fases en faseovergangen

fases en faseovergangen

  • Ik kan de drie verschillende fases waarin een stof zich kan bevinden benoemen.
  • Ik kan op molecuul niveau uitleggen wat moleculen doen in bepaalde fases.
  • Ik kan de 6 verschillende faseovergangen benoemen.
  • Ik kan op molecuul niveau uitleggen wat voor verschillende mengsels er zijn.





1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

fases en faseovergangen

  • Ik kan de drie verschillende fases waarin een stof zich kan bevinden benoemen.
  • Ik kan op molecuul niveau uitleggen wat moleculen doen in bepaalde fases.
  • Ik kan de 6 verschillende faseovergangen benoemen.
  • Ik kan op molecuul niveau uitleggen wat voor verschillende mengsels er zijn.





Slide 1 - Tekstslide

3 fases 
Vast fase
De vaste fase is wanneer de stof het "koudst" is. 
De stof is dan nog niet voorbij het smeltpunt. 
Bij de stof ijs is het smeltpunt 0 graden celsius. onder 0 graden is de stof dus altijd vast.
vloeibare fase
Wanneer een stof in de vloeibare fase is, is de stof al voorbij het smeltpunt. De stof is dan tussen het smelt- en het kookpunt in. 
Water is al voorbij het smeltpunt ( 0 graden celsius) maar nog niet voorbij het kookpunt (100 graden celsius).
Gas fase
Wanneer een stof in de gas fase is is de stof al voorbij het kookpunt. in het geval van water is het dus al meer dan 100 graden celsius. Als een stof een gas is is het dus ook op zijn "warmst". 

Slide 2 - Tekstslide

In welke fase is pannenkoekenmix?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas

Slide 3 - Quizvraag

In welke fase is de lucht om ons heen?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas

Slide 4 - Quizvraag

In welke fase is een glas?
A
Vast
B
Vloeibaar
C
Gas

Slide 5 - Quizvraag

Vaste fase
vloeibare fase
Gas fase
Een tafel
Een scheetje
Frisdrank
yoghurt
Een laptop
lucht verfrisser
Pindakaas
Prik in frisdrank

Slide 6 - Sleepvraag

Sleep de neerslag naar de juiste fase.
Vloeibare fase:
Vaste fase:
dauw
hagel
regen
rijp
sneeuw

Slide 7 - Sleepvraag

Vloeibare fase
Vaste fase
Gasvormige fase

Slide 8 - Sleepvraag

In welke fase bevindt kwik zich als de temperatuur –60°C is? De fase is :  .................. 
                               smeltpunt                    kookpunt


vast
vloeibaar
gas

Slide 9 - Sleepvraag

6 fase overgangen 
faseovergangen
Er zijn drie verschillende fases. Maar een stof kan van de ene fase naar de andere fases gaan. Er zijn 6 verschillende fase overgangen tussen de 3 fases. 

Slide 10 - Tekstslide

6 fase overgangen 
Vast fase
Van de vloeibare fase naar de vaste fase (d) word stollen genoemd.
Van de gas fase naar de vaste fase (b) word rijpen genoemd.
vloeibare fase
Van de vaste fase naar de vloeibare fase (e) word smelten genoemd.
Van de gas fase naar de vloeibare fase (f) word condenseren genoemd.
Gas fase
Van de vloeibare fase naar de gas fase (g) word verdampen genoemd.
Van de vaste fase naar de gas fase (c) word sublimeren genoemd.

Slide 11 - Tekstslide

Stollen
Rijpen
Verdampen
Sublimeren
Smelten
Condenseren

Slide 12 - Sleepvraag

Welke faseovergang heeft plaats gevonden als je op het raam ademt en er verschijnen daar druppels.
A
Condenseren
B
Smelten
C
Stollen
D
Verdampen

Slide 13 - Quizvraag

Als je water kookt voor thee komt er stoom van het water af. Welke fase overgang is dat?
A
Rijpen
B
Stollen
C
Smelten
D
Verdampen

Slide 14 - Quizvraag

Als je een ijsje eet veranderd het ijs langzaam in een vloeistof. Hoe heet deze fase overgang?
A
Condenseren
B
Smelten
C
Stollen
D
Sublimeren

Slide 15 - Quizvraag

Hoe heten de faseovergangen?
smelten
stollen
verdampen
condenseren

Slide 16 - Sleepvraag

Faseovergangen en het weer
verdampen
stollen
rijpen
vervluchtigen
smelten
condenseren

Slide 17 - Sleepvraag

Fases 
van 
water
verdampen
condenseren
stollen
smelten
rijpen
vervluchtigen
/ sublimeren

Slide 18 - Sleepvraag

Sleep de juiste faseovergang naar de juiste plek.
a. Welke faseovergang vindt plaats van 1 naar 2?
b. Welke faseovergang vindt plaats van 2 naar 3?
c. Welke faseovergang vindt plaats van 3 naar 4?
d. Welke faseovergang vindt plaats van 4 naar 1?
Smelten
condenseren
verdampen
stollen

Slide 19 - Sleepvraag

Hoe ging de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 20 - Poll

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 21 - Open vraag

Waar wil je nog extra aandacht aan besteden?

Slide 22 - Open vraag