Thema les: Klimaten

De wereld in handen?!
Bron: www.duurzaambedrijfsleven.nl
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeBasisschoolGroep 6

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

De wereld in handen?!
Bron: www.duurzaambedrijfsleven.nl

Slide 1 - Tekstslide

Klimaat
Bron: www.duurzaambedrijfsleven.nl

Slide 2 - Tekstslide

Themales Klimaten

Slide 3 - Tekstslide

Wat weet je al over:
Klimaat

Slide 4 - Woordweb

Wat zie je?

Slide 5 - Tekstslide

Wat ga je leren?
  • Je leert het verschil tussen het weer en het klimaat
  • Je leert welke 5 klimaten er zijn en waar ze voorkomen.

Slide 6 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen....?
De klimaatzone:
De klimaatzone is een (groot) gebied met ongeveer hetzelfde klimaat.
Het klimaat:
Het klimaat is het gemiddelde van het weer in een groot gebied over een periode van tenminste 30 jaar
Het weer:

Het weer is de temperatuur, wind en neerslag op een bepaald moment. 
Dit kan elk uur weer een beetje anders zijn.

Slide 7 - Tekstslide

Tropisch klimaat
woestijn klimaat
Middellandse zee klimaat
zee klimaat
land klimaat
pool klimaat

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Welke 5 klimaten gaan we leren
Bron:nl.wikipedia.org
bron:www.ruimtevaartindeklas.nl
het landklimaat
In gebieden met een landklimaat zijn de zomers erg heet en de winters erg koud. Er valt niet veel neerslag. Dit klimaat vind je alleen op het noordelijk halfrond, bijvoorbeeld in Rusland en Canada
het poolklimaat
Het poolklimaat is een erg koud klimaat. Het hele jaar valt er neerslag meestal in de vorm van sneeuw. Dit klimaat komt voor op de Noord- en Zuidpool en hoog in de bergen.
Bron:www.wur.nl/nl/show/Antarctica-zuidpool.htm 
Bron:bronmaken.wikiwijs.nl
Bron:www.betterplaces.nl
het zeeklimaat
Dit klimaat wordt ook wel het gematigd klimaat genoemd. Dit klimaat komt voor in landen die in de buurt van de zee liggen. Omdat de zee niet snel afkoelt en opwarmt, zijn de winters niet heel erg koud en de zomers niet heel erg heet. Het hele jaar valt er neerslag. Nederland, België en Engeland zijn bijvoorbeeld landen met een zeeklimaat.
het tropisch klimaat
In gebieden met een tropisch klimaat wordt het nooit echt koud. De gemiddelde temperatuur is 18 graden. Er valt het hele jaar door veel neerslag. Landen met een tropisch klimaat vind je rond de evenaar, bijvoorbeeld in Brazilië, een deel van Afrika en een deel van Azië
het droge klimaat
In gebieden met een droog klimaat, valt erg weinig neerslag. Er is een groot temperatuurverschil tussen de dag en de nacht. Gebieden met dit klimaat zijn bijvoorbeeld het noordelijk deel van Afrika en het binnenland van Australië. 

Slide 10 - Tekstslide

Het weer in een klimaatzone kan verschillen
* De zee heeft een temperende werking: minder sterk maken
De zee maakt de warmte minder warm en de kou minder koud
* De zon: Hoe dichterbij, hoe warmer
* De hoogteligging heeft ook invloed op de temperatuur. Hoe hoger je bent, hoe kouder het is . Boomgrens: voorbij deze plek groeien door de kou geen bomen meer
* De wind: sommige windsoorten zijn warm en sommige windsoorten zijn koud. Het ligt eraan waar de wind vandaan komt. 

Slide 11 - Tekstslide

Leven in droge gebieden
In steppen en woestijnen leven mensen die rondtrekken:
  • nomaden: ze hebben geen vaste woonplaats
  • Ze slapen in tenten
  • Als het voedsel op is, trekken ze verder
  • Soort landbouw = extensieve veeteelt -> weinig vee per hectare

Er zijn ook mensen die wel een vaste woonplaats hebben:
  • wonen in de oase
  • akkers krijgen water door irrigatie
Irrigatie = het kunstmatig natmaken van akkers. Dit kan door slootjes te graven of een pomp te gebruiken. Met de hand en een emmertje kan natuurlijk ook. Zo kunnen boeren in de oase voedsel verbouwen ondanks de droogte om hen heen.

Slide 12 - Tekstslide

Tropisch regenwoud        Savanne       Steppe       Woestijn 
Deze landschappen kom je tegen vanaf de evenaar:
Je ziet goed dat het steeds droger wordt...

Slide 13 - Tekstslide

Verwerkingsopdracht
Je maakt een kwartetspel over de 5 klimaten.


Je gaat dit doen samen met een groepje leerlingen 

Bron:www.maken.wikiwijs.nl
Bron:www.trainjeteam.nl

Slide 14 - Tekstslide

Stappenplan opdracht
2.
hoe ziet het eruit
1.
Je krijgt van de leerkracht het kopieerblad 'kwartetspel'  uitgedeeld.
3.
Je gaat op zoek naar informatie over de 5 klimaten. 
Je kunt hierbij bijvoorbeeld gebruik maken van het internet en/of van een atlas. 
Ga op zoek naar informatie die specifiek bij dit klimaat hoort. 
Je kunt hierbij denken aan: temperatuur, neerslag, dieren, planten, landen. 
4.
Je schrijft van elk klimaat 4 kenmerken op.
Deze 4 kenmerken schrijf je in de hokjes onder het grote vak.
In precies dezelfde volgorde, schrijf je deze kenmerken op de andere 3 kaartjes. 
Zoals je ziet staat er dan steeds een ander kenmerk in het gekleurde vak.
5.
Je maakt een tekening in het grote vak of je voegt een afbeelding toe.
6.

Als je spel klaar is, knip je de kaartjes uit en kan het spel beginnen.
Je kan het met je eigen groepje spelen, maar het is ook heel leuk om met het kaartspel van een ander groepje te spelen. 
Veel (leer)plezier!

Slide 15 - Tekstslide

Terugblik
Wat heb je geleerd?
  1. Je weet het verschil tussen het weer, het klimaat en klimaatzones;
  2. Je kent de 5 klimaten het (poolklimaat, het landklimaat, het tropisch klimaat, het zeeklimaat en het drogeklimaat
  3. Je kent een aantal specifieke kenmerken van elk klimaat(temperatuur, neerslag, dieren, planten, landen);

Slide 16 - Tekstslide

Vraag: Wat is 'het klimaat'
A
De temperatuur en de neerslag in een bepaald gebied
B
De gemiddelde temperatuur over 30 jaar
C
Het gemiddelde van de temperatuur en neerslag in een land
D
Het gemiddelde van het weer in een gebied over een periode van tenminste 30 jaar

Slide 17 - Quizvraag

Sleepvragen: Klik de prikkers aan en sleep ze naar de juiste afbeelding.
Bron:bronmaken.wikiwijs.n
Bron:www.wur.nl 
Bron:https://kite-extreme.nl/
Bron:https://verhalenvanzuidsinai.wordpress.com
Bron:https://nl.wikipedia.org
Het wordt hier meestal niet kouder dan 18 graden en het regent erg veel.
Hier groeien geen bloemen en bomen. In de warmste maand ligt de gemiddelde temperatuur tussen de 0 en 10 graden Celsius.
Het is hier heel erg droog. Het regent bijna niet. Er is een groot temperatuurverschil tussen de dag en de nacht. In deze gebieden groeien cactussen.  
Dit klimaat komt alleen op het noordelijk halfrond voor. Je kan hier beren in het wild tegenkomen. In de zomer kan het erg heet zijn en in de winter erg koud. Er valt niet veel neerslag.
Hier groeien veel loofbomen. Het is een prettig klimaat om te wonen. Het hele jaar valt er neerslag. De zomers zijn meestal niet super heet en de winters niet super koud. De zee heeft veel invloed op dit klimaat.

Slide 18 - Sleepvraag

Verwerkingsopdracht
Je maakt een kwartetspel over de 5 klimaten.


Je gaat dit doen samen met een groepje leerlingen 

Bron:www.maken.wikiwijs.nl
Bron:www.trainjeteam.nl

Slide 19 - Tekstslide