Bijvoeglijk naamwoorden: - Hebben een korte en lange vorm. De
harde wind - De wind is
hard.
- Bij de lange vorm komt er een e achter het bijvoeglijk naamwoord.
1. Zet een e achter het woord: mooi → mooie; flink → flinke.
2. Verdubbel de laatste letter en zet een e achter het woord: smal → smalle; knap → knappe.
3. Haal een a, e, o of u weg en zet een e achter het woord: groot → grote; puur → pure.
4. Verander een f in v en s in z en zet een e achter het woord: lief → lieve; wijs → wijze.
5. Combineer de derde en vierde manier: gaaf → gave; zinloos → zinloze.
6. Soms een trema op de ë toevoegen om de uitspraak correct te houden → officieel - officiële
- Stoffelijk bijvoeglijk naamwoorden: de houten vloer