B3: stikstofkringloop + quiz

Leerdoelen 6.3 kringlopen:
6.3.1 Je kunt de koolstofkringloop beschrijven.
6.3.2 Je kunt de stikstofkringloop beschrijven.
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo k, g, t, mavoLeerjaar 3

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Leerdoelen 6.3 kringlopen:
6.3.1 Je kunt de koolstofkringloop beschrijven.
6.3.2 Je kunt de stikstofkringloop beschrijven.

Slide 1 - Tekstslide

herhaling
1. Wat is biomassa?

2. Wat is het verschil tussen de piramide van biomassa en de piramide van aantallen?
timer
1:00

Slide 2 - Tekstslide

herhaling antwoorden
1. Wat is biomassa?
totale massa van alle energierijke stoffen van organismen van een schakel van een ecosysteem
2. Wat is het verschil tussen de piramide van biomassa en de piramide van aantallen?
biomassa is altijd piramide, aantallen hoeft geen piramidevorm te zijn
timer
1:00

Slide 3 - Tekstslide

1. Koolstofkringloop
Bij de koolstofkringloop kijk je alleen naar het atoom koolstof => dus de C

Tijdens fotosynthese en verbranding gaan de koolstofatomen van de ene stof over in de andere.

Dus van CO2, naar glucose, naar CO2

Slide 4 - Tekstslide

Maak alleen of in tweetallen opdracht 2 op blz 88 en 89

We kijken samen na
timer
5:00

Slide 5 - Tekstslide

Stikstof
-is een atoom wat wordt aangeduid met de letter N in het periodiek systeem.
Stikstof komt voor in verschillende verbindingen: NO2; N2O(lachgas); NO3 (nitraat); NH3 (ammoniak) etc
-alle organismen hebben stikstof nodig om bv DNA en eiwitten te maken.
-stikstof komt in de bodem o.a. voor als nitraat.

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Stikstofkringloop
Planten nemen nitraat (NO3) uit de bodem en bouwen eiwitten/DNA
  1. Mens/dier eten planteneiwitten en produceren natuurlijk afval
  2. bacteriën zetten eiwitten om in nitraat
  3. Kringloop rond: plant neemt nitraat op

Slide 8 - Tekstslide

Stikstofkringloop
1. Planten nemen nitraat op uit de bodem --> bouwen stikstof uit het nitraat in eiwitten in. 
2. Mensen en dieren eten planten of dieren en krijgen zo eiwitten binnen. 
3. Produceren van natuurlijk afval, daar zitten ook eiwitten in. 
4. Bacteriën zetten natuurlijk afval met stikstof om in nitraat.

Slide 9 - Tekstslide

Stikstofkringloop
Volg de pijlen, check of je in grote lijnen begrijpt wat er gebeurt.

Slide 10 - Tekstslide

Samen inoefenen/huiswerk
We maken samen opdracht 1, 3

Zelfstandig werken: opdracht 1 t/m 7
Dit is ook het huiswerk

Klaar kijk na met een nakijkboekje
Pak je leesboek of ga rustig iets voor jezelf doen

Slide 11 - Tekstslide

En nu eens kijken wat je al hebt begrepen van deze les!

Slide 12 - Tekstslide

Nitraat
Ammonium
Plant. eiwitten
Dierlijke
eiwitten
Stikstofgas

Slide 13 - Sleepvraag

Waar kan fotosynthese plaatsvinden
A
planten
B
dieren
C
schimmels
D
bacteriën

Slide 14 - Quizvraag

Wat stelt 4 voor?
A
fotosynthese
B
verbranding
C
Dode resten dieren
D
dode resten planten

Slide 15 - Quizvraag

Hoe wordt dit
genoemd ?
A
Voedselketen
B
voedselweb
C
kringloop

Slide 16 - Quizvraag

N-bindende bacteriën
in wortelknollen van planten
N-bindende bodembacteriën
Ammonium
Stikstof in atmosfeer
Planten
Ontbinders bacteriën en schimmels
Nitraten

Slide 17 - Sleepvraag

In een voedselpiramide van biomassa is er energieverlies door ....
A
verbranding en voeding
B
fotosynthese en voeding
C
verbranding en onverteerbare stoffen
D
Fotosynthese en onverteerbare stoffen

Slide 18 - Quizvraag

Welke piramide hoort waar?
Piramides van Biomassa
Piramides van aantallen

Slide 19 - Sleepvraag

Producent
 Consument
Reducent
Voedingsstoffen maken
Resten afbreken tot mineralen
Voedingsstoffen gebruiken

Slide 20 - Sleepvraag

Wie is de producent?
A
Pissebed
B
Kat
C
Kastanjeboom
D
Egel

Slide 21 - Quizvraag

Wie zijn reducenten?
A
Planten en dieren
B
Dieren en schimmels
C
Schimmels en Planten
D
Bacteriën en Schimmels

Slide 22 - Quizvraag

Horen afvaleters bij producenten, consumenten of reducenten?
A
producenten
B
consumenten
C
reduceren

Slide 23 - Quizvraag

Afvaleters
Consumenten
Reducenten

Slide 24 - Sleepvraag

De producenten in de voedselketen leggen door fotosynthese energie-arme CO2 vast in energierijke organische stoffen (glucose)
A
juist
B
onjuist

Slide 25 - Quizvraag

In welke schakel van de voedselketen is de hoeveelheid energierijke stoffen het grootst? Waardoor?
A
1e, doordat het aantal individuen het grootst is
B
1e, doordat uit elke schakel energie verdwijnt uit de voedselketen
C
2e, doordat het aantal individuen het grootst is
D
2e, doordat in elke schakel energie wordt opgenomen

Slide 26 - Quizvraag

Waar kan verbranding plaatsvinden?
A
Planten
B
Planten, dieren, schimmels en bacteriën
C
Schimmels, bacteriën, dieren
D
Planten, dieren

Slide 27 - Quizvraag

Een boom laat zijn bladeren vallen, de
mestkevers eten het afval op. Wat zijn de mestkevers?
A
Producenten
B
Consumenten
C
Reducenten
D
Afvaleters

Slide 28 - Quizvraag

Producent
 Consument
Reducent
Voedingsstoffen maken
Resten afbreken tot mineralen
Voedingsstoffen gebruiken

Slide 29 - Sleepvraag