In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
Hoe vrij is de handel?
Slide 1 - Tekstslide
Wat weet je na de les?
waarom er niet overal vrijhandel is
welke belemmeringen er zijn voor de handel
wat de gevolgen zijn van vrijhandel
Slide 2 - Tekstslide
Als je een pakketje koopt via Aliexpress doe je aan...
Tip
Import = INport
Export= EXITport
A
Importeren
B
Exporteren
Slide 3 - Quizvraag
Als je via Vinted een shirt verkoopt aan iemand in Parijs doe je aan....
Tip
Import = INport
Export= EXITport
A
Importeren
B
Exporteren
Slide 4 - Quizvraag
Hoe kan de export van kaas voor meer werkgelegenheid in Nederland zorgen?
Slide 5 - Open vraag
Via de Rotterdamse haven komt jaarlijks voor 580 miljoen aan graan binnen. Dit wordt gelijk geëxporteerd naar Polen voor 620 miljoen. Hoeveel miljoen verdient Nederland aan doorvoer van graan? Schrijf alleen het getal op!
Tip
Doorvoer = doorverkopen op winst te maken
Slide 6 - Open vraag
In een jaar voert Nederland 438 miljoen vaten olie in. De gemiddelde prijs van één vat ingevoerde olie is € 39,50. Wat is de importwaarde? Schrijf alleen het getal op met miljoen/miljard erachter.
Exportwaarde = uitgevoerde hoeveelheid × prijs per eenheid
Importwaarde = ingevoerde hoeveelheid × prijs per eenheid
Slide 7 - Open vraag
Nederland importeert voor 230 miljoen aan alcohol. Heineken bier levert haar 384 miljoen op. De betalingsbalans is...
A
Positief
B
Negatief
Slide 8 - Quizvraag
Nederland exporteert meer voedsel dan dat zij importeert. Op de betalingsbalans is dit...
A
Positief
B
Negatief
Slide 9 - Quizvraag
Nederland exporteert meer voedsel dan dat zij importeert. Op de betalingsbalans is dit...
A
Positief
B
Negatief
Slide 10 - Quizvraag
In een jaar had Nederland een nationaal inkomen van € 900 miljard. De totale uitvoerwaarde was in dat jaar € 620 miljard en de totale invoerwaarde € 420 miljard. bereken de invoerwaarde ten opzichten van het nationaal inkomen. Alleen het antwoord, afronden op 1 decimaal.
Tip
invoer-/uitvoerwaarde : nationaal inkomen x 100
Slide 11 - Open vraag
In een jaar had Nederland een nationaal inkomen van € 900 miljard. De totale uitvoerwaarde was in dat jaar € 620 miljard en de totale invoerwaarde € 420 miljard. bereken de uitvoerwaarde ten opzichten van het nationaal inkomen. Alleen het antwoord, afronden op 1 decimaal.
Tip
invoer-/uitvoerwaarde : nationaal inkomen x 100
Slide 12 - Open vraag
De euro is nu 1,11 dollar waard. In april 2014 was de euro nog 1,40 dollar waard.' Is de koersdaling van de euro ten opzichte van de dollar gunstig of ongunstig voor de Nederlandse export naar de Verenigde Staten?
A
Gunstig
B
Ongunstig
Slide 13 - Quizvraag
Brocoli in suriname is 60 SRD. De euro staat in vergelijking met de SRD 1 op 10. Is het kopen van een broccoli gunstig of ongunstig in vergelijking met de Nederlandse brocoli?
A
Gunstig
B
Ongunstig
Slide 14 - Quizvraag
Binnen de EU hebben we:
Binnen de EU is er:
vrij verkeer van goederen en diensten
vrijhandel tussen de EU-landen. Je mag vrij goederen en diensten importeren en exporteren binnen EU-landen. Je hoeft bijvoorbeeld geen belasting (invoerrechten) te betalen.
vrij verkeer van personen
Inwoners van een EU-land mogen in een ander EU-land werken en wonen.
vrij verkeer van kapitaal
Je kunt je geld op een spaarrekening bij een bank in een ander EU-land zetten. En je mag geld investeren of beleggen in andere EU-landen
Slide 15 - Tekstslide
Verschillen tussen lidstaten
De lidstaten mogen ook veel regels zelf bepalen.Bijvoorbeeld:
Verschillende BTW tarieven
Elk land heeft zijn eigen btw-tarief.
Nederland heeft een BTW tarief van 21% In Duitsland is dit maar 16%
1
Milieuregels
Het komt voor dat het ene EU-land strengere milieuregels heeft dan een ander EU-land.
In Parijs mag je alleen een scooter rijden als hij elektrisch is.
2
Verschillende regels
Verschillende regels zorgen voor oneerlijke concurrentie tussen EU-landen. De Europese regering probeert de regels gelijk te trekken.
Op feest vakantie naar Spanje, daar mag je drinken.
3
Slide 16 - Tekstslide
Ik heb open grenzen en heb de euro.
A
Europa
B
Europese Unie
C
Europese Monetaire Unie
D
Geen
Slide 17 - Quizvraag
veel Europeanen hebben hier een vakantie huisje en vliegen/rijden zo het land binnen.
A
Europa
B
Europese Unie
C
Europese Monetaire Unie
D
Geen
Slide 18 - Quizvraag
We hebben een BTW tarief van 16%, hierdoor doen veel mensen boodschappen bij ons. Wel zo makkelijk, want ze hoeven niets omrekenen.
A
Europa
B
Europese Unie
C
Europese Monetaire Unie
D
Geen
Slide 19 - Quizvraag
Voor milieuregels werken we samen met andere landen. Als je bij ons op vakantie komt heb je wel een paspoort met visum nodig.
A
Europa
B
Europese Unie
C
Europese Monetaire Unie
D
Geen
Slide 20 - Quizvraag
Griekenland
A
Europese Monetaire Unie
B
Europese Unie
C
Geen
Slide 21 - Quizvraag
Denemarken
A
Europese Monetaire Unie
B
Europese Unie
C
Geen
Slide 22 - Quizvraag
Zwitserland
A
Europese Monetaire Unie
B
Europese Unie
C
Geen
Slide 23 - Quizvraag
Polen
A
Europese Monetaire Unie
B
Europese Unie
C
Geen
Slide 24 - Quizvraag
Protectiemaatregelen:
Binnen de EU is er:
Invoerrechten
(of douanerechten of importheffingen) heffen op ingevoerde producten. Deze producten worden daardoor duurder.
Contingentering
(of importquota): een maximum stellen aan het aantal producten dat mag worden ingevoerd.
Invoerverbod
bepaalde goederen mogen dan helemaal niet worden ingevoerd.
Exportsubsidie
de overheid geeft subsidie aan exporterende bedrijven. Die kunnen hun producten dan goedkoper aan het buitenland verkopen.
Slide 25 - Tekstslide
Europa besluit dat er maandelijks maar 100.000 vaccins geëxporteerd mag worden naar de VS.
A
Invoerrechten
B
Invoerverbod
C
Contingentering
D
Exportsubsidie
Slide 26 - Quizvraag
Als je een pakketje besteld boven de 25 euro moet je belasting betalen.