Onderzoek vaardigheden H&V

Onderzoek vaardigheden H&V
PO - havo/vwo - onderzoeksvaardigheden - periode 4
1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Onderzoek vaardigheden H&V
PO - havo/vwo - onderzoeksvaardigheden - periode 4

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • wat de verschillende meetinstrumenten zijn.
  • wat variabelen en hypothesen zijn en hoe we dit kunnen weergeven in een conceptueel model.
  • wat indicatoren en categorieën zijn.
  • wat de eisen aan onderzoek zijn. 
  • ik weet wat correlatie en causaliteit is. 


Wat moet je weten voor het examen?

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Week 1: 
Week 1: uitleg PO & 
Boekenmarkt – welk boek kies je?

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg PO 

Voor deze opdracht kies je een maatschappelijk vraagstuk dat jou aanspreekt. Dit kan gaan over ongelijkheid, duurzaamheid, technologie, politiek, gezondheid of een ander actueel probleem. Het bijzondere aan deze opdracht is dat je een boek uit de klassen catalogus als inspiratiebron gebruikt. Dit boek vormt de basis van je onderzoek: het helpt je de context te begrijpen, patronen te herkennen en kritische vragen te stellen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lezen met een onderzoekende blik: 
• Welke maatschappelijke problemen komen naar voren?
• Welke vragen roept dit op?
• Wat zou ik in het echt kunnen onderzoeken?
• Wie kan mij hier bij helpen?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Week 1: 
Week 2: 
Lezen en noteren

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lezen met een onderzoekende blik: 
• Hoe beschrijft de auteur de oorzaken en gevolgen van het probleem?
• Wie worden het meest beïnvloed door dit probleem?
• Welke rol speelt de overheid, het bedrijfsleven of maatschappelijke organisaties in dit probleem?
Waar kan ik betrouwbare informatie vinden? (bijv. CBS, SCP, kranten, wetenschappelijke artikelen) Zoek minimaal 2 bronnen.


Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Week 1: 
Week 3: 
Bronnen selecteren, meetinstrumenten & de inleiding 

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Maatschappelijke verschijnselen
Bij maatschappijwetenschappen doen we onderzoek naar processen en situaties die zich in de samenleving voordoen.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer iets onafhankelijk is van je eigen voorkeuren.
Objectief
Subjectief
Wanneer iets vanuit je eigen persoonlijke standpunt bekeken is. 
Objectief en subjectief
Bij het selecteren van bronnen is het belangrijk om rekening te houden met de objectiviteit van de bron.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Bronnen selecteren
Bij literatuuronderzoek is het belangrijk gebruik te maken van objectieve bronnen. Die kun je bepalen door te vragen: 
- Wat is het doel van het geschrevene?
- Wat is de bredere context?
- Hoe zijn woorden en afbeeldingen gekozen?
- Op welke manier is de informatie tot stand gekomen?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bronnen selecteren
Ook is het belangrijk dat een bron: 
- Betrouwbaar is: zekerheid dat de geleverde informatie correct is.
- Representatief is: een zo volledig mogelijke weerspiegeling van het verschijnsel of de groep waar het om gaat.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Enquête 📊
Een vragenlijst die wordt afgenomen onder een groep respondenten om meningen, ervaringen of gedragingen te meten.

Voorbeeld:
Een enquête onder middelbare scholieren om te meten of armoede hun schoolprestaties en toekomstverwachtingen beïnvloedt.
 tevredenheid met hun uiterlijk.


Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

1. Enquête 📊
🔹 Uitwerking 1: Onderzoek naar de relatie tussen sociale media-gebruik en zelfbeeld bij jongeren, waarbij respondenten vragen beantwoorden over hun schermtijd en tevredenheid met hun uiterlijk.

🔹 Uitwerking 2: Peiling onder huurders in achterstandswijken over hoe zij de invloed van stijgende woonlasten ervaren op hun financiële situatie.

Wat kun jij bedenken? 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Observatie 👀
Een methode waarbij gedrag in een natuurlijke omgeving wordt geanalyseerd zonder directe tussenkomst van de onderzoeker.

Voorbeeld:
Een onderzoeker observeert hoe klanten met een laag versus hoog inkomen reageren op prijskortingen in een supermarkt.

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2. Observatie 👀
🔹 Uitwerking 1: Studie naar groepsvorming op een middelbare school om te zien of sociale klassen invloed hebben op wie met wie omgaat tijdens pauzes.

🔹 Uitwerking 2: Observatie van interacties tussen automobilisten en fietsers in een drukke stad om te meten of verkeersgedrag verschilt op basis van vervoersmiddel en geslacht.

Wat kun jij bedenken? 

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Interview 🎤
Een gesprek waarbij de onderzoeker diepgaande informatie verzamelt over ervaringen, meningen of gevoelens.

Voorbeeld:
Interviews met jongeren die in armoede zijn opgegroeid om inzicht te krijgen in hoe dit hun school- en carrièrekeuzes heeft beïnvloed.

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3. Interview 🎤
🔹 Uitwerking 1: Gesprekken met docenten over hoe zij prestatiedruk onder hun leerlingen ervaren en welke gevolgen dit heeft op schoolprestaties.

🔹 Uitwerking 2: Interviews met migranten over hun ervaringen met integratie en de obstakels die ze tegenkomen in de Nederlandse samenleving?

Wat kun je zelf bedenken?

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Experiment 🧪
Een gecontroleerde situatie waarbij onderzoekers een variabele manipuleren om het effect op een andere variabele te meten.

Voorbeeld:
Een experiment waarbij twee groepen studenten dezelfde toets maken, maar de ene groep vooraf wordt verteld dat hun sociaaleconomische achtergrond invloed heeft op hun prestaties, om te testen of stereotype dreiging een effect heeft.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

4. Experiment 🧪
🔹 Uitwerking 1: Onderzoek naar de invloed van nepnieuws op opinievorming: één groep krijgt valse informatie te lezen, de andere groep correcte informatie, en daarna worden hun meningen gemeten.

🔹 Uitwerking 2: Een sociaal experiment waarin peuters kleding dragen die niet overeenkomt met hun biologische geslacht, om vervolgens te kijken of volwassenen onbewust genderstereotiep speelgoed aanbieden.

Slide 22 - Tekstslide

Na deze uitleg kunnen de leerlingen het werkblad invullen. Welke voor- en nadelen hebben de verschillende vormen van hun onderzoek. 
Kwalitatief en kwantitatief onderzoek
Kwalitatief
Kwantitatief
Onderzoek naar zaken die niet te kwantificeren zijn
Onderzoek naar zaken die kwantificeerbaar zijn
Bijvoorbeeld: interviews
Bijvoorbeeld: Veiligheidsmonitor

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inleiding:
✅ Kies een pakkende opening: begin met een citaat, statistiek of prikkelende stelling over jouw maatschappelijke vraagstuk.
✅ Introduceer het gekozen boek: leg uit waarom je dit boek hebt gekozen en hoe het aansluit bij je onderwerp.
✅ Geef de maatschappelijke relevantie aan: waarom is dit onderwerp belangrijk voor de samenleving?
✅ Benoem kort de onderzoeksaanpak: geef een overzicht van hoe je het onderzoek gaat uitvoeren (bijv. enquêtes, interviews).

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Week 1: 
Week 4:
Hoofdvraag, hypothese, variabelen & het conceptuele model 

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 26 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 27 - Tekstslide

Leerlingen maken het werkblad 'onderzoeksvraag' in tweetallen.
Klassikaal na bespreken.

Brainstorm hoofdvraag:
5 minuten:
Schrijf zoveel mogelijk hoofdvragen op.
Haal ze door het vragenmachientje.

5 minuten:
Laat nu AI zoveel mogelijk hoofdvragen bedenken aan de hand van je boektitel en verzamelde informatie. 

Slide 28 - Tekstslide

Leerlingen maken werkblad brainstorm

Dit is de hoofdvraag geworden: 

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoek: veiligheid in Leeuwarden

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hypothese:
Toetsbare stelling, een veronderstelling van hoe de werkelijkheid in elkaar zit.

Slide 31 - Tekstslide

Leerlingen maken werkblad brainstorm
Voorbeeld:
1️⃣ Meer politie op straat vermindert het aantal criminele incidenten in de binnenstad.
2️⃣ Cameratoezicht in uitgaansgebieden verhoogt het veiligheidsgevoel van bezoekers.
3️⃣ Slechte straatverlichting leidt tot een hoger aantal misdrijven in de avonduren.
4️⃣ Uitgaansgebieden met een hoge concentratie cafés en clubs kennen meer geweldsincidenten.
5️⃣ Mensen voelen zich veiliger in buurten met een hechte sociale gemeenschap.

Slide 32 - Tekstslide

Leerlingen maken werkblad brainstorm

Hypothese:

Slide 33 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Variabelen:
Onafhankelijke variabele:
De variabele die als oorzaak wordt gezien voor het veranderen van een andere variabele.
Afhankelijke variabele:
De variabele die wordt beïnvloedt door een of meer onafhankelijke variabelen.
De interveniërende variabele:
Het verband tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele komt tot stand of wordt beïnvloedt door een interveniërende variabele.

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onafhankelijke
variabele 
Afhankelijke
variabele 
Onafhankelijke variabelen - mogelijke oorzaken van (on)veiligheid:

🔹 Aantal politieagenten op straat
🔹 Cameratoezicht
🔹 Verlichting in de stad 
🔹 Aantal uitgaansgelegenheden 
🔹 Sociale cohesie en buurtbinding
Afhankelijke variabelen - het effect dat je meet:

🔹 Aantal geregistreerde misdrijven
🔹 Gevoel van veiligheid onder bewoners
🔹 Aantal geweldsincidenten 
🔹 Aantal politie-interventies en meldingen 
🔹 Sociale betrokkenheid 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Wat zouden in dit geval interveniërende variabelen kunnen zijn?

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

interveniërende variabele:
Factoren die het verband kunnen beïnvloeden:
🔹 Seizoensinvloeden – Is er meer criminaliteit in de zomer dan in de winter?
🔹 Economische omstandigheden – Is er een verband tussen werkloosheid en criminaliteit?
🔹 Toegankelijkheid van hulpdiensten – Hoe snel kan de politie of ambulance ter plaatse zijn?

Slide 37 - Tekstslide

Leerlingen maken werkblad brainstorm
Conceptueel model
In een conceptueel model wordt de invloed van variabelen weergeven, bijvoorbeeld:  
Verlichting
Veiligheidsgevoel

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interveniërende variabelen
Het verband tussen de onafhankelijke en de afhankelijke variabele komt tot stand of wordt beïnvloedt door een interveniërende variabele:
Verlichting
Veiligheidsgevoel
Hoeveelheid zon

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Week 1: 
Week 5: 
Meetinstrumenten en dataverzameling

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Operationaliseren:
De manier waarop de centrale verschijnselen in het onderzoek worden gemeten. Dit doe je aan de hand van indicatoren. 

Slide 41 - Tekstslide

Leerlingen maken werkblad brainstorm
Indicatoren
Met een indicator maak je een variabele meetbaar op een bepaald niveau, bijvoorbeeld:
Opleidingsniveau
Wat is uw hoogst genoten opleiding? 
- Basisschool
- Vmbo/mavo/mbo
- Havo of vwo
- Hbo
- Universiteit

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Welke indicatoren zou je gebruiken voor 'maatschappelijke betrokkenheid'?
Welke indicatoren zou je gebruiken voor 'maatschappelijke betrokkenheid'? 

Slide 43 - Open vraag

Voorbeelden zijn: uren vrijwilligerswerk per maand, deelname aan het publieke debat, aantal bijgewoonde demonstraties etc.
Taken:
📌 Operationalisatie: Maak een overzicht waarin je laat zien hoe je je variabelen gaat meten.
📌 Meetinstrument ontwerpen: Ontwikkel een enquête, interviewvragen, experiment planning of observatieschema.
📌 Pilot uitvoeren: Test je meetinstrument op een kleine groep om te controleren of de vragen duidelijk zijn.
📌 Definitieve dataverzameling plannen: Bepaal hoe en wanneer je data gaat verzamelen.
.

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Week 1: 
Week 6: 
Dataverzameling en analyse

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Correlatie:
Correlatie is de samenhang
tussen verschillende variabelen.

Bijvoorbeeld: gemiddelde cijfers en motivatie.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Causaliteit:
Causaliteit is een oorzakelijk verband tussen twee variabelen.

Bijvoorbeeld: aanwezigheid op school en gemiddelde cijfer. 

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taken:
📌 Dataverzameling uitvoeren: Voer je enquête of interviews uit en verzamel je gegevens.
📌 Data analyseren: Bekijk de uitkomsten en zoek naar patronen en verbanden.
📌 Correlatie of causaliteit? Bepaal of er sprake is van een correlatie of een oorzakelijk verband tussen de variabelen.
📌 Eerste conclusies trekken: Maak een samenvatting van je belangrijkste bevindingen.

.

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Week 1: 
Week 7: 
Conclusies en reflectie

Slide 49 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taken:
📖 Onderzoeksverslag schrijven: Werk je bevindingen uit in een gestructureerd verslag.
📌 Conclusies formuleren: Beantwoord je onderzoeksvraag op basis van je data en analyse.
📊 Kritische reflectie: Evalueer de betrouwbaarheid en beperkingen van je onderzoek. Wat ging goed? Wat had beter gekund?
📑 APA-bronvermelding controleren: Zorg ervoor dat je bronnen correct en volledig zijn vermeld.

.

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Week 1: 
Week 8: 
Presentatie en inleveren

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Taken:
📊 Onderzoekspresentatie maken: Bereid een korte presentatie (5 min.) voor waarin je jouw bevindingen uitlegt.
🔎 Laatste verbeteringen: Werk de feedback door en zorg dat je verslag en presentatie klaar zijn.
📌 Inleveren: Lever je onderzoeksverslag en presentatie op tijd in!


Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 53 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies