Past simple - irregular verbs

English today
March 24th, 2025
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

English today
March 24th, 2025

Slide 1 - Tekstslide

Agenda
  •  What to expect in period 4
  • grammar + words
  • practice 

Slide 2 - Tekstslide

Periode 4 planning
Tijdens periode 4 hebben jullie 2 toetsen: 

  • Grammatica en woordjes van Unit 5 + 6: week 20 (2 weken na meivakantie) (telt 1x)
  • Lees, luister, en schrijft toets tijdens toetsweek 4. (telt 2x)

Slide 3 - Tekstslide

Today's grammar 
Past simple and irregular verbs. We already did this in period 1 and 2! What do you remember?

Today we will specifically focus on how to use the irregular verbs during the past simple. 

Slide 4 - Tekstslide

Past simple 
Je gebruikt de past simple vorm als je het hebt over feiten, gewoonten etc. die in het verleden gebeurd zijn en nu helemaal klaar zijn.

Je kan het gebruik van de Past Simple ook herkennen aan bepaalde signaalwoorden, zoals yesterday, last week, three days ago, in 2015, etc.


Slide 5 - Tekstslide

Hoe maak je een past simple zin?
Je vormt de Past Simple door de stam van een werkwoord te pakken en daar –ed aan vast te plakken. Je gebruikt –ed alleen bij een positieve zin. Bij negatieve en vraagzinnen gebruik je "did (not)". Zie hieronder:

+ positieve zin: I walked to work yesterday 
- negatieve zin: I did not walk to work yesterday 
? vraag zin: Did I walk to work yesterday?

Slide 6 - Tekstslide

Past simple (irregular verbs)
Normaal gesproken zou je voor past simple -ed aan het einde van het werkwoord toevoegen. Maar bij een onregelmatig werkwoord is dat niet het geval! 

Onregelmatige werkwoorden zijn werkwoorden die niet aan een vaste regel volgen. Ze hebben hun eigen regels! 


Slide 7 - Tekstslide

Irregular verbs (onregelmatige werkwoorden)
Kijk naar het blad dat ik heb uitgedeeld. Hier zie je de 50 meest gebruikt onregelmatige werkwoorden. Vandaag gaan we kijken naar de eerste twee rijen: "base form" en "past simple". 

Deze moet je uit je hoofd kennen voor de toets.

Slide 8 - Tekstslide

Hoe maak je zinnen met de irregular verbs?
Bij een positieve zin gebruik je de past simple vorm van de onregelmatige werkwoorden. Bij negatieve en vraagzinnen gebruik je "did (not)" 

+ positieve zin: I ran to work last week. 
- negatieve zin: I did not run to work last week.
? vraag zin: Did I run to work last week?

Slide 9 - Tekstslide

Look at the photo: What did he do?

Slide 10 - Tekstslide

What did they do?

Slide 11 - Tekstslide

What didn't he do? (let op! negatieve zin)

Slide 12 - Tekstslide

Make a question about this photo (use an irregular verb)

Slide 13 - Tekstslide

Now in your book: 
page 9, 10 and 11
Exercise 1, 2 

Time left? Finish homework Exercise 3, 4 and 5

Slide 14 - Tekstslide