken?

Slide 13 - Diapositive

Tangconstructies
Je leert een tangconstructie te herkennen en te verbeteren.

Wat heb je nodig?

Device, LessonUp

Slide 14 - Diapositive

Maak de onderstaande zin duidelijker

De docent voerde, terwijl de leerlingen zaten te wachten en steeds ongeduldiger werden, een telefoongesprek.

Slide 15 - Question ouverte

Doe hetzelfde met de volgende zin.

De schooldirecteur verdedigde het coronabeleidsstuk, waarover veel ophef is ontstaan en dat de gemoederen bezig hield, tegenover de pers.

Slide 16 - Question ouverte

Tangconstructies.
Bij een tangconstructie wordt een boodschap onderbroken door een bijkomend gegeven. Hierdoor wordt een zin lastig leesbaar. 
Het winkelend publiek zal, als het tenminste de
tijd neemt om te kijken, verrast worden met een optreden van clowns.


Tangconstructies zijn vaak eenvoudig te herstellen door delen van de zin in een andere volgorde te zetten.
Het winkelend publiek zal verrast worden met een optreden van clowns, als het tenminste de tijd neemt om te kijken

Slide 17 - Diapositive

Slide 18 - Diapositive

Tangconstructies.
1. De politieagent moet, juist omdat er gezegd wordt dat hij ontevreden is over zijn werksituatie, meer op straat lopen en minder achter zijn bureau zitten.
2. Gelukkig is het, hoewel de situatie daar weinig aanleiding toe lijkt te geven, ook nog wel eens feest in dit land.
3. Ik vind dat, als je geen geld hebt, je recht op een uitkering moet hebben.
4. Hij vroeg me of, wanneer ik stop met lezen, hij mijn boek mocht meenemen.
5. Waarom heeft je broer dan ingestemd met het cijfer dat, als het geplaatst wordt op zijn lijst, hem zal benadelen?
6. Het slachtoffer kreeg te horen dat, of hij het er nou mee eens was of niet, de dader vrijgelaten zou worden.
7. Ik heb haar gevraagd om niets te doen omdat, hoewel niet iedereen het ermee eens is, de resultaten dan beter zullen zijn.

Slide 19 - Diapositive

Slide 20 - Lien

Als of dan?
Mijn broertje is inmiddels groter als mij!

Wat gaat er mis in bovenstaande zin?

Slide 21 - Diapositive

Wanneer gebruik je dan en wanneer als?

Dan komt na een vergrotende trap en na anders en ander(e): groter dan, kleiner dan, anders dan. Als komt na vergelijkingen met zo en even: zo groot als, even klein als.

Gebruik dan:
Om een verschil aan te geven/ een vergrotende/ verkleinende trap: groter dan, meer dan, beter dan;
na ander, andere of anders:
Anders dan mijn zus hou ik erg van katten.
Documenten worden soms op een andere plek opgeslagen dan u gewend bent.
Het is een ander verhaal dan ik eerst dacht.

Gebruik als:
bij vergelijkingen met (net) zo ... en even ...:
Donna is even oud als Amber.
Donna is net zo oud als Amber.
Suriname is vier keer zo groot als Nederland.



Slide 22 - Diapositive

Wat hebben we nu behandeld?
- pleonasme
- contaminatie
- tautologie
- tangconstructie
- als/ dan

Slide 23 - Diapositive