In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
De eerste mens
Slide 1 - Tekstslide
Hoe zijn de eerste mensen ontstaan?
Slide 2 - Woordweb
Het ontstaan van
de mens
Vuur was er al bij het ontstaan van de aarde. De mens heeft het vuur als eerste kunnen beheersen. Hoe knap is dat?!
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Video
Van aap naar mens
Doordat het weer op aarde veranderde, verdwenen bomen en bossen en ontstonden grasvlaktes. Apen moesten hierdoor op de grond op zoek naar eten.
Slide 5 - Tekstslide
Hoe kon het dat apen in die tijd steeds meer op hun achterpoten gingen lopen?
A
Dan konden ze beter over het hoge gras heen kijken
B
Dan kregen ze geen vieze voorpoten
C
Ze moesten steeds verder lopen op zoek naar voedsel
D
Dat deden ze om beter te kunnen vechten
Slide 6 - Quizvraag
Ötzi
Meneer Ötzi is een van de oudste mensen die is gevonden in de bergen in Italië. Hij leefde ongeveer 5000 jaar geleden. In zijn buurt lagen ook gebruiksvoorwerpen en stukken kleding.
Slide 7 - Tekstslide
Hoe komt het dat Ötzi zo goed bewaard is gebleven?
A
Hij lag gewikkeld in
een linnen doek
B
Hij lag onder het ijs
C
Hij lag onder een
dikke laag stro
D
Hij lag in een stalen kist die luchtdicht was
Slide 8 - Quizvraag
Gletsjers
Naast de heuvels in Nederland, ontstaan er in de ijstijd ook gletsjers in wat we nu de Alpen noemen. Gletsjers ontstaan door bevroren laagjes sneeuw die over elkaar heen liggen. Het kan honderden jaren duren voordat die laagjes een gletsjer worden
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Video
Waar op aarde is het het koudst?
A
In Noord-Amerika
B
In Rusland
C
Op de polen
D
In Scandinavië
Slide 11 - Quizvraag
De ijstijd
Soms wordt het zo koud op aarde dat er een ijstijd ontstaat. Er valt veel sneeuw en water bevriest. Zelfs zo dat je over de zee kunt lopen!
Slide 12 - Tekstslide
Nederland raakte langzaam bedekt onder een laag ijs. Wat zien we hier tegenwoordig nog van terug?
A
In Friesland zijn er nog gletsjers te vinden
B
In Limburg bestaan nog ijstunnels
C
In Amsterdam is het water uit de kraan extra koud
D
In Drenthe vind je nog zwerfkeien die zijn meegesleurd door het ijs.
Slide 13 - Quizvraag
Jagers en boeren
De mens die nu leeft wordt de 'Homo Sapiens' genoemd.
De eerste mensen leefden in groepen bij elkaar. Ze jaagden op dieren en woonden nooit lang op dezelfde plek.
Slide 14 - Tekstslide
Waarom woonden jagers nooit lang op dezelfde plek denk je?
A
Ze trokken kuddes dieren achterna
B
Ze werden verdreven door andere mensen
C
Ze wilden veel van de wereld zien
D
Ze waren op de vlucht voor de Paw Patrol
Slide 15 - Quizvraag
Jagers maakten rotstekeningen van bijvoorbeeld de dieren waarop ze jaagden. De oudste schilderingen vind je in grotten in Frankrijk en Spanje. Deze tekeningen zijn wel 20.000 jaar oud !
Slide 16 - Tekstslide
Waarom maakten jagers rotsschilderingen van dieren?
A
Omdat ze bang waren voor de dieren
B
Dan kon je het dier makkelijker vangen
C
Om de grot te versieren
D
Er gebeurde dan iets magisch met de dieren
Slide 17 - Quizvraag
Hunebedden
Mensen geloofden niet dat het leven ophield nadat ze dood gingen. Ze verzamelden spullen in een graf die ze in hun volgend leven konden gebruiken (zoals gereedschap).
Zo'n graf gemaakt van grote keien noemen we een hunebed.
Slide 18 - Tekstslide
In welke provincie in Nederland vind je nog hunebedden?
A
Zeeland
B
Limburg
C
Drenthe
D
Noord-Holland
Slide 19 - Quizvraag
Wat aten de mensen uit die tijd?
Slide 20 - Woordweb
Graan
Grassen die je kunt eten noemen we graan. Graan is een verzamelwoord voor bijvoorbeeld gerst, haver en tarwe. De eerste boeren verbouwden dit zelf.
Slide 21 - Tekstslide
Wat werd er in die tijd het meeste gemaakt van graan?
A
Brood
B
Soep
C
Koek
D
Zaden
Slide 22 - Quizvraag
Slide 23 - Video
Spijkerschrift
Eerst maakten mensen eenvoudige afbeeldingen die ze in klei schreven. Later gebruikten ze steen waar ze met een hard voorwerp vormen in hakten. Zo ontstond het spijkerschrift.
Slide 24 - Tekstslide
Waarom wordt dit het spijkerschrift genoemd?
A
Er werd eerst geoefend op spijkerbroeken
B
De vormen werden met spijkers in steen gehakt
C
Alleen de s, p, i, j, k, e en r konden ze schrijven