ECO 3H MRN TW3 Les8 H4 31-3-25

Over de toetsweek en PO

  • Eind van de les een paar tips voor de toets (wat wél en wat niet leren)
  • PO nog niet af = nablijven. NIET maken in de les.
  • PO cijfers: in de toetsweek, ná de toets in Magister
  • Niet allemaal hetzelfde cijfer verdiend? Meld je bij mij, dan heb ik een gesprek met jouw groepje
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Over de toetsweek en PO

  • Eind van de les een paar tips voor de toets (wat wél en wat niet leren)
  • PO nog niet af = nablijven. NIET maken in de les.
  • PO cijfers: in de toetsweek, ná de toets in Magister
  • Niet allemaal hetzelfde cijfer verdiend? Meld je bij mij, dan heb ik een gesprek met jouw groepje

Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk 

Slide 2 - Tekstslide

Huiswerk 

Slide 3 - Tekstslide

Huiswerk 
679.000
opbrengsten
755.000
  76.000
  755.000
  winst

Slide 4 - Tekstslide

Huiswerk 

Slide 5 - Tekstslide

Huiswerk 

Slide 6 - Tekstslide

Huiswerk 

Slide 7 - Tekstslide

AFSCHRIJVEN
Wat zijn toch die afschrijvingskosten?

Slide 8 - Tekstslide

Stel...
Ik heb een bakkerij. Ik heb het eerste jaar € 250.000 omzet. Maar voordat ik start, heb ik veel spullen moeten aanschaffen. Samen kostten al die spullen mij € 250.000.
Klopt deze stelling: Ik kan in het eerste jaar nooit winst hebben gemaakt, want ik heb al mijn omzet nodig voor mijn investeringen.

Slide 9 - Tekstslide

AFSCHRIJVEN
Op je balans staat wat je bezit waard is.
Bezit wordt vaak steeds minder waard.
Zo'n waardevermindering noem je een afschrijving.

Op de resultatenrekening staat de afschrijving.

Slide 10 - Tekstslide

AFSCHRIJVEN
Je koopt een bestelbus van € 40.000
Over 5 jaar is deze nog 40% waard
Hoeveel is de afschrijving dan?
  • De waarde is nu: € 40.000

40.000
NU
5 jr

Slide 11 - Tekstslide

AFSCHRIJVEN
Je koopt een bestelbus van € 40.000
Over 5 jaar is deze nog 40% waard
Hoeveel is de afschrijving dan?
  • De waarde is nu: € 40.000
  • Over 5 jaar: 40% x € 40.000 = € 16.000
  • Afschrijving in 5 jaar:  € 24.000
  • Per jaar is dat: € 4.800

40.000
€ 16.000
NU
5 jr
- € 24.000

Slide 12 - Tekstslide

BTW 1

Een TV kost € 3.025 in de winkel.
De BTW is 21%
Hoeveel is de prijs exclusief BTW dan?
€ 3.025 : 1,21 = € 2.500 

Slide 13 - Tekstslide

BTW 2

Een tros bananen kost € 2,18 in de winkel
De BTW is 9%
Hoeveel cent is de BTW dan?
€ 2,18 : 1,09 = € 2,00. Dit is de verkoopprijs (excl. BTW)
9% daarvan is € 2,00 : 100 x 9 = € 0,18
Dus 18 cent

Slide 14 - Tekstslide

NIET voor de toets
  • Afschrijvingen berekenen
  • Mutaties aan de winst- & verliesrekening
Het helpt als je dit begrijpt, maar er zijn geen vragen over op de toets.
Wel moet je weten wat afschrijvingen zijn en welke posten (onderdelen) je op de balans en welke op de winst- en verliesrekening terugvindt en wanneer ze veranderen.

Slide 15 - Tekstslide

Oefenen voor de toets
  • H4§4 heeft geen nieuwe stof, maar extra (goede!) oefening
  • Opdracht 3 van H4§5 (vorige week uitgedeeld) is een heel goede oefening!
  • Kom de lastige opgaven in een keuze-uur maken!
  • Check het (hele!) filmpje over de balans op classroom
  • Leer alles wat in LessonUp staat

Slide 16 - Tekstslide

WEL voor de toets
  • De toets is 15 vragen, 29 punten
  • 20% gaat over H2§2 ; omzet, kosten en winst
  • 20% gaat over H4§1 ; begroten
  • 10% gaat over H4§2 ; de balans
  • 25% gaat over H4§3 ; de resultatenrekening
  • 25% gaat over H4§5 ; balansmutaties

Slide 17 - Tekstslide

Oefentoets
  • Volgende les een oefentoets van 10 vragen (+/- 40 minuten)
  • NEEM EEN REKENMACHINE MEE
  • Maken + bespreken in de les

Slide 18 - Tekstslide