Hoe maak je een past simple zin?
Je vormt de Past Simple door de stam van een werkwoord te pakken en daar –ed aan vast te plakken. Je gebruikt –ed alleen bij een positieve zin. Bij negatieve en vraagzinnen gebruik je "did (not)". Zie hieronder:
+ positieve zin: I
walked to work yesterday
- negatieve zin: I did not walk to work yesterday
? vraag zin: Did I walk to work yesterday?