In deze les zitten 22 slides, met tekstslides en 4 videos.
Onderdelen in deze les
thema 4 voortplanting
Slide 1 - Tekstslide
Afspraken
1. niet uitlachen
2. geen straat-taal
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen
- Je kunt uitleggen welke organen tot het voortplantingsstelsel behoren.
- Je kunt de delen van de geslachtsorganen van een man en een vrouw noemen, inclusief de overeenkomsten en verschillen.
- Je kunt de primaire geslachtskenmerken noemen.
Slide 3 - Tekstslide
Geslacht is te zien vanaf 11/12 weken
Ieder mens is anders. Dat begint al voordat je geboren bent. Iedere baby ontwikkelt zich op zijn eigen manier. Tijdens de zwangerschap wordt ook je geslacht bepaald.
Slide 4 - Tekstslide
Primaire geslachtskenmerken
Geslachtskenmerken vanaf je geboorte= primaire geslachtskenmerken.
De primaire geslachtskenmerken kun je deels aan de buitenkant zien:
• Een jongen herken je aan zijn penis en zijn balzak.
• Een meisje herken je aan haar vulva (vulvalippen, clitoriseikel en opening van de vagina).
Slide 5 - Tekstslide
Intersekse
Bij intersekse kunnen geslachtskenmerken van beide geslachten aanwezig zijn.
Slide 6 - Tekstslide
Intersekse
Soms blijkt pas in de puberteit dat iemand intersekse is.
In Nederland wordt er gemiddeld één keer per week een intersekse baby geboren.
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Video
Slide 9 - Video
Slide 10 - Video
Man
Bij de man is de top van de penis, de eikel, erg gevoelig.
De eikel is bedekt met een dunne huidplooi: de voorhuid. Deze beschermt de eikel. De voorhuid is zo ruim dat je deze over de eikel kunt terugtrekken.
Achter de penis hangt de balzak.
In deze huidplooi bevinden zich de teelballen.
De huid van de balzak kan gerimpeld of glad zijn, met haar of kaal.
Slide 11 - Tekstslide
In de balzak liggen twee teelballen= produceren zaadcellen. Dit zijn de geslachtscellen van de man.
Op de beide teelballen liggen de bijballen. Vanaf de bijballen lopen de zaadleiders langs de zaadblaasjes en de prostaat in de onderbuik van de man. De zaadleiders vervoeren de zaadcellen.
Bij de prostaat komen de zaadleiders uit in de urinebuis.
De urinebuis loopt door de penis.
Slide 12 - Tekstslide
Erectie
De rode delen heten 'zwellichamen'.
Zwellichamen vullen zich met bloed. Zo krijgt een man een stijve penis.
Een ander woord voor stijve penis is 'erectie'.
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Video
vandaag uitleg Vrouw
-doel 1: je kan de verschillende onderdelen benoemen inwendig en uitwendig
-doel 2: je weet wat het maagdenvlies is
Slide 16 - Tekstslide
In- en uitwendige geslachtsorganen
Bij de vrouw ligt het grootste deel van het geslachtsorgaan binnenin de onderbuik. Een vrouw heeft een :
baarmoeder, eileiders en eierstokken.
In elke eierstok zitten honderdduizenden onrijpe eicellen.
Eicellen zijn de vrouwelijke geslachtscellen.
Slide 17 - Tekstslide
In- en uitwendige geslachtsorganen
De vagina = kanaal naar de baarmoeder.
Vooraan in de vagina ligt het maagdenvlies. Het maagdenvlies is een randje weefsel aan het begin van de vagina. Het is geen dicht vlies. Sommige meisjes hebben geen maagdenvlies bij de geboorte.
Het grootste deel van de clitoris ligt inwendig. Dit inwendige deel bestaat uit zwellichamen. Als een vrouw seksueel opgewonden raakt, vullen de zwellichamen zich met bloed. Ze worden daardoor groter en steviger.
Slide 18 - Tekstslide
zijaanzicht
Als de eicel na de ovulatie wordt bevrucht door een zaadcel van een man, kan hij wel in leven blijven. In de baarmoeder kan de bevruchte eicel zich ontwikkelen tot een kind. De vrouw is dan zwanger.
Een eicel is de grootste menselijke cel (zie afbeelding 3). Een eicel is zo groot doordat hij veel reservevoedsel bevat. Dit reservevoedsel is nodig voor de eerste ontwikkeling nadat de eicel is bevrucht.