Quadraam
Ruimte voor talent

V5 14-3-2022

Bienvenidos a clase
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Bienvenidos a clase

Slide 1 - Tekstslide

Programa de hoy
1. Latinoamérica y la situación actual en Rusia/Ucraina
2. Sintaxis: el orden de palabras

Slide 2 - Tekstslide

Pasar = gebeuren
¿Qué pasa? = Wat gebeurt er?
¿Qué pasó? = Wat gebeurde er?

Synoniemen:
- Ocurrir
- Tener lugar

Slide 3 - Tekstslide

Vocabulario importante
Rusia, ruso
Rusland, Russisch
Ucraina, ucranio
Oekraïne, Oekraïens
la guerra
de oorlog
la frontera
de grens
el enemigo
de vijand
el aliado
de bondgenoot
el refugiado
de vluchteling

Slide 4 - Tekstslide

Vocabulario importante
luchar
vechten
ganar
winnen
perder
verliezen
huir
vluchten
ayudar
helpen
morir
doodgaan
(sobre)vivir
(over)leven

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Slide 7 - Tekstslide

Venezuela
  • Capital: Caracas
  • Presidente: ¿Nicolas Maduro o Juan Guaidó?


Slide 8 - Tekstslide

Simon Bolívar (1793-1830)
  • "El Libertador"
  • Independencia de Venezuela, Bolivia, Panamá, Ecuador, Perú, Colombia
  • Presidente de "Gran Colombia"

Slide 9 - Tekstslide

Cuba
  • Capital: La Habana
  • Presidente: Miguel Díaz-Canel
  • República socialista (¿o comunista?)

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Slide 12 - Tekstslide

Welke regels ken je met betrekking tot woordvolgorde in het Spaans?

Slide 13 - Open vraag

Slide 14 - Tekstslide

Woordvolgorde in het Spaans
- Iedere zin heeft een vervoegd werkwoord
- Alle werkwoorden van de zin staan bij elkaar

  • Como.
  • He comido arroz con leche.
  • Mañana, con mis amigos, voy a comer un bocadillo en el parque.

Slide 15 - Tekstslide

Woordvolgorde in het Spaans
- Ontkenning + persoonlijk voornaamwoord + persoonsvorm

  • No me he duchado hoy.
  • ¡No me lo puedo creer!

Slide 16 - Tekstslide

a - viajar - no - en - Emilio - quiere - Perú - avión

Slide 17 - Open vraag

no - idea - parece - te - buena - una

Slide 18 - Open vraag