Modal verbs unit 3, lesson 5

 Modal verbs objectives
1) know what modal verbs are 
2) use modal verbs in sentences 
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo t, havo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

 Modal verbs objectives
1) know what modal verbs are 
2) use modal verbs in sentences 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modal verbs

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Definition of Modal Verbs
Modal verbs are auxiliary verbs (hulp werkwoorden) that express the attitude or opinion of the speaker about the action or state expressed in the sentence. 
Examples include can, could, may, might, must, shall, should, will, and would.

Slide 3 - Tekstslide

This slide should be used to define what modal verbs are and give examples.
Grammar: modal verbs
must(n't)
moeten
verplicht/verbod
intern (persoons gebonden)
(doesn't/don't)
have to
moeten
verplicht/verbod
extern (regels, verplichtingen etc.)
ought (not) to
zou moeten
advies
formeel
should (not)
zou moeten
advies
informeel

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Which modal verbs show advice?
A
have to
B
shouldn't
C
ought to
D
must

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which modal verbs show obligation?
A
have to
B
must
C
ought to
D
don't have to

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which one of these is NOT a modal verb?
A
can
B
must
C
need
D
should

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which modal verb?
Je had me kunnen bellen over dat belangrijke probleem ....
A
You should have called me
B
You could have called me
C
You may have called me

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Which modal verb?
Ik moet een gordel om in de auto.

A
I should wear
B
I have to wear
C
I must wear
D
I ought to wear

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

What modal verb(s) shows a prohibition (iets wat niet mag)?
A
need to
B
can't
C
mustn't
D
don't have to

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke modal verb gebruik je als je iets verplicht is?
A
Should
B
Have to
C
Can
D
Be allowed to

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Unit 3, lesson 5 (+4) 
First do ex. 3+4

Finished? Do ex. 1, 2, 5, 6, *7 + study SB5

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies