DISK thema 20 - les 3

Thema 20 - Straatcultuur
1 / 23
suivant
Slide 1: Diapositive
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

Cette leçon contient 23 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.

time-iconLa durée de la leçon est: 60 min

Éléments de cette leçon

Thema 20 - Straatcultuur

Slide 1 - Diapositive

klagen
Zeggen dat dingen niet goed zijn.

ik klaag
jij klaagt
wij klagen
wij hebben geklaagd
wij klaagden

Slide 2 - Diapositive

lastig
Iets wat moeilijk is.

bijvoeglijk naamwoord: lastige

Slide 3 - Diapositive

de norm
Iets wat iedereen binnen een cultuur normaal vindt.

m.v. = de normen

Slide 4 - Diapositive

normaal
Iets wat iedereen hetzelfde vindt.

bijv. naamwoord = normale

Slide 5 - Diapositive

het lawaai
Harde geluiden

Slide 6 - Diapositive

het milieu
De omgeving. Alles van de natuur samen.

of

De omgeving waar iemand vandaan komt.

m.v. = de milieus

Slide 7 - Diapositive

ongeveer
Je weet het niet precies. 

Slide 8 - Diapositive

ophouden
Ergens mee stoppen.

Ik houd op
Jij houdt op
Wij houden op

Wij hielden op
Wij zijn opgehouden

Slide 9 - Diapositive

de overlast
Als andere mensen last hebben van iets wat jij doet. 

Slide 10 - Diapositive

nergens
Op geen enkele plaats.

Slide 11 - Diapositive

de oudere
Iemand die ouder dan 60 jaar is. 

m.v. = de ouderen

Slide 12 - Diapositive

de parkeerplaats
Een plek waar je je auto neer kunt zetten.

m.v. = de parkeerplaatsen

Slide 13 - Diapositive

de pet
Iets wat je op je hoofd kunt dragen.

m.v. = de petten

Slide 14 - Diapositive

het project
Een opdracht waar je met een groep aan werkt. 

m.v. = de projecten

Slide 15 - Diapositive

de puber
Een jongere tussen 12 en 18 jaar. Het is een tijd in je leven waarin je heel erg verandert. 

m.v. = de pubers

Slide 16 - Diapositive

Schrijf de wij- vorm van "ophouden" op

Slide 17 - Question ouverte

Noem iets wat overlast kan geven

Slide 18 - Carte mentale

Schrijf de jij-vorm van "klagen" op.

Slide 19 - Question ouverte

Welk woord past in de zin:
Ik ben het .... niet met je eens.
A
gedeelte
B
absoluut
C
normaal
D
reactie

Slide 20 - Quiz

Welk woord past in de zin:
Ik begrijp niet precies wat je ...
A
normaal
B
reactie
C
klaagt
D
bedoelt

Slide 21 - Quiz

In welk woord kun je het dikgedrukte woord veranderen?
Het is niet GEWOON om in de klas te bellen.
A
absoluut
B
normaal
C
betrouwbaar
D
lastig

Slide 22 - Quiz

Slide 23 - Lien