Eind van de les een paar tips voor de toets (wat wél en wat niet leren)
PO nog niet af = nablijven. NIET maken in de les.
PO cijfers: in de toetsweek, ná de toets in Magister
Niet allemaal hetzelfde cijfer verdiend? Meld je bij mij, dan heb ik een gesprek met jouw groepje
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3
In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.
Onderdelen in deze les
Over de toetsweek en PO
Eind van de les een paar tips voor de toets (wat wél en wat niet leren)
PO nog niet af = nablijven. NIET maken in de les.
PO cijfers: in de toetsweek, ná de toets in Magister
Niet allemaal hetzelfde cijfer verdiend? Meld je bij mij, dan heb ik een gesprek met jouw groepje
Slide 1 - Tekstslide
Huiswerk
Slide 2 - Tekstslide
Huiswerk
Slide 3 - Tekstslide
Huiswerk
679.000
opbrengsten
755.000
76.000
755.000
winst
Slide 4 - Tekstslide
Huiswerk
Slide 5 - Tekstslide
Huiswerk
Slide 6 - Tekstslide
Huiswerk
Slide 7 - Tekstslide
AFSCHRIJVEN
Wat zijn toch die afschrijvingskosten?
Slide 8 - Tekstslide
Stel...
Ik heb een bakkerij. Ik heb het eerste jaar € 250.000 omzet. Maar voordat ik start, heb ik veel spullen moeten aanschaffen. Samen kostten al die spullen mij € 250.000.
Klopt deze stelling: Ik kan in het eerste jaar nooit winst hebben gemaakt, want ik heb al mijn omzet nodig voor mijn investeringen.
Slide 9 - Tekstslide
AFSCHRIJVEN
Op je balans staat wat je bezit waard is.
Bezit wordt vaak steeds minder waard.
Zo'n waardeverminderingnoem je een afschrijving.
Op de resultatenrekening staat de afschrijving.
Slide 10 - Tekstslide
AFSCHRIJVEN
Je koopt een bestelbus van € 40.000
Over 5 jaar is deze nog 40% waard
Hoeveel is de afschrijving dan?
De waarde is nu: € 40.000
€ 40.000
NU
5 jr
Slide 11 - Tekstslide
AFSCHRIJVEN
Je koopt een bestelbus van € 40.000
Over 5 jaar is deze nog 40% waard
Hoeveel is de afschrijving dan?
De waarde is nu: € 40.000
Over 5 jaar: 40% x € 40.000 = € 16.000
Afschrijving in 5 jaar: € 24.000
Per jaar is dat: € 4.800
€ 40.000
€ 16.000
NU
5 jr
- € 24.000
Slide 12 - Tekstslide
BTW 1
Een TV kost € 3.025 in de winkel.
De BTW is 21%
Hoeveel is de prijs exclusief BTW dan?
€ 3.025 : 1,21 = € 2.500
Slide 13 - Tekstslide
BTW 2
Een tros bananen kost € 2,18 in de winkel
De BTW is 9%
Hoeveel cent is de BTW dan?
€ 2,18 : 1,09 = € 2,00. Dit is de verkoopprijs (excl. BTW)
9% daarvan is € 2,00 : 100 x 9 = € 0,18
Dus 18 cent
Slide 14 - Tekstslide
NIET voor de toets
Afschrijvingen berekenen
Mutaties aan de winst- & verliesrekening
Het helpt als je dit begrijpt, maar er zijn geen vragen over op de toets.
Wel moet je weten wat afschrijvingen zijn en welke posten (onderdelen) je op de balans en welke op de winst- en verliesrekening terugvindt en wanneer ze veranderen.
Slide 15 - Tekstslide
Oefenen voor de toets
H4§4 heeft geen nieuwe stof, maar extra (goede!) oefening
Opdracht 3 van H4§5 (vorige week uitgedeeld) is een heel goede oefening!
Kom de lastige opgaven in een keuze-uur maken!
Check het (hele!) filmpje over de balans op classroom
Leer alles wat in LessonUp staat
Slide 16 - Tekstslide
WEL voor de toets
De toets is 15 vragen, 29 punten
20% gaat over H2§2 ; omzet, kosten en winst
20% gaat over H4§1 ; begroten
10% gaat over H4§2 ; de balans
25% gaat over H4§3 ; de resultatenrekening
25% gaat over H4§5 ; balansmutaties
Slide 17 - Tekstslide
Oefentoets
Volgende les een oefentoets van 10 vragen (+/- 40 minuten)