7. Puberteit

Puberteit
Startopdracht:
  • Ga rustig volgens de plattegrond.
  • Zit start klaar met je boek, schrift en pen.
  • Lees de leestekst 'om te onthouden' van bassistof 1 (blz. 17+18)








Planning:
  • Start uitleg puberteit basisstof 2
  • Kahoot/quizlets - bloedsomloop
  • 27 maart TOETS! (nog 3 lessen tot de toets)
1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 44 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Puberteit
Startopdracht:
  • Ga rustig volgens de plattegrond.
  • Zit start klaar met je boek, schrift en pen.
  • Lees de leestekst 'om te onthouden' van bassistof 1 (blz. 17+18)








Planning:
  • Start uitleg puberteit basisstof 2
  • Kahoot/quizlets - bloedsomloop
  • 27 maart TOETS! (nog 3 lessen tot de toets)

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel vorige les:

  • Aan het einde van de les weet ik van primaire en secundaire geslachtskenmerken zijn

  • Aan het einde van de les ken ik de inwendige en uitwendige geslachtsorganen zijn.

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoel vandaag:

  • Aan het einde van de les weet ik wat hormonen zijn en wat deze doen. 

In de puberteit verandert je lichaam en veranderen je gevoelens. 
Deze veranderingen ontstaan door stoffen die je lichaam aanmaakt - hormonen.

Slide 3 - Tekstslide

HORMONEN
  •  Hormonen zijn stoffen die de werking van organen regelen.

  • Vanaf de puberteit maakt je lichaam geslachtshormonen.
  • In de eierstokken rijpen eicellen en de teelballen maken zaadcellen.
  • De hormonen zorgen er ook voor dat je lichaam (je uiterlijk) verandert. Dit noem je lichamelijke veranderingen.
Hormonen van de hypofyse - Groeihormoon (GH)

Hormonen van de bijnieren -
Cortisol (stresshormoon)


Slide 4 - Tekstslide

secundaire geslachtskenmerken
In de puberteit ontstaan door de geslachtshormonen nieuwe
geslachtskenmerken.

Welke voorbeelden kan je noemen?

Slide 5 - Tekstslide

secundaire geslachtskenmerken

Slide 6 - Tekstslide

Puberteit
Startopdracht:
  • Ga rustig volgens de plattegrond.
  • Zit start klaar met je boek, schrift en pen.

  • Lees lichamelijke veranderingen (blz. 21) 





Planning:
  • Terugblik, herhalen en vragen vorige les
  • Lesdoel van vandaag - 
  • Vervolg uitleg puberteit basisstof 2
  • Opdrachten maken // Kahoot/quizlets 
  • 27 maart TOETS! (nog 2 lessen tot de toets)

Slide 7 - Tekstslide

Lesdoel vorige les:

  • Aan het einde van de les weet ik qat primaire en secundaire geslachtskenmerken zijn

  • Aan het einde van de les weet ik wat geslachtshormonen zijn en wat deze doen. 



Slide 8 - Tekstslide

Hormonen
Vanaf de puberteit maakt je lichaam geslachtshormonen. Door deze hormonen ga je bijv. snel groeien (de groeispurt).

In de eierstokken rijpen eicellen en de teelballen maken zaadcellen.

Slide 9 - Tekstslide

Eierstokken rijpen eicellen - zwanger of menstruatie
Vanaf de puberteit rijpt ongeveer één keer per maand een eicel. Die eicel komt dan vrij uit een eierstok. Dit heet de ovulatie of eisprong

Als de eicel na de eisprong is bevrucht door een
zaadcel van een man, kan de bevruchte eicel zich 
ontwikkelen tot een baby. De vrouw is dan zwanger.


Slide 10 - Tekstslide

Eierstokken rijpen eicellen - zwanger of menstruatie
Vanaf de puberteit rijpt ongeveer één keer per 28 dagen een eicel. Die eicel komt dan vrij uit een eierstok. Dit heet de ovulatie of eisprong

Als een eicel niet bevrucht is, laat een deel 
van het slijmvlies in de baarmoeder los.
 Het slijmvlies met bloed komt via de vagina
 naar buiten. Dit heet menstruatie of ongesteld zijn.

Gemiddeld is een vrouw tussen de 3 en 7 dagen
ongesteld.  - iedere 4 weken


Slide 11 - Tekstslide

In de puberteit veranderen er ook andere dingen.......

Slide 12 - Tekstslide

Lesdoel vandaag:

  • Aan het einde van de les kan je 1 ding benoemen wat er verandert in de puberteit.

Slide 13 - Tekstslide

LICHAMELIJKE VERANDERINGEN
Naast het ontstaan van secundaire geslachtskenmerken verandert er nog meer aan en in je lichaam.
Door de geslachtshormonen ga je meer zweten, vooral onder je oksels. 
Het zweet gaat ook sterker ruiken.
Ook je huid kan wat vetter worden.
Je kunt puistjes krijgen.

Slide 14 - Tekstslide

LICHAMELIJKE VERANDERINGEN
Naast het ontstaan van secundaire geslachtskenmerken verandert er nog meer aan en in je lichaam.
Bij meisjes maakt de vagina meer afscheiding. Dit is een witgelige vloeistof.
Afscheiding houdt de vagina vanbinnen schoon.
Jongens en meisjes produceren smegma. Smegma bestaat uit dode huidcellentalg, zweet en bacteriën. Smegma hoopt zich op tussen de vulvalippen of onder
de voorhuid.

Het belangrijk het geslachtsorgaan schoon te houden. Hiervoor gebruik je alleen water (dus geen zeep).
Besneden penis

Slide 15 - Tekstslide

GEESTELIJKE VERANDERINGEN
Tijdens de puberteit veranderen ook je gedrag en je gevoelens. Je wordt langzaam volwassen.
Je verandert sociaal en je wordt zelfstandiger. Je gaat je anders gedragen naar je ouders.
Ook ga je anders om met je vrienden. Je vrienden krijgen een belangrijkere plaats
in je leven. Hun mening is belangrijk voor je. Je wilt erbij horen.
Maar je bent ook langzaam aan het ontdekken wat je zelf vindt en wat je wilt. Dit kan je onzeker maken.

Slide 16 - Tekstslide

JEZELF ZIJN
  • Je verandert sociaal en je wordt zelfstandiger
  • Soms word je om niks heel erg boos. Je voelt je het ene moment heel erg vrolijk en het andere moment erg down of verdrietig. Soms heb je veel stress en pieker je over van alles.
  • Ook ga je anders om met je vrienden. Je wilt erbij horen.
  • Maar je bent ook langzaam aan het ontdekken wat je zelf vindt en wat je wilt. Dit kan je onzeker maken.

Slide 17 - Tekstslide

LIEFEDE EN SEKSUALITEIT
  •  Vaak word je in de puberteit voor het eerst écht verliefd.
  • Je wilt heel graag dat de ander jou ook leuk vindt.
  • Dit is spannend. Als de ander ook verliefd wordt op jou, voel je je heel gelukkig.
  • Je denkt dan de hele tijd aan die persoon en wilt graag bij diegene in de buurt zijn.

Slide 18 - Tekstslide

JE EIGEN TEMPO, JE EIGEN LIJF
timer
10:00

Slide 19 - Tekstslide

Vraag 1. A

Slide 20 - Tekstslide

Vraag 1. A
hormonen & bloed

Slide 21 - Tekstslide

Vraag 1. B

Slide 22 - Tekstslide

Vraag 1. B
 A geslachtshormonen

Slide 23 - Tekstslide

Vraag 1. C

Slide 24 - Tekstslide

Vraag 1. C
 A eicellen rijpen in de eierstokken
 C groeispurt
 D lichamelijke veranderingen
 E ontwikkeling van zaadcellen in de teelballen


Slide 25 - Tekstslide

Vraag 2.

Slide 26 - Tekstslide



A. bij een jongen:
3 lagere stem
4 meer lichaamsbeharing
5 ontwikkeling van
zaadcellen



B. bij een meisje:
1 bredere heupen
2 groei van borsten
6 rijping van eicellen
7 rondere lichaamsvormen

Vraag 2 

Slide 27 - Tekstslide

Vraag 3 A.

Slide 28 - Tekstslide

Vraag 3 A.
afscheiding - smegma - zweten - puistjes

Slide 29 - Tekstslide

Vraag 3 B. 

Slide 30 - Tekstslide

Vraag 3 B.
met water

Slide 31 - Tekstslide

Vraag 4.

Slide 32 - Tekstslide

Vraag 4.
Deze geur vinden ze meestal lekker. De unieke geur van de
partner speelt een rol bij het kiezen van een partner.

Slide 33 - Tekstslide

Vraag 5.

Slide 34 - Tekstslide

Vraag 5.
• Bas kiest zelf zijn kledingstijl. geestelijk / lichamelijk
• Bij een meisje ontwikkelen de borsten zich. geestelijk / lichamelijk
• Bilal wordt zelfstandiger. geestelijk / lichamelijk
• De groeispurt begint. geestelijk / lichamelijk
• Je wilt niet meer als een kind worden behandeld. geestelijk / lichamelijk
• Michelle wordt verliefd. geestelijk / lichamelijk

Slide 35 - Tekstslide

Vraag 6. A

Slide 36 - Tekstslide

Vraag 6. A
.Verandert in de puberteit iedereen op dezelfde manier en in hetzelfde tempo?
ja / nee

Slide 37 - Tekstslide

Vraag 6. B

Slide 38 - Tekstslide

Vraag 6. B
Meisjes hebben gemiddeld eerder hun groeispurt. De groeispurt begint bij meisjes gemiddeld rond 10,5 jaar en bij jongens gemiddeld rond 12,5 jaar.

Slide 39 - Tekstslide

Vraag 7.
NIET

Slide 40 - Tekstslide

Vraag 7.

Slide 41 - Tekstslide

OM TE ONTHOUDEN:
4 Je kunt uitleggen wat de functie is van hormonen.
• Hormonen zijn stoffen die de werking van organen regelen.
– Hormonen worden aangemaakt door hormoonklieren en afgegeven aan het
bloed.
– Alleen het orgaan of het weefsel dat gevoelig is voor het hormoon reageert op
het hormoon.
• Geslachtshormonen worden aangemaakt door geslachtsorganen.

Slide 42 - Tekstslide

OM TE ONTHOUDEN:
Je kunt de lichamelijke en geestelijke veranderingen in de puberteit beschrijven.
• In de puberteit zorgen hormonen voor de groeispurt, rijping van de eicellen,
productie van de zaadcellen.
– Hormonen zorgen ervoor dat eierstokken en teelballen zelf ook hormonen
produceren.
• Door hormonen uit eierstokken en teelballen ontstaan secundaire
geslachtskenmerken.
– bij jongens: o.a. borsthaar, baardgroei, zwaardere stem, gespierde
lichaamsbouw
– bij meisjes: o.a. borsten, brede heupen, ronde lichaamsvormen
• Andere lichamelijke veranderingen in de puberteit:
– De vagina produceert meer afscheiding.
– Onder de voorhuid kan zich smegma ophopen.
– Meer zweten, vettere (gezichts)huid en puistjes.

Slide 43 - Tekstslide

OM TE ONTHOUDEN:
5 Je kunt de lichamelijke en geestelijke veranderingen in de puberteit beschrijven.
Geestelijke veranderingen in de puberteit:
– Meer belangstelling krijgen voor andere mensen.
– Soms verliefd worden op iemand.
– Seksualiteit begint een belangrijke rol te spelen in het leven.
– Je stelt je zelfstandiger op naar je ouders.
– Je gaat anders om met vrienden en vriendinnen, vaker vriendschappen in
groepjes.
– Je voelt je soms boos, onzeker, eenzaam of verdrietig.
• Iedereen ontwikkelt zich anders en ieder lichaam is uiteindelijk anders.

Slide 44 - Tekstslide