6. Retouren

6. Omnichannel
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
HandelMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

6. Omnichannel

Slide 1 - Tekstslide

Omnichannel
  1. Retailtechnologie
  2. Socials
  3. Webcare
  4. Website
  5. Retailconcept
  6. Retour
  7. Data-analyse
  8. Bedrijfsbezoek 
  9. Duurzaamheid
  10. CGI

Slide 2 - Tekstslide

Retour

Slide 3 - Tekstslide

Leervragen
  • Wat betekent het woord retour?
  •  Wat zijn voorbeelden van redenen om iets te retourneren?
  • Hoe ziet het proces van een retour eruit?
  • Wat heeft een retour met de werkelijke voorraad te maken?
  • Welke gegevens moeten er op een retourbon staan?
  • Wat is emballage en welke voorbeelden weet je te noemen?

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Retourgoederen
Zijn goederen die je terugstuurt naar de leverancier. De leverancier heeft dan goederen geleverd, maar je stuurt ze weer terug.
De retourgoederen staan op een aparte plek. Daar worden ze verzameld en verwerkt. Sommige lege verpakkingsmaterialen moeten ook terug naar de leverancier. Bijvoorbeeld; pallets en kratten. Dit noem je emballage.


Slide 6 - Tekstslide

Je werkt in een winkel. Noem redenen waarom je producten terug zou kunnen sturen naar de leverancier.

Slide 7 - Woordweb

Retourgoederen
Redenen om goederen terug te sturen:
  • Teveel geleverd geworden
  • Artikelen zijn beschadigd (tijdens levering)
  • Artikelen zijn voor andere filialen bestemd.
  • Klanten zijn ontevreden over het artikel.
  • Er is iets mis mee waardoor ze niet verkocht kunnen worden
  • De artikelen hebben de THT-datum overschreden
Consignantiegoederen
Kranten en tijdschriften zijn consignatiegoederen. Deze goederen worden pas aan de leverancier betaald, nadat ze verkocht zijn! Alles wat op een afgesproken moment niet is verkocht, kun je terugsturen naar de leverancier. 

Slide 8 - Tekstslide

Retourgoederen
Wanneer je goederen terugstuurt, moet je een retourbon volledig invullen.

Wat staat er allemaal op een retourbon? 

Slide 9 - Tekstslide

Geadresseerde
Afzender
Artikelnummer
Omschrijving artikel
Aantal artikelen
Nauwkeurige omschrijving retourverzending

Slide 10 - Sleepvraag

Slide 11 - Tekstslide

Wat wordt er bedoeld met de werkelijke voorraad?

Slide 12 - Open vraag

Werkelijke voorraad
De goederen die werkelijk/echt in het magazijn en de winkel aanwezig zijn, noem je de werkelijke voorraad
Als de goederen bezorgd worden dan gaat de werkelijke voorraad omhoog.

Stel dat er in het magazijn 7 hondenmanden liggen. In de winkel liggen er 3. Dan is de werkelijke voorraad dus 10. 

De werkelijke voorraad is dus de voorraad die je kunt zien, die er werkelijk/echt is.

Slide 13 - Tekstslide

Wat heeft een retour te maken met de werkelijke voorraad?

Slide 14 - Open vraag

Wat is emballage?

Slide 15 - Open vraag

Emballage
Emballage is verpakkingsmateriaal dat opnieuw gebruikt kan worden. Bijvoorbeeld kratten, plastic flessen, karton maar ook pallets.

Emballage moet weer terug naar de leverancier, die kan de verpakkingsmaterialen weer opnieuw gebruiken.

Slide 16 - Tekstslide

Statiegeld
Op emballage zit statiegeld. Dat betekent dat je geld betaalt voor emballage. Dat geld krijg je weer terug als je het inlevert.

Het verpakkingsmateriaal moet wel heel zijn. Een kapotte pallet kun je niet inleveren en je krijgt dan je geld ook niet terug.

Ga dus voorzichtig om met emballage, anders kost het jou of het bedrijf geld.

Slide 17 - Tekstslide

Emballage controleren
Je haalt de emballage op met een intern transportmiddel. Let op dat de lading stabiel is! Als alles stevig en veilig op het transportmiddel ligt, ga je de emballage controleren.
Dit doe je met een emballagebon.
Hierop staat wat de emballage is en de aantallen die je per soort terug geeft. Klopt alles? dan zet je emballage klaar, anders meld je het bij je leidinggevende.

Slide 18 - Tekstslide

Emballage controleren
Je haalt de emballage op met een intern transportmiddel. Let op dat de lading stabiel is! Als alles stevig en veilig op het transportmiddel ligt, ga je de emballage controleren. 
Dit doe je met een emballagebon.
Hierop staat wat de emballage is en de aantallen die je per soort terug geeft. Klopt alles? dan zet je emballage klaar, anders meld je het bij je leidinggevende.

Slide 19 - Tekstslide

Vragen??

Slide 20 - Tekstslide