Wat is LessonUp
Zoeken
Kanalen
Inloggen
Registreren
Bezoek de website
‹
Terug naar zoeken
Ch.5/6: formatieve test Voca ch5 en GramD Ch6
Ch.5/6: formatieve test Voca ch5 en GramD Ch6
1 / 23
volgende
Slide 1:
Tekstslide
Frans
Middelbare school
havo
Leerjaar 3
In deze les zitten
23 slides
, met
interactieve quizzen
en
tekstslides
.
Lesduur is:
40 min
Start les
Bewaar
Deel
Printen
Onderdelen in deze les
Ch.5/6: formatieve test Voca ch5 en GramD Ch6
Slide 1 - Tekstslide
Traduis en néerlandais:
hésiter
Slide 2 - Open vraag
Traduis en néerlandais:
commander
Slide 3 - Open vraag
Traduis en néerlandais:
le pourboire
Slide 4 - Open vraag
Traduis en néerlandais:
il faut
Slide 5 - Open vraag
Traduis en néerlandais:
seulement
Slide 6 - Open vraag
Traduis en néerlandais:
la cuillière
Slide 7 - Open vraag
Vertaal in het Frans:
dorst hebben
Slide 8 - Open vraag
Vertaal in het Frans:
het vlees
Slide 9 - Open vraag
Vertaal in het Frans:
misschien
Slide 10 - Open vraag
Vertaal in het Frans:
dromen
Slide 11 - Open vraag
Le Comparatif
Grammatica D, Ch.6
Slide 12 - Tekstslide
Wat betekent eigenlijk
'Le Comparatif'?
Slide 13 - Open vraag
Welke drie woorden vormen samen een vergelijking? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
plus + bijv nw + que
B
moins + bijv nw + que
C
aussi + bijv nw + que
D
un peu + bijv nw + que
Slide 14 - Quizvraag
Hoe zeg je: Patrick est minder slim dan Georges?
A
Patrick est moins grand Georges
B
Patrick est moins intelligent Georges
C
Patrick est moins grand que Georges
D
Patrick est moins intelligent que Georges
Slide 15 - Quizvraag
Hoe zeg je: Donald Duck is kleiner dan Superman?
A
D.D. est plus petit Superman
B
D.D. est plus petite que Superman
C
D.D. est plus petit que Superman
D
D.D. est moins grand que Superman.
Slide 16 - Quizvraag
Hoe zeg je: Marianne is minder snel dan ik?
A
Marianne est moins rapide moi
B
Marianne est moins rapide que moi
C
Marianne est moins rapides moi
D
Marianne est moins rapides que moi
Slide 17 - Quizvraag
Hoe zeg je: Tekenen is even interessant als Geschiedenis
A
Le dessin est plus intéressant que l'histoire.
B
Le dessin est moins intéressant que l'histoire.
C
Le dessin est aussi intérressant que l'histoire
D
Le dessin est aussi interessante que l'histoire
Slide 18 - Quizvraag
Vul in...
Je suis (= groot)............ ma mère
Slide 19 - Open vraag
Vul in...
Tom est(+ rijk)............ son copain.
Slide 20 - Open vraag
Vul in...
La viande est(- lekker) .... le poisson.
Slide 21 - Open vraag
Vul in...
Ta glace est (+ lekker) ..... ma glace.
Slide 22 - Open vraag
Vul in...
Les joueurs hollandais sont (= goed) ..... que les joueurs français.
Slide 23 - Open vraag