In deze les zitten 28 slides, met tekstslides en 1 video.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
De Balans
De (mutatie)Balans
De financiële administratie van een bedrijf
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Video
De Balans
Slide 3 - Tekstslide
De Balans
Debet
Credit
Een leerling heeft €100 spaargeld & geeft dit volledig uit aan snoep.
Hoe verwerken we dit in de balans?
Slide 4 - Tekstslide
De Balans
Debet
Credit
Eigen vermogen €100
Voorraad snoep €100
-------- +
€100
-------- +
€100
Onderaan de streep heb je nu aan beide kanten €100 staan. Zo kan je controleren dat je balans klopt. We kunnen nu zeggen : De balans is in balans!
Slide 5 - Tekstslide
De Balans
Debet
Credit
Voorraad snoep €100
Eigen vermogen €100
-------- +
€100
-------- +
€100
Vervolg opdracht:
De leerling heeft over het hoofd gezien hoeveel snoep deze heeft besteld. Zijn idee: Een rek aanschaffen om het snoep op op te slaan. Maar hij heeft geen geld meer, wat nu?
Oma schiet ten hulp, want die houd ook zo van snoepgoed, en leent haar kleinzoon €200. Het rek zelf kost de leerling €100. Van het overige geld stort (zet) hij €50 op de bank & behoud hij €50 als wisselgeld in zijn kassaatje.
Zet deze gegevens in de balans hierboven.
Slide 6 - Tekstslide
De Balans
Debet
Credit
Eigen vermogen €100
Lening oma €200
Inventaris (rek) €100
Voorraad snoep €100
Bank €50
Kas €50
-------- +
€300
-------- +
€300
Let op!
Balans is in balans
Slide 7 - Tekstslide
De Balans
les 2 Plek op de balans + mutatiebalans
Slide 8 - Tekstslide
De Balans
les 2 plek op de balans + mutatiebalans
Slide 9 - Tekstslide
De Balans
Plek op de Balans
Debet
Credit
Vaste Activa
Vlottende Activa
Liquide Activa
Eigen vermogen
Lang Vreemd vermogen
Kort Vreemd vermogen
Slide 10 - Tekstslide
De Balans
Plek op de Balans
Debet
Credit
Vaste Activa
Vlottende Activa
Liquide Activa
Eigen vermogen
Lang Vreemd vermogen
Kort Vreemd vermogen
gebouw machines
voorraad, debiteuren
kas, bank
Hypotheek, lening
crediteuren
Slide 11 - Tekstslide
De Balans
Plek op de Balans
Debet
Credit
Vaste Activa
Vlottende Activa
Liquide Activa
Eigen vermogen
Vreemd vermogen
Voorbeeld
Inventaris - Gebouw - Bedrijfswagens
(Gaat langer mee dan één jaar)
Voorbeeld
Voorraad - Debiteuren
(Gaat korter mee dan één jaar)
Voorbeeld
Kasgeld- Bank
Voorbeeld
Het overige dat geleend is, ookwel de schulden
Slide 12 - Tekstslide
De Balans
Mutatiebalans
Geeft aan welke balansposten toe-/afnemen.
Let goed op! Alleen de balansposten die veranderen en het bedrag waarmee ze veranderen zetten we op deze balans.
Slide 13 - Tekstslide
Mutatiebalans
Pak een blaadje
Slide 14 - Tekstslide
De Balans
Mutatiebalans
Je wilt op een jaarmarkt gaan staan en huurt hiervoor een stand voor 75,-. Je betaald deze per bank aan de organisatie.
Verwerk dit op de mutatiebalans.
Let goed op!
Op de balans staan alléén bezittingen en schulden!
Slide 15 - Tekstslide
De Balans
Mutatiebalans
Je wilt op een jaarmarkt gaan staan en huurt hiervoor een stand voor 75,-. Je betaald deze per bank aan de organisatie.
Verwerk dit op de mutatiebalans.
Let goed op!
Op de balans staan alléén bezittingen en schulden!
Bank -€75
--------------------------------
-€75
Eigen vermogen -€75
--------------------------------
, €75
Slide 16 - Tekstslide
De Balans
Mutatiebalans
De verdiende €40 euro wordt naar de bank gebracht om op de betaalrekening te zetten
Verwerk dit op de mutatiebalans
Slide 17 - Tekstslide
De Balans
Mutatiebalans
De verdiende €40 euro wordt naar de bank gebracht om op de betaalrekening te zetten
Verwerk dit op de mutatiebalans
Bank +€40
Kas -€40
---------------- €0
---------------- €0
Slide 18 - Tekstslide
De Balans
Mutatiebalans
Stel je voor dat er er snoep wordt verkocht voor €40. De inkoopwaarde van dit snoep is €20. Er wordt contant betaald.
Verwerk dit op de mutatiebalans.
Let goed op!
De voorraad is altijd op een balans gezet tegen de inkoopwaarde !
Slide 19 - Tekstslide
De Balans
Mutatiebalans
Stel je voor dat er er snoep wordt verkocht voor €40. De inkoopwaarde van dit snoep is €20. Er wordt contant betaald.
Verwerk dit op de mutatiebalans.
Let goed op!
De voorraad is altijd op een balans gezet tegen de inkoopwaarde !
Voorraad snoep -€20
Kas +€40
--------------------------------
€20
Eigen vermogen +€20
--------------------------------
€20
Slide 20 - Tekstslide
De Balans
Debiteuren & Crediteuren
Slide 21 - Tekstslide
De Balans
Debiteuren & Crediteuren
Debiteuren
Crediteuren
Slide 22 - Tekstslide
De Balans
Debiteuren
+
=
Een klant koopt een product bij jou op rekening. De post Debiteuren neemt in dit geval toe.
Slide 23 - Tekstslide
De Balans
Debiteuren
-
=
Een klant betaald zijn openstaande rekening terug aan jou na een bepaald krediettermijn. De post Debiteuren neemt in dit geval af.
Slide 24 - Tekstslide
De Balans
Crediteuren
+
=
Je koopt producten in bij een leverancier op rekening. Je hebt voor deze producten nog niet betaald, dus de post Crediteuren neemt toe!
Slide 25 - Tekstslide
De Balans
Crediteuren
-
=
Je betaald je openstaande rekening terug aan de leverancier na een bepaald krediettermijn. De post Crediteuren neemt in dit geval af.