ritme en tempo

Muziek: hoe gebruik je de juiste begrippen?
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
KunstMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Muziek: hoe gebruik je de juiste begrippen?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoelen
Je kan de juiste muzikale vormgevingsaspecten omschrijven met de juiste woorden
Je kent het verschil tussen maat en ritme 
Je kan uitleggen wat een melodie is


Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen

  • Oefenen met begrippen
  • Melodie, ritme, maat en klankkleur
  • Examenvraag: hoe pak je het aan? 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ritme - Maat
De maat is de onderliggende beat van de muziek, die 'voel' je vaak als je meeklapt. 
= de indeling van de muziek in gelijke eenheden van één of meerdere tellen;  
  • tweekwartsmaten (vb. in een mars), 
  • driekwartsmaten (vb. in een wals) en 
  • ...


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ritme - Maat
Ritme is de manier waarop de maat is ingedeeld, d.w.z. de duur van de noten. 

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke maatsoort heeft
Piano Man van Billy Joel?
A
vierkwartsmaat
B
driekwartsmaat

Slide 6 - Quizvraag

elke maat 3 tellen - heet ook wel een wals 

Melodie is...
A
Ritme + toonhoogte
B
Maat + toonhoogte
C
tempo + toonhoogte
D

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De opeenvolging van verschillende notenwaarden, zoals korte en lange tonen en rusten heet:
A
Tempo
B
Toonhoogte
C
Ritme
D
Dynamiek

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het ritme van de melodie is
A
snel
B
langzaam

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De tempo van dit nummer is
A
hoog
B
laag

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Niet alle geluiden klinken even hoog. Op de piano is dat goed te horen: wanneer je de toetsen van links naar rechts speelt, dan klinken de tonen steeds hoger. Hoog en laag in de muziek heet:
A
Tempo
B
Toonhoogte
C
Ritme
D
Dynamiek

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Muziek kan snel of langzaam klinken. Zo klinkt een dromerig slaapliedje meestal langzaam en een energieke song meestal snel. Snel en langzaam in de muziek heet:
A
Tempo
B
Toonhoogte
C
Ritme
D
Dynamiek

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is NIET van
toepassing op
dit fragment?
A
Solo's zijn geïntegreerd in het nummer
B
De muziek heeft een hoog tempo
C
Veel akkoordenwisselingen
D
De band speelt dienend aan de solo's (die staan centraal)

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Muziek kan hard of zacht klinken. Zo klinkt stevige metalmuziek meestal hard en rustige achtergrondmuziek meestal zacht. Hard en zacht in de muziek heet:
A
Tempo
B
Toonhoogte
C
Ritme
D
Dynamiek

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies