3h - Schrijven/ lezen opbouw alinea

Welkom HV3B!
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Welkom HV3B!

Slide 1 - Tekstslide

Check in!

Slide 2 - Poll




LESDOEL:
Leren hoe je een alinea opbouwt.

Slide 3 - Tekstslide

Waaruit bestaat de opbouw van een alinea?

Slide 4 - Open vraag

Opbouw alinea
  • In een alinea staat meestal een kernzin -> geeft aan waar de alinea over gaat/ belangrijke informatie.

  • De rest van de alinea bestaat dan uit toelichting en/of voorbeelden bij de kernzin. 
  • Slide 5 - Tekstslide

    Opbouw
    Ten eerste is maatschappelijke ongelijkheid minder te zien als iedereen een schooluniform draagt. Kinderen kunnen er niet meer mee worden gepest dat ze minder geld hebben dan anderen, want dat is niet meer, of in ieder geval minder, zichtbaar.
               Ten tweede zal de mode een veel minder belangrijke rol spelen als
    het schooluniform verplicht is. Je kunt niet meer zien wie met de
    mode meegaat en wie niet. En dus worden jongeren er waarschijnlijk
    niet meer mee gepest als ze niet met de mode meegaan.

    Slide 6 - Tekstslide

    Voorbereiden op het schrijven
    1. Je gaat twee alinea's uitwerken over één van de stellingen in de volgende dia. 
    2. Om dit te kunnen doen, moet je verschillende argumenten uitwerken. Ga hiervoor op zoek naar informatie op het internet. 
    3. Werk deze argumenten uit in twee alinea's en zorg voor een duidelijke samenhang tussen de alinea's.
    timer
    10:00

    Slide 7 - Tekstslide

    stellingen 
    • Positieve discriminatie is goed.
    • Meisjes moeten meer gestimuleerd worden om een exact profiel te kiezen.
    • In Nederland is geen ruimte voor discriminatie.
    • Het moet verboden worden dat de politie de nekklem gebruikt.

    Slide 8 - Tekstslide

    Schrijftips
    1. Schrijf foutloos: geen spel- en formuleerfouten.
    2. Maak je zinnen niet te lang. 
    3. Bedenk goed waar een zin begint en eindigt. 
    4. Een zin begint niet met een voegwoord (terwijl, want, maar, en).
    5. Lees je tekst nog eens goed na.

    Slide 9 - Tekstslide

    Schrijf twee alinea's bij de gekozen stelling.

    Slide 10 - Open vraag

    Meer samenhang creëeren

    Slide 11 - Tekstslide

    Verbindingsmanieren alinea's
    Er zijn 4 manieren waarop een schrijver alinea’s met elkaar kan verbinden: 

    1. Door het gebruik van een signaalwoord
    2. Door herhaling 
    3. Door overgangszinnen met een verwijzing
    4. Door aankondigende zinnen 

    Slide 12 - Tekstslide

    Het verwijswoord 'dat' verwijst naar iets wat in de alinea ervoor gezegd is.

    Slide 13 - Tekstslide

    Afsluiting les
    Evaluatie: wat vond je van deze les?
    interessant
    duidelijk
    onduidelijk
    te snel
    te langzaam
    leerzaam
    iets anders

    Slide 14 - Poll