Cette leçon contient 33 diapositives, avec quiz interactifs et diapositives de texte.
La durée de la leçon est: 60 min
Éléments de cette leçon
Slide 1 - Diapositive
Slide 2 - Diapositive
Slide 3 - Diapositive
Wat is geen risico dat je loopt als je geld uitleent?
A
Risico op wanbetaling
B
Inlatierisico
C
Deflatierisico
D
Risico dat het geld verkeerd gebruikt wordt
Slide 4 - Quiz
Wat is een risico-opslag bij rente?
Slide 5 - Question ouverte
Wat klopt niet? De rente kan stijgen als....
A
Het risico op wanbetaling stijgt
B
Het inflatierisico stijgt
C
De looptijd van een lening langer is
D
Er een onderpand op de lening zit
Slide 6 - Quiz
De nominale rente is 4,2% en de reële rente is 3,4%. Bereken de inflatie.
Slide 7 - Question ouverte
antwoord
Nominaal - inflatie = reëel
4,2 - ? = 3,4
4,2 - 3,4 = 0,8%
of: NIC / PIC x 100 = RIC
104,2 / ? x 100 = 103,4
104,2 / 103,4 x 100 = 100,8 - 100 = 0,8%
Slide 8 - Diapositive
Slide 9 - Diapositive
Slide 10 - Diapositive
Slide 11 - Diapositive
H1 par. 4 opdracht 4d: het risico van autodiefstal voor een eigenaar van een hybride auto is in de eerste 6 maanden van 2019: gedaald/gelijk gebleven/gestegen.
A
gedaald
B
gelijk gebleven
C
gestegen
Slide 12 - Quiz
Slide 13 - Diapositive
Slide 14 - Diapositive
H1 par.4 opdracht 5c: leg uit dat de rentepercentages oplopen bij een langere rentevaste periode. Gebruik het begrip risico-opslag.
Slide 15 - Question ouverte
Slide 16 - Diapositive
Slide 17 - Diapositive
Slide 18 - Diapositive
Slide 19 - Diapositive
Slide 20 - Diapositive
Slide 21 - Diapositive
Slide 22 - Diapositive
Slide 23 - Diapositive
Slide 24 - Diapositive
Bereken de verwachte opbrengst van loterij B.
Slide 25 - Question ouverte
Slide 26 - Diapositive
Slide 27 - Diapositive
Welke loterij kiest iemand die risico-avers is?
A
A
B
B
Slide 28 - Quiz
Slide 29 - Diapositive
Slide 30 - Diapositive
Wat kiest een risicoavers persoon nu? (tabel blz. 31)