- Eigen schaduw = schaduw op het voorwerp zelf
- Slagschaduw = schaduw op de ondergrond
- Tegenlicht = je kijkt tegen het licht in.
- Zijlicht = licht vanaf de zijkant
- Meelicht = licht dat van achteren komt.
- Natuurlijklicht = licht van een natuurlijke lichtbron; zon, vuur
- Plasticiteit = schaduw
- Clair-obscur = eensterk contrast tussen licht en schaduw