Les 7: H3. Socrates, Artistoteles, Epirurus

Wereld
Hoofdstuk 2: Grieken en Romeinen
1 / 46
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolvmbo t, mavoLeerjaar 1

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 8 videos.

Onderdelen in deze les

Wereld
Hoofdstuk 2: Grieken en Romeinen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijdvak 2: Grieken en Romeinen
3000 V.C. tot 500 N.C.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tekst

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stadstaat (polis)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn kenmerken van een Griekse stadstaat?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

H3: Ik kan uitleggen waar de filosofie zich mee bezig houdt (r)
S3.1 Ik kan uitleggen wat de belangrijkste gedachte van Socrates was

S3.2 Ik kan uitleggen welke invloed Aristoteles heeft gehad op de westerse cultuur
S3.3 Ik kan uitleggen hoe je volgens Epicurus gelukkig kunt leven

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Filosofie
Houden van wijsheid.

Filo = houden
Sophia = wijsheid

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Filosofie
Een filosoof houdt zich bezig met onderzoeken, denkfouten ontdekken, argumenteren en vrij denken. 

Een filosoof neemt dus niet alles voor gewoon aan. Hij kan nadenken over: waarom is de mens op aarde? Hoe gaat de mens met elkaar om? 

Door zich dit af te vragen ontstonden er ook nieuwe wetenschappen: natuurkunde, wiskunde.


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3 filosofen
We gaan 3 filmpjes bekijken over 3 filosofen. Schrijf per filosoof op wat zijn belangrijkste uitgangspunten waren.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3.1 Filosoof Socrates
Vragen stellen: Socrates gebruikte vragen om mensen aan het denken te zetten en tot inzicht te komen. Hij wilde dat mensen gingen nadenken waarom ze dachten zoals ze dachten!

Deugd: Hij geloofde dat als je weet wat goed is, je ook goed zult handelen.  Maar dan moest men eerst zelf gaan bedenken: wat is dan goed?

Zelfkennis: "Ken jezelf" was voor hem heel belangrijk om wijs te worden.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3.2 Filosoof Aristoteles
Ervaring: Aristoteles vond dat je kennis krijgt door dingen te zien en te ervaren.

Deugd: Hij dacht dat deugd ligt tussen twee uitersten, het midden is het beste.
Bijvoorbeeld: tussen lafheid en roekeloosheid zit: moed. 

Doel: Alles in de natuur heeft een doel of einddoel.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 17 - Video

Deze slide heeft geen instructies

3.3 Filosoof Epicurus
Plezier en Geluk: Epicurus dacht dat het belangrijkste in het leven is om gelukkig te zijn. Hij vond dat je dit bereikt door plezier te hebben en pijn te vermijden. Maar hij bedoelde niet dat je altijd feest moet vieren; hij dacht dat je beter gelukkig kunt zijn met eenvoudige dingen.

Geen Pijn: Epicurus vond dat je pijn moet vermijden. Dit betekent niet dat je nooit iets moeilijks moet doen, maar dat je moet proberen om gezond en gelukkig te blijven.

Eenvoudig Leven: Hij dacht dat je niet veel spullen nodig hebt om gelukkig te zijn. Een eenvoudig leven zonder veel luxe is beter, omdat je dan minder zorgen heb

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bestaat er iets als de absolute waarheid?

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kunnen we bepalen wat het doel van ons leven is? 

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kunnen we bepalen wat het doel van ons leven is? 
Bespreek in twee of drietallen de onderstaande filosofische vragen. Tot welke antwoorden komen jullie? Probeer echt te luisteren naar de ander en open te staan voor ideeën.


1. Wat is geluk?
2. Wat is vriendschap?
3. Wat is de betekenis van vrijheid?
4. Wat is tijd?
5. Wat is goed en kwaad?
6. Wat is de zin van het leven?
7. Is logisch denken belangrijker dan emoties?

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aantekeningen:
Aantekeningen in je schrift updaten/extra info bij schrijven.

Extra uitleg:
Vraag Simon om extra uitleg over leerdoelen.
Tijd voor geschiedenis
Hoofdstuk 4: Griekenland
Paragraaf 4.3: Goden en wetenschappers 

Opdrachten: alles

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H2: Ik kan een beeld vormen van de geloofs- en denkwijze van het oude Griekenland.
S3: Ik kan uitleggen welke rol wetenschap had in de Griekse samenleving aan de hand van twee wetenschappers en hun wetenschappen.  

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wetenschap

Slide 24 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 25 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wetenschap oude Grieken
Een paar grootheden die een basis gelegd hebben voor onze moderne wetenschap zijn Archimedes, Pythagoras, Hippocrates en Herodotos. Archimedes was een wetenschapper die zich vooral bezighield met de wis- en natuurkunde. Hij heeft diverse uitvindingen gedaan die nog altijd gebruikt worden. Pythagoras is vooral bekend als wiskundige, maar hij heeft ook veel gedaan op het gebied van muziek. Hij heeft bijvoorbeeld een toonladder ontworpen. Hippocrates was een arts die veel voor de geneeskunde heeft betekend. Als één van de eerste nam hij aan dat er lichamelijke oorzaken voor ziekten zijn, in plaats van bovennatuurlijke ('goddelijke') oorzaken.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Je krijgt 2 filmpjes te zien
Ze gaan over 2 wetenschappers. Schrijf tijdens het filmpje in je schrift op waar zij wetenschappers van waren en hebben bedacht.

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aantekeningen:
Aantekeningen in je schrift updaten/extra info bij schrijven.

Extra uitleg:
Vraag Simon om extra uitleg over leerdoelen.
Tijd voor geschiedenis
Hoofdstuk 4: Griekenland
Paragraaf 4.2 + 4.3

Opdrachten: alles

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

S2: Ik kan de vier verschillende bestuursvormen noemen en uitleggen.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het bestuur van de stadstaat
      Inleiding: 4 manieren van besturen
       Elke stadstaat zijn eigen bestuur (onafhankelijk)
        4 manieren:
  •    Monarchie
  •    Aristocratie
  •    Tirannie
  •    Democratie

Slide 32 - Tekstslide

Werkvorm: introductie bestuursvormen dmv personalisatie van de bestuursvormen
Monarchie
Ander woord voor koninkrijk: een koning is de leider van de stadstaat en bepaalt de wetten en regels. 
Opvolging werd door erfgenaam bepaald.

Slide 33 - Tekstslide

Werkvorm: introductie bestuursvormen dmv personalisatie van de bestuursvormen
Aristocratie
Rijke families aan de macht. 
Rijke families hadden vaak veel land en bezit. Daardoor veel aanzien van mensen en daardoor veel macht. Zij bepaalden daardoor het bestuur van een stadstaat.

Slide 34 - Tekstslide

Werkvorm: introductie bestuursvormen dmv personalisatie van de bestuursvormen
Tirannie
Heerschappij waarbij de macht in handen is van een tiran, die een grote of absolute macht bezit en deze wreed, onrechtvaardig of in de vorm van onderdrukking uitoefent. Hij bepaalt!

Slide 35 - Tekstslide

Werkvorm: introductie bestuursvormen dmv personalisatie van de bestuursvormen
Democratie
   
     Democratie
  • Macht in handen van de burgers
  • Zij beslissen en stemmen
  • Daardoor worden wetten/regels
    bepaald.


Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Democratie in Athene
- 40 x per jaar een volksvergadering. Tijdens de vergadering werd er gesproken en gestemd over wetten over de stadstaat.
- Bijvoorbeeld: oorlog, vrede, geld en ambtenaren. 

  • Alleen deze mannen mochten stemmen. 
  • Athene was een directe democratie.  De burgers stemden zelf. 

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

S3: Ik kan uitleggen hoe de democratie is ontstaan en hoe het zich heeft ontwikkeld. 

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 39 - Video

Deze slide heeft geen instructies

S3: Ik kan uitleggen hoe de democratie is ontstaan en hoe het zich heeft ontwikkeld. 
Een zoon van Pisistratos, de tiran Hippias (527 - 510 v.Chr.) regeerde Athene op een heel wrede manier. De inwoners van de stad waren de tirannie zat en kwamen met een nieuwe vorm van bestuur: de democratie. De bestuurders werden voortaan gekozen. Dit gaf het hele volk van Athene macht en invloed op de politieke besluitvorming. Nou ja, niet het hele volk: je mocht in Athene pas meebeslissen als je het burgerrecht had. Vreemdelingen, tot slaafgemaakten, vrouwen en kinderen onder de achttien mochten niet meebeslissen in het bestuur.

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H1: Ik kan uitleggen waarom Griekenland bestond uit verschillende stadstaten.
S1: Je kunt uitleggen wat democratie is en hoe dit er in Athene uitzag.
- Democratie is dat inwoners zelf het land mogen besturen en mogen stemmen. 
- In Athene werd dit gedaan door volksvergaderingen te houden. Daarin zaten alleen Atheense mannen die regels en wetten mochten bepalen door te stemmen.

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 42 - Video

Deze slide heeft geen instructies

H1: Ik kan uitleggen waarom Griekenland bestond uit verschillende stadstaten.
S2: Je kunt voorbeelden van de Griekse en Romeinse bouwkunst noemen.

Romeinse bouwkunst: boogconstructies, koepels en gewelven.


Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

H1: Ik kan uitleggen waarom Griekenland bestond uit verschillende stadstaten.
S2: Je kunt voorbeelden van de Griekse en Romeinse bouwkunst noemen.

Griekse bouwkunst: gebruik van zuilen. 

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verder:
Tijd voor geschiedenis
Hoofdstuk 2: Grieken en Romeinen
2.2 De oude Grieken
Alle opdrachten

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht: Poster Oude Griekenland
Maak (in tweetallen) een kleine poster met zoveel mogelijk feitjes over het Oude Griekenland.

Wat kun je bijvoorbeeld vinden over de steden? Handelen? Bevolking? Politiek? Leger? Wetten? Leven?

Lever de poster de volgende les in bij je docent.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies