Pak alvast je spullen. (Boek, Schrift, Pen, Rekenmachine)
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2
In deze les zitten 28 slides, met tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Welkom bij wiskunde
Pak alvast je spullen. (Boek, Schrift, Pen, Rekenmachine)
Slide 1 - Tekstslide
Leerlingen thuis
Je kijkt/luistert mee met de uitleg.
Bij de dia ''zelfstandig werken'' ga je zelfstandig aan de slag en mag je uit de vergadering.
Slide 2 - Tekstslide
Programma & Lesdoelen
- Uitleg Paragraaf 3 - Zelfstandig werken (Leerlingen thuis mogen op dit punt de vergadering uit.) - Afsluiting
Lesdoelen: - Leren hoe je bij absolute groei een groeipercentage berekent. - Leren hoe je met een groeipercentage de groeifactor berekent.
Slide 3 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen?
Slide 4 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen?
Je kan dit misschien al berekenen met behulp van verhoudingstabellen. Dat is alleen wel redelijk veel werk.
Slide 5 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen?
Je kan dit misschien al berekenen met behulp van verhoudingstabellen. Dat is alleen wel redelijk veel werk. Absolute groei = 1030-1000= 30 euro. Hoeveel % is dat?
Slide 6 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen?
%
100
euro
1000
30
Slide 7 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen?
%
100
euro
1000
1
30
Slide 8 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen?
%
100
0,1
euro
1000
1
30
Slide 9 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen?
%
100
0,1
3
euro
1000
1
30
Slide 10 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen?
De procentuele groei is dus 3 procent.
%
100
0,1
3
euro
1000
1
30
Slide 11 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen? (Net gedaan met verhoudingstabel, maar het kan ook zo:).
groeipercentage=oudnieuw−oud⋅100
Slide 12 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je hebt 1000 euro op een spaarrekening gezet. Het volgende jaar staat er 1030 euro op. Hoeveel procent rente heb je in dat jaar gekregen? (Net gedaan met verhoudingstabel, maar het kan ook zo:) % Nieuw - oud = absolute toename. Dat gedeeld door oud, geeft het deel van 100%. Dat keer 100% geeft het groeipercentage.
groeipercentage=oudnieuw−oud⋅100
Slide 13 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je zet geld op een spaarrekening en krijgt per maand 2% rente. Wat is de groeifactor per maand?
Slide 14 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je zet geld op een spaarrekening en krijgt per maand 2% rente. Wat is de groeifactor per maand? Beginbedrag = 100%
Slide 15 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je zet geld op een spaarrekening en krijgt per maand 2% rente. Wat is de groeifactor per maand? Beginbedrag = 100%, na 1 maand is er 2% rente bijgekomen. Dan heb je dus 102%.
Slide 16 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je zet geld op een spaarrekening en krijgt per maand 2% rente. Wat is de groeifactor per maand? Beginbedrag = 100%, na 1 maand is er 2% rente bijgekomen. Dan heb je dus 102%. De factor van 100 -> 102 berekenen:
100102=1,02
Slide 17 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je zet geld op een spaarrekening en krijgt per maand 2% rente. Wat is de groeifactor per maand? Beginbedrag = 100%, na 1 maand is er 2% rente bijgekomen. Dan heb je dus 102%. De factor van 100 -> 102 berekenen:
De groeifactor is dus 1,02.
100102=1,02
Slide 18 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Je zet geld op een spaarrekening en krijgt per maand 2% rente. Wat is de groeifactor per maand? Beginbedrag = 100%, na 1 maand is er 2% rente bijgekomen. Dan heb je dus 102%. De factor van 100 -> 102 berekenen:
De groeifactor is dus 1,02. Algemeen:
100102=1,02
Slide 19 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Een hoeveelheid groeit in 1 tijdseenheid van 160 naar 200. Wat is de groeifactor en wat is het groeipercentage?
Slide 20 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Een hoeveelheid groeit in 1 tijdseenheid van 160 naar 200. Wat is de groeifactor en wat is het groeipercentage? Groeifactor
=oudnieuw
Slide 21 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Een hoeveelheid groeit in 1 tijdseenheid van 160 naar 200. Wat is de groeifactor en wat is het groeipercentage? Groeifactor
=oudnieuw=160200=1,25
Slide 22 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Een hoeveelheid groeit in 1 tijdseenheid van 160 naar 200. Wat is de groeifactor en wat is het groeipercentage? Groeifactor
Je kan nu van deze groeifactor een percentage maken door te vermenigvuldigen met 100%
=oudnieuw=160200=1,25
Slide 23 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Een hoeveelheid groeit in 1 tijdseenheid van 160 naar 200. Wat is de groeifactor en wat is het groeipercentage? Groeifactor
Je kan nu van deze groeifactor een percentage maken door te vermenigvuldigen met 100%, dan heb je 125%.
=oudnieuw=160200=1,25
Slide 24 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Een hoeveelheid groeit in 1 tijdseenheid van 160 naar 200. Wat is de groeifactor en wat is het groeipercentage? Groeifactor
Je kan nu van deze groeifactor een percentage maken door te vermenigvuldigen met 100%, dan heb je 125%. Het groeipercentage is nu de 25% die het meer is dan 100%.
=oudnieuw=160200=1,25
Slide 25 - Tekstslide
Uitleg §3: Groeipercentage
Het belangrijkste is dat je steeds weet wat 100% is. (of het ''oude'' aantal)
Slide 26 - Tekstslide
Zelfstandig Werken
4e uur: Maak §3 opgaven 1, 2, 3, 5, 7ab, 9, 10, 11
Wij gebruiken cookies om jouw gebruikerservaring te verbeteren en persoonlijke content aan te bieden. Door gebruik te maken van LessonUp ga je akkoord met ons cookiebeleid.