Johan de Witt Scholengroep

Samenvatting lessen 4h Kua massacultuur P 3

Samenvatting lessen 4h Kua massacultuur P 3


Voor voorbeelden (kunstwerken), bekijk de lessen
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 44 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Samenvatting lessen 4h Kua massacultuur P 3


Voor voorbeelden (kunstwerken), bekijk de lessen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bord
Ben je klaar om te beginnen?


Telefoon & oortjes weg
Jas uit
Tas van tafel
Laptop --> log in Lesson Up

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

P3: Massacultuur

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerpen voor de toets P3
Geschiedenis en cultuur van de massa
Kenmerken postmodernisme
Beeldende kunst
Musical
Videoclips
Niet: Hele specifieke vragen over theater/dans/muziek/film
Wel mogelijk: algemene vragen bij een bron van theater/dans/muziek/film, met de kennis van de onderwerpen hierboven.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tips volgende toets:
1. Lees goed de vraag. Wat wordt er gevraagd? Begrijp je alle woorden?
2. Geef antwoord in volledige zinnen. 
3. Check of jouw antwoord een kop-romp-staart heeft.
4. Geef je echt antwoord op de vraag?
5. Leer de analysebegrippen uit je hoofd!           Dans: ruimte-tijd-kracht. 
6. Oefen met kunstwerken analyseren

Maak aantekeningen! Stel vragen in de les! Maak huiswerk!

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uit je hoofd leren

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

10; Uit je hoofd leren

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kenmerken massacultuur 1950-nu
Laagdrempelig amusement (makkelijk te begrijpen, geen voorkennis vereist) > Herkenning/identificatie.

•  Massale consumptie (het trekt een groot en breed publiek) > Cultuurindustrie met als doel geld verdienen.

Massamedia (gedrukte pers, radio, tv, film, internet) spelen een belangrijke rol in de massale verspreiding/reclame. > Reproduceren.


Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Context Massacultuur
  • Na WO2
  • Groeiende welvaart
  • Consumptiemaatschappij (start in VS komt naar Europa toe)
  • Amerika als centrum van de wereld
  • Massamedia
  • Kerkelijke invloed verliest aan macht (ontzuiling in Nederland)
  • Individualisme
  • Vrije tijd
  • Entertainment
  • Grote immigratiegolven brengen eigen cultuur mee


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Invloed op kunst in massacultuur 1950-nu
  • Periode na 1950
  • Einde van de grote verhalen. Er is niet 1 waarheid of verhaal.
  • Opkomst massacultuur (vermaak)
  • Vermenging hoge en lage kunst
  • Postmodernisme: alles mag en kan (stijlen vermengen, verwijzen naar eerdere kunstuitingen etc.) --> zie rijtje kenmerken!
  • Succes gemeten aan bezoekersaantallen (relatie met sterren en idolen)
  • Culturele uitingen van subculturen zijn interessant voor producenten.
  • Westerse cultuur wordt niet meer als superieur gezien
  • Cultuur van de mainstream serieus onderwerp voor onderzoek.








Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

nieuwe kunst van Massacultuur:
 Pop-Art
 Popmuziek
 Videoclips
 Streetdance
 Soaps, Tv-series, reclame
 Hollywoodblockbusters
 Musicals
 Stripverhalen
 Modeshows
 Mega-tentoonstellingen

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Massacultuur, pop-art en postmodernisme
Massacultuur: dit is de tijdsperiode vanaf 1950, nu nog steeds. Kunst van de massacultuur geeft de smaak van de massa aan.
Pop-art: beeldende kunst over consumptiemaatschappij, vooral in jaren '50-'70.
Postmodernisme: (betekent na-modernisme): kunst die een reactie is op het modernisme. Het tegenovergestelde van het modernisme. Beeldend, muziek, dans, film, architectuur, theater: in alle kunstdisciplines komt het postmodernisme voor. Deze kunst is tijdens de periode massacultuur.
!! Niet alle postmoderne kunst is gericht op de massa!!!  Sommige kunstwerken worden bijvoorbeeld gemaakt voor een specifieke groep, zijn niet voor iedereen te beleven of hebben meer  voorkennis nodig om het te begrijpen.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Postmodern
Let op:
Een kunstwerk hoeft niet alle postmoderne kenmerken  te hebben.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

pragmatisme: focus op het nut van de bruikbaarheid. 
parodie: spot drijven op een kunstzinnige manier
ornament: versiering 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eerste Pop-Art kunstwerk in Engeland.
Richard Hamilton - 'Just What Is It That Makes Today’s Homes So Different So Appealing?'
1956, collage, Londen, Engeland.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eerste Pop-art kunstwerk
De objecten in deze collage komen stuk voor stuk voort uit populaire massamedia (reclames, strips, magazines) en karakteriseren het nieuwe moderne leven van die tijd.

De nieuwe populaire kunst moest volgens Hamilton voldoen aan een aantal eisen: het moest massaal kunnen worden geproduceerd, vergankelijk, vervangbaar, goedkoop, aansluiten bij het grote publiek, gericht zijn op de jeugd, geestig, sexy, publiciteitsgericht, glamoureus en ‘big business’.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

MASSACULTUUR EN ENTERTAINMENT
  • Videoclip
  • Megasterren: Michael Jackson
  • Macht en invloed van megasterren

Slide 25 - Tekstslide

VIDEOCLIP
-Meestal speelt de artiest de hoofdrol.
-Het montagetempo ligt hoog en volgt de muziek.
 -De regisseurs zijn vernieuwend en gebruiken vaak geavanceerde film
  technieken.
 -Verbeelding van het verhaal met muziek, dans en beeld
 -Er wordt veel gebruik gemaakt van verwijzingen naar bestaande beelden (=postmodern)
 -verleidelijke vormgeving

-Manier om muziek en de artiest onder de aandacht te brengen (soort reclame)
-Imago van de artiest neerzetten

Sterren & stereotypes:
verkoopt goed aan de massa

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VIDEOCLIP
-Meestal speelt de artiest de hoofdrol.
-Het montagetempo ligt hoog en volgt de muziek.
 -De regisseurs zijn vernieuwend en gebruiken vaak geavanceerde film
  technieken.
 -Verbeelding van het verhaal met muziek, dans en beeld
 -Er wordt veel gebruik gemaakt van verwijzingen naar bestaande beelden (=postmodern)
 -verleidelijke vormgeving
-Manier om muziek en de artiest onder de aandacht te brengen (soort reclame)
-Imago van de artiest neerzetten
Kenmerken van een VIDEOCLIP:
-Meestal speelt de artiest de hoofdrol.
-Het montagetempo ligt hoog en volgt de muziek.
 -Verbeelding van het verhaal met muziek, dans en beeld
 -Er wordt veel gebruik gemaakt van verwijzingen naar bestaande beelden (=postmodern)
 -verleidelijke vormgeving (een beetje zoals reclame)
-Manier om muziek en de artiest onder de aandacht te brengen (soort reclame)
-Imago van de artiest neerzetten.
-Een videoclip duurt kort, net zolang als het liedje
-weinig tot geen stiltes

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kunstenaar als ondernemer
  • Veel geld verdienen door te denken: wat wil de massa?
  • Exclusieve sfeer creëren zodat rijke mensen willen kopen/investeren.
  • Massamedia (dus ook social media) gebruiken als promotie.
  • Proberen om uniek te zijn.

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoge kunst
Lage kunst
De elite
het volk
exclusief
populair
Serieus
oppervlakkig
Ingewikkeld
snel te begrijpen
De grenzen gaan vervagen. 

Mixen, verwijzen, wisselen.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grenzen tussen hoge en lage kunst vervagen:

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1  Vercommercialisering van de kunsten
2  Musea gebruiken marketing om een massapubliek te trekken. 
Niet meer alleen focus op 'hoge kunsten'
Keith Haring verkocht (op aanraden Andy Warhol) in zijn Pop-shop T-shirts, buttons, posters en andere producten met tekeningen van hemzelf.

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3  Beeldmerken uit de populaire cultuur verheven tot hoge kunst
4  Nieuwe disciplines geïntroduceerd die afkomstig zijn uit populaire cultuur
'60
'70
'80
'90
'00
'10

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

film/musical
Musical 1978
Gaat over jaren '50

jongerencultuur
Verwijzingen
Populaire muziek

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Disneyfilms zijn getekende musicals = multidisciplinair.
  • Publiek is breed (kind en volwassene), dus gericht op de massa.
  • Liedjes die in je hoofd blijven zitten: "catchy".
  • Veel stereotypering, net als in sprookjes: herkenbaarheid. 
  • Wereldberoemde muzikanten/sterren werken eraan mee
  • High art (klassieke muziek/componisten, oude sprookjes) en low art (tekenfilm, musical).
  • Te zien en te koop: bioscoop-->videobanden-->dvd-->online streaming


Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Postmodernisme
  • Vermenging hoge en lage kunst
  • Vermenging van stijlen
  • Citeren naar andere kunstwerken
  • Bewuste kitsch
  • “Anything goes..” Alles kan en mag!

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Postmodernisme
  • Van “less is more” naar: “less is a bore”
  • Kunst wordt weer figuratief dus herkenbaar, met versiering.





Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

subculturen
https://www.youtube.com/watch?v=7r3mRDDRFrM

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Subcultuur betekenis
Subcultuur = onderdeel van algemene cultuur, maar met duidelijke kenmerken die een subcultuur anders maken dan algemene cultuur (= mainstream) eromheen. ​

Ontstaat vaak vanuit verzet tegen heersende cultuur; zijn vaak jongeren en hun cultuur: bv met luisteren naar rock-n-roll en The Beatles in jaren 50/60: culturele revolutie​

​Aantal subculturen nemen toe in tweede helft in 20e eeuw 

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Subcultuur, jeugdcultuur
Een jeugdcultuur is aantrekkelijk voor de massa (vooral tieners), terwijl subculturen uit kleinere groepen bestaan die afwijken van de breed gedragen jongerencultuur. 

Maar zodra iets mainstream wordt, komt de volgende/andere subcultuur.

Slide 41 - Tekstslide

https://npokennis.nl/longread/7974/van-nozems-tot-hipsters-is-de-jeugdcultuur-dood
Multi- of intercultureel
Postmodern: Meerdere waarheden en perspectieven
Immigranten brengen eigen cultuur mee.

Fusion = vermenging van culturele uitingen.

Westerse kunstenaars verwerken elementen uit andere culturen in hun werk.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Intercultureel
Westerse kunstenaars halen inspiratie uit niet-westerse kunst.

 
Butoh- Madonna gebruikt deze Japanse dansstijl in een van haar videoclips



Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Intercultureel
  • Cultuurrelativisme
  • Kunstenaars vermengen westerse met niet-westerse kunst
  • Niet-westerse kunstenaars worden gewaardeerd



Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies