In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
📢 Welkom! 😎
📱 → Kluisje (je overleeft het, beloofd 😉)
📚 → Spullen op tafel
🚀 → Tijd voor taal!
Slide 1 - Tekstslide
Lezen
Slide 2 - Tekstslide
Lesopbouw
Wat weet je al?
Doel
Instructie
Oefenen
Zelfstandig werken
afsluiting 5 min voor einde les
Slide 3 - Tekstslide
Wat heb je de vorige les geleerd?
Slide 4 - Woordweb
Doel
Aan het einde van de les weet je hoe je formeel en informeel schrijft.
Slide 5 - Tekstslide
Slide 6 - Video
Informeel
Als je een berichtje stuurt aan een vriend(in) of je ouders, gebruik je informele taal: je schrijft je en jij en je gebruikt emoticons; je let niet zo op je spelling en je maakt je zinnen niet altijd netjes af. Je schrijft vaak zoals je spreekt.
Slide 7 - Tekstslide
Formeel
In zakelijke e-mails is dat anders. Daar gebruik je officiële taal, formeel taalgebruik. Let dan op de volgende punten:
• spreek de ander aan met u;
• gebruik nette woorden;
• schrijf in hele zinnen;
• gebruik niet te veel spreektaal.
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Heey, hoestie?
A
Formeel
B
Informeel
Slide 10 - Quizvraag
Geachte meneer/mevrouw,
A
Formeel
B
Informeel
Slide 11 - Quizvraag
Yo, wdj?
A
Formeel
B
Informeel
Slide 12 - Quizvraag
Met vriendelijke groet
A
Formeel
B
Informeel
Slide 13 - Quizvraag
Zelfstandig werken
Hoofdstuk 1.4 Schrijven en formuleren
opdracht: 4, 5, 6
Dit maak je online bij Talent in de leermiddelen. Dus niet in je boek!