Oriëntatie op de kraamzorg

Oriëntatie op de kraamzorg
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Oriëntatie op de kraamzorg

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar ben je geboren?
THUIS
IN HET ZIEKENHUIS

Slide 2 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Wie kan een babyfoto van zichzelf laten zien?

Slide 3 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat was je geboortegewicht?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Ben je vernoemd naar iemand in je familie?
Ja
Nee

Slide 5 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je over kraamzorg?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Geschiedenis 
  • Tot eind 19e eeuw alleen thuisbevallingen
  • Na de bevalling kraamzorg door zogenoemde bakers
  • In die tijd was het woord 'hygiëne' nog niet uitgevonden 
  • Het sterftecijfer onder moeders en zuigelingen was hoog 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1890

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Modernisering
  • Aan het eind van de 19e eeuw kwamen er grote veranderingen op tal van gebieden. 
  • Zo ontdekte men de bacterie als oorzaak van allerlei ziekten en kwam men erachter dat handen wassen levens kon redden. 
  • De sterftecijfers werden lager

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Na de 2e wereldoorlog

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland nu
  • In Nederland bevallen veel vrouwen thuis.
  • Het aantal bevallingen thuis wordt wel steeds minder
  • De kraamverzorgende heeft een belangrijke rol in de zorg tijdens de bevalling en de periode direct na de bevalling, de kraamtijd.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Thuisbevallingen, de cijfers
 
In het onderzoek van Eenvandaag in samenwerking met Ouders van Nu (2021) bevalt 21 procent van de vrouwen thuis, 21 procent bevalt in een geboortecentrum, geboortehotel of poliklinisch. 58 procent van de vrouwen bevalt met een medische noodzaak in het ziekenhuis

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kiezen voor de kraamzorg

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Doel van de kraamzorg
  • Kraamzorg heeft als doel om rond de bevalling en in de eerste week na de geboorte ondersteuning te bieden in een gezin. 
  • Daarnaast zorgt de kraamzorg voor verzorging van de moeder en pasgeborene thuis. 
  • De kraamverzorgende geeft voorlichting en instructie aan de moeder en de rest van het gezin. 

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Landelijk indicatie protocol
  • Het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP) bepaalt voor kraamzorg organisaties hoeveel hulp er nodig is in een gezin. 
  • Hierin staat hoeveel uren zorg nodig zijn en welke factoren dat bepalen. 
  • Omdat dit een landelijk protocol is, is de kraamzorg in het hele land in grote lijnen gelijk.

Slide 16 - Tekstslide

Extra uren kraamzorg >  wanneer de kraamvrouw niet snel genoeg hersteld, na complicaties tijdens de bevalling, als de baby niet gemakkelijk opstart of wanneer borstvoeding nog niet goed op gang wil komen. Per onderdeel is het extra aantal uren bepaald.
Kraamzorg indicatie

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indicatiestelling
Indicatiestelling gebeurt op drie verschillende momenten:
  1. Tijdens de zwangerschap uiterlijk in de 34e week wordt een indicatie gesteld op basis van zorgbehoefte en/of wensen. Dit is de intake.
  2. Bij de start van het kraambed wordt ook een indicatie gesteld, de eerste herindicatie.
  3. Halverwege de kraamweek kan een tweede herindicatie plaatsvinden op basis van de gezinssituatie en eventuele problematiek.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indicatie factoren
  1. De lichamelijke en geestelijke conditie van de moeder
  2. Aandoeningen van moeder die al voor de zwangerschap aanwezig waren
  3. Borstvoeding of flesvoeding 
  • Wanneer de moeder borstvoeding geeft, heeft zij recht op meer uren kraamzorg dan wanneer de pasgeborene flesvoeding krijgt. 
  • Het duurt namelijk wat langer om het geven van borstvoeding onder de knie te krijgen dan het bereiden van een flesje.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zorgpakketten in de kraam
Het minimum pakket: 
  • De kraamzorg bestaat uit 24 uur zorg, verdeeld over acht dagen. 
  • Er is alleen zorgverlening aan moeder en kind
Het basispakket: 
  • De kraamzorg bestaat uit 45 of 49 uur zorg, verdeeld over acht dagen. 
  • Zorg voor de moeder en kind, huishoudelijke taken en zorg voor de andere gezinsleden. 
  • Indien de moeder flesvoeding geeft worden er uren geminderd

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bijzondere pakketten
Het meerzorgpakket
  • Wanneer er complicaties of bijzonderheden zijn in de gezinssituatie, is ook kraamzorg op maat mogelijk. 
  • Dit is maximaal 80 uur over tien dagen.
Het minderzorg pakket: 
  • Dit is vergelijkbaar met het minimum pakket.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wie gaat betalen??
  • Vanuit de basiszorgverzekering wordt kraamzorg vergoed voor iedereen. 
  • Ouders kunnen zelf hun kraamzorgcentrum regelen. 
  • Voorwaarde voor de vergoeding is wel dat het kraamzorgcentrum is aangesloten bij de verzekeraar. 
  • Is dit niet het geval dan gelden aangepaste regels. 
  • Ouders moeten ook altijd een wettelijke eigen bijdrage per uur betalen voor kraamzorg.

Slide 22 - Tekstslide

Voor kraamzorg thuis betaal je meestal een eigen bijdrage van € 5,40 per uur (2025). Voor de kraamzorg in ziekenhuis betaal je geen eigen bijdrage.
Bijzondere omstandigheden
  • Wanneer om medische redenen de bevalling of het kraambed in een ziekenhuis plaatsvindt, dan worden alle kosten vergoed vanuit de basiszorgverzekering.
  • Pas op het moment dat moeder en kind naar huis gaan moet weer een wettelijke eigen bijdrage worden betaald.
  • Voor bevalling in een kraamhotel geldt een hogere eigen bijdrage.

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VP presentatie verloskunde + kindergeneeskunde
Verloskunde en kindergeneeskunde zijn specialismen die al heel lang bestaan. Je gaat in vier groepen een presentatie maken. Twee groepen verzorgen een presentatie over de geschiedenis van de verloskunde. De andere twee groepen richten zich op de geschiedenis van de kindergeneeskunde. Bij beide onderwerpen richt één groep zich op de geschiedenis in relatie tot verschillende disciplines van vroeger tot nu en de andere groep op de geschiedenis in relatie tot verschillende materialen en voorzieningen van vroeger tot nu. Besteed ook aandacht aan de nieuwe ontwikkelingen die er zijn!

Zoek informatie en bereid een presentatie van ongeveer vijftien minuten voor. Je mag hiervoor ook bronnen zoals internet gebruiken.
Houd om de beurt de presentatie. Geef medestudenten na elke presentatie de mogelijkheid om vragen te stellen.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VZ presentatie Kraamzorg
 Jullie gaan in twee groepen een presentatie maken. Eén groep verzorgt een presentatie over de geschiedenis van de kraamzorg en op de geschiedenis in relatie tot verschillende disciplines van vroeger tot nu. De andere  groep richt zich op de kraamzorg van nu en op de geschiedenis in relatie tot verschillende materialen en voorzieningen van vroeger tot nu. Besteed ook aandacht aan de nieuwe ontwikkelingen die er zijn!

Zoek informatie en bereid een presentatie van ongeveer vijftien minuten voor. Je mag hiervoor ook bronnen zoals internet gebruiken.
Houd om de beurt de presentatie. Geef medestudenten na elke presentatie de mogelijkheid om vragen te stellen.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht voor volgende week, een interview
Interview twee vrouwen die kraamzorg hebben gehad: een vrouw die al oudere kinderen heeft, bijvoorbeeld je oma of een tante, en iemand die nog niet zo lang geleden is bevallen.

  • Waar bent u bevallen?
  • Welke taken deed de kraamverzorgende die toen bij u was?
  • Hoeveel kraamzorg kreeg u?
  • Wat weet u nog van de verloskundige?
  • Wat vond u goed aan de kraamzorg? Wat vond u minder goed?
Stel de volgende vragen en maak er een kort verslag van. Welke verschillen vallen
je op tussen de twee mensen die je hebt geïnterviewd?






Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies