klas 3 jodendom 2

De geschiedenis van het jodendom 
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
LevensbeschouwingMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

De geschiedenis van het jodendom 

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
- Je leert over de Exodus, 
- Je leert over de diaspora,
- Je leert over de rol van de Tweede Wereldoorlog en het ontstaan van de staat Israël. 

Slide 2 - Tekstslide

Wanneer leefde Abraham?
A
4000 jaar voor Christus
B
2000 v. Chr.
C
500 v. Chr.
D
1500 na Chr.

Slide 3 - Quizvraag

Wie waren de aartsvaders?
A
Abraham, Jacob en Jozef
B
Adam, Abraham en Ezau
C
Abraham, Abel en Noach
D
Abraham, Isaak en Jacob

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het verbond dat Abraham met God heeft gesloten?

Slide 5 - Open vraag

Wat is het teken van dat verbind?
A
de davidsster
B
de besnijdenis
C
een tattoo
D
een zwaard

Slide 6 - Quizvraag

Wie leidt de Joden uit Egypte?
A
Mozes
B
Noach
C
Miriam
D
Jozef

Slide 7 - Quizvraag

Hoe heet de uittocht uit Egypte?

Slide 8 - Open vraag

Wat krijgt Mozes van God tijdens die reis?
A
de tien geboden
B
de tien plagen
C
een gouden kalf
D
de tempel

Slide 9 - Quizvraag

Aantekeningen 
- Abraham leefde ongeveer 2000 jaar voor Christus,
- Abraham, Izaäk en Jacob zijn de aartsvaders van het Joodse geloof.
- Mozes speelt ook een belangrijke rol, hij werd door God geroepen om het volk uit de slavernij te bevrijden: dit heet de Exodus en wordt herdacht met Pesach. 
- Mozes kreeg de stenen tafelen met de Tien Geboden. 

Slide 10 - Tekstslide

De diaspora

Slide 11 - Tekstslide

Wat betekent de diaspora?

Slide 12 - Open vraag

De Diaspora
  • Begon 70 na Christus,
  • Verspreiding van het Joodse volk over de hele wereld,
  • Verlies van thuisland,
  • Vasthouden aan identiteit en rituelen. 

Slide 13 - Tekstslide

Opdracht
  1. Zoek op wat het Joodse volk meenam aan gewoontes en rituelen naar de nieuwe landen waar ze deel van werden.
  2. Beschrijf waarom het belangrijk was voor het Joodse volk om zich vast te houden aan hun gebruiken en rituelen. 
  3. Beschrijf wat de gevolgen waren hiervan voor het samenleven in het nieuwe land. 

Slide 14 - Tekstslide

De Diaspora vervolg
De Middeleeuwen:
  • De grote opkomst van de Islam,
  • Maar ook de kruistochten tegen de Islam en later ook tegen het Jodendom,
  • De joodse mensen kregen de schuld van de pest en werden opgejaagd, 
  • Het antisemitisme nam toe. 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Aantekeningen 
- De diaspora is de verspreiding van het Joodse volk over de hele wereld,
- Dit begon in 70 na Christus.
- Het joodse volk is steeds in wisselende tijden zwaar vervolgd en opgejaagd, 
- Het joodse volk houdt ondanks de diaspora vast aan de eigen tradities en rituelen.

Slide 17 - Tekstslide

de periode na de Middeleeuwen
  • het Ottomaanse rijk: Palestina maakte daar deel van uit.
  • Luther: sterk anti joods: opkomst antisemitisme
  • Joodse mensen vestigen zich ook in Amsterdam,

Slide 18 - Tekstslide

Opdracht
  • Elk groepje krijgt een lootje met één van de volgende thema's: assimilatie, pogroms, zionisme, de neurenberger wetten en de wannsee conferentie,
  • Zoek 1. de betekenis in het algemeen, 2. een situatie binnen het Jodendom waarin dit speelt en 3. de impact hiervan 
  • Klassikale nabespreking

Slide 19 - Tekstslide

Hoe noem je de vervolgingen van joden Oost-Europa?

Slide 20 - Open vraag

Aantekeningen
  • assimilatie; zo sterk aanpassen aan de omgeving dat je niet meer herkenbaar bent als joods. 
  • zionisme; een beweging die strijd voor een joods thuisland.
  • pogroms; een razzia tegen de joden. 
  • Neurenberger wetten, ingevoerd in 1935 waardoor de joodse bewoners minder rechten kregen.
  • Wannsee-conferentie; hier wordt besproken hoe de moord op 11 miljoen europese joden beter georganiseerd kan worden. 

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

Wat vind je opvallend in de laatste video?

Slide 23 - Open vraag

Holocaust
- 75% van de Joden in Nederland worden vermoord.
- maar 5000 Joden keren na de oorlog terug uit de kampen naar Nederland, al hun bezittingen zijn weg. 

Slide 24 - Tekstslide

Genocide in 10 stappen
1. Classificatie; wij- zij
2. Symbolisering; symbolen om het onderscheid duidelijk te maken.
3. Discriminatie; beperk de rechten van de "zij"groep,
4. Ontmenselijking; schilder de "zij"groep af als raar, onwaardig en verraders. 
5. Organisatie; met bureaucratie werken aan vernietiging

Slide 25 - Tekstslide

Genocide in 10 stappen
6. Polarisatie dmv propaganda,
7. Voorbereiding; train de legers etc,
8. Vervolging; uit huis gezet worden en bezittingen afnemen,
9. Massamoord; het systematisch vermoorden van de slachtoffergroep,
10. Ontkenning; vernietigen van bewijsmateriaal, ontkennen waarheid. 

Slide 26 - Tekstslide