Exp 10 les 2

Welkom bij VTB Expeditie 10 les 2
1 / 54
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundePraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 54 slides, met tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Welkom bij VTB Expeditie 10 les 2

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Nieuwe leerlingen?
https://www.bing.com/maps?q=ghana&FORM=HDRSC7&cp=52.363224%7E5.329399&lvl=2.0

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een expeditie?

Slide 6 - Tekstslide

Een expeditie is...
...een ontdekkingsreis of een onderzoeksreis. (Vroeger gingen mensen op expeditie om nieuw land te 'ontdekken').

Wij gaan in op ontdekking naar de natuur
Expeditie 10 zijn 10 soorten uit de natuur, waarvan deskundigen vinden dat iedereen in Nederland die moet kennen.


Slide 7 - Tekstslide

Expeditie 10
Expeditie 10 zijn 10 soorten uit de natuur, waarvan deskundigen vinden dat iedereen in Nederland die moet kennen.
We gaan niet alleen deze tien soorten leren, maar ook over andere dieren en planten.

Slide 8 - Tekstslide

Expeditie 10
Expeditie 10 zijn 10 soorten dieren en planten uit de natuur, waarvan deskundigen vinden dat iedereen in Nederland die moet kennen.
We gaan niet alleen deze tien soorten leren, maar ook over andere dieren en planten.

Slide 9 - Tekstslide

Lesdoelen VTB - Expeditie 10
Aan het eind van de lessenreeks 
- (her-)ken je de tien soorten van expedtie 10.
- kun je wat vertellen over deze tien soorten.
- kun je ook wat vertellen over minimaal twee andere soorten die behandeld worden.
- (her)ken je de indeling van de natuur in grote lijnen.

Slide 10 - Tekstslide

Lesdoelen les 2
Aan het eind van deze les:
- weet je wat een zoogdier is.
- kun je een mol herkennen.
- kun je vragen beantwoorden over het leven van een mol.
- ken je de namen van vijf vogels.
- kun je de koolmees en de merel herkennen.

Slide 11 - Tekstslide

Wanneer is iets levend?

Slide 12 - Tekstslide

Iets is levend als het
1. stofwisseling heeft = ademen, eten, drinken, plassen, poepen. v
2. groeit en zich ontwikkelt
3.  beweegt
4. zich voortplant = baby's maakt

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Dieren worden ingedeeld in
- gewervelde dieren = met botten in het lijf, zoals bij mensen
- ongewervelde dieren = zonder botten in het lijf

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Zoogdieren
Zoogdieren drinken melk als ze een baby zijn.
Zuigen - zoog - gezogen.
Zoogdieren hebben haar.
Zoogdieren worden levend geboren.
Zoogdieren lopen meestal met hun poten.

Slide 18 - Tekstslide

Vogels
Vogels leggen eieren
Babyvogels drinken meestal geen melk. (Vogels zijn geen zoogdieren),
Vogels hebben veren. Vogels hebben geen haren.
Vogels vliegen met hun vleugels.

Slide 19 - Tekstslide

Zoogdieren drinken melk

Slide 20 - Tekstslide

Haren of veren?

Slide 21 - Tekstslide

Levend geboren of eieren?

Slide 22 - Tekstslide

Maak nu oefening 1

Slide 23 - Tekstslide

Antwoorden oefening 1

Slide 24 - Tekstslide

De mol is een zoogdier.
We gaan kijken naar een filmpje over de mol.
De mol is een zoogdier.
De mol leeft onder de grond.
De mol graaft gangen onder de grond. (Die heten mollenritten).
De mol eet wormen.
Je ziet de mol niet vaak, omdat de mol onder de grond leeft.

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Link

Welk dier is dit?
A. Een egel.
B. Een mol.

Slide 27 - Tekstslide

Welk dier is dit?
A. Een mol.
B. Een egel

Slide 28 - Tekstslide

Wat eet een mol?
A. Een mol eet wormen.
B. Een mol eet patat. 

Slide 29 - Tekstslide

Vogels
Vogels leggen eieren
Babyvogels drinken meestal geen melk. (Vogels zijn geen zoogdieren),
Vogels hebben veren. Vogels hebben geen haren.
Vogels vliegen met hun vleugels.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Maak de oefening soorten indelen
Deel de 10 dieren van Expeditie 10 in.
1. Is het een plant, een dier, een schimmel of een bacterie?
2. Bepaal bij ieder dier of het gewerveld of ongewerveld is.
2. Kijk dan op de handouts onder gewerveld of ongewerveld (wat je bij 1 hebt gekozen) in welke categorie je denkt dat het dier valt.
3. Je mag samenwerken en zachtjes overleggen.
4. Als je eerder klaar bent, mag je anderen helpen.

Slide 32 - Tekstslide

Antwoorden oefening

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Link

Hoe groeit een vlinder?
Maak de oefening.
Je mag overleggen.

Slide 35 - Tekstslide

Antwoord levenscyclus vlinder
Bron: https://klasvanjuflinda.nl/product/levenscyclus-vlinder/

Slide 36 - Tekstslide

De akkerhommel

Slide 37 - Tekstslide

De akkerhommel

Slide 38 - Tekstslide

Slide 39 - Link

Slide 40 - Link

Hebben mieren boerderijen?
Of eigenlijk, hebben mieren vee?

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video

Slide 43 - Link

Hoe praten bijen met elkaar?
Hoe praten bijen met elkaar?
Waarover zouden bijen praten?

Slide 44 - Tekstslide

Slide 45 - Link

Grootste insect in Nederland

Slide 46 - Tekstslide

Slide 47 - Link

Slide 48 - Link

Insecten eten?

Slide 49 - Tekstslide

Slide 50 - Video

Waar smaken pissebedden naar?

A. Aardappelen
B. Garnalen
C. Spinazie
D. Kip

Slide 51 - Tekstslide

Lesdoelen les 1 behaald?
Wat betekent gewerveld bij een diersoort? 
A. Ribbels hebben
B. Botten hebben

Wat is het grootste insect in Nederland?
A. Vliegend hert
B. Duizendpoot

Slide 52 - Tekstslide

Slide 53 - Link

Slide 54 - Tekstslide