In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Onderdelen in deze les
Zwangerschap
Zwangerschap, de placenta en tweelingen
Slide 1 - Tekstslide
Inhoud van de les
Bevruchting en innesteling
Ontwikkeling placenta en navelstreng
Bloedvaten van en naar de placenta
Welke organen werken er voor de geboorte nog niet?
Verschillende fasen van de geboorte
Tweelingen
Testen en onderzoeken tijdens de zwangerschap
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen:
Aan het einde van de les..:
1. Kun je uitleggen hoe een baby zich in negen maanden tijd ontwikkeld en wanneer welke belangrijke veranderingen plaatsvinden. Je kunt ook goed onderbouwen waarom deze veranderingen juist dan plaatsvinden.
2. Kun je uitleggen welke veranderingen er in de moeder plaatsvinden tijdens de zwangerschap, ook kun je uitleggen waarom deze veranderingen plaatsvinden.
Slide 3 - Tekstslide
Leerdoelen:
Aan het einde van de les..:
3. Kun je de verschillende fasen van de geboorte opnoemen.
4. Kun je de testen en onderzoeken die moeder en kind ondergaan tijdens en na de zwangerschap benoemen en uitleggen waarom deze onderzoeken gedaan worden.
5. Weet je welke veranderingen de baby moet ondergaan om van een warme natte baarmoeder naar een koude, droge buitenwereld te gaan.
Slide 4 - Tekstslide
Leerdoelen:
Aan het einde van de les..:
6. Weet je hoe meerlingen (bijv. tweelingen) kunnen ontstaan en weet je wanneer deze een-eiig, of twee-eiig zijn.
Slide 5 - Tekstslide
Wat is de "ovulatie ook al weer"?
Slide 6 - Open vraag
Bevruchting en innesteling
Bevruchting: na de ovulatie/ eisprong
Bevruchte eicel reist in 7 dagen
naar de baarmoeder >>
ondertussen Klievingsdelingen
Bevruchte eicel gaat zich
innestelen in het baarmoederslijmvlies
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Ovulatie
Bevruchting
klievingsdeling
Innesteling
Slide 10 - Sleepvraag
Tot week 8 spreken we van een embryo.
Vanaf week 9 noemen we het een foetus.
Na de geboorte noemen we het pas een baby.
Slide 11 - Tekstslide
De placenta
Na een paar weken groeit de placenta
Hiermee kunnen voedingsstoffen van
de moeder naar het embryo via de
navelstreng
Bloedvaten embryo/foetus stromen door
de placenta, langs het bloed van
de moeder -> geen bloedcontact
Slide 12 - Tekstslide
Placenta en navelstreng
Het embryo is door de navelstreng
verbonden met de placenta.
In de placenta:
Zuurstof en voedingsstofen van moeder naar het embryo
Afvalstoffen van het embryo naar de moeder
Slide 13 - Tekstslide
De navelstreng
Navelstrengslagaders (2): Hierin stroomt bloed van het embryo naar de placenta.
Navelstrengader (1): Hierin stroomt bloed van de placenta naar het embryo.
Slide 14 - Tekstslide
Welke (slag)ader vervoert wat in de navelstreng?
1
2
A gaat richting placenta
B is richting embryo/foetus
zuurstof
voedingsstoffen
afvalstoffen
Slide 15 - Sleepvraag
Welke organen werken er voor de geboorte nog niet?
Longen
Maag-darmkanaal
Lever
Nieren
Al deze organen krijgen bloed met voedingsstoffen om te groeien, ze werken alleen nog niet (optimaal).
Slide 16 - Tekstslide
De bevalling
De bevalling ontstaat grofweg uit drie 'hoofdfasen':
1. Onsluiting: begint met weeën, dit is het samentrekken van spieren in de baarmoederwand. De baarmoederhals en baarmoedermond worden wijder. --> De vruchtvliezen breken.
2. Uitdrijving: de vrouw werkt mee door persweeën. Het hoofdje van de baby komt als eerste naar buiten.
3. Nageboorte: is placenta + resten van navelstreng + vruchtvliezen.
Slide 17 - Tekstslide
Ontsluiting
Uitdrijving
Nageboorte
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Stuitligging en dwarsligging
Stuitligging: voetje of kontje komt eerst naar buiten.
Dwarsligging: baby ligt dwars in de baarmoeder met de rug richting de vagina.
Slide 20 - Tekstslide
Tweelingen
Een-eiige tweeling -> 1 eicel & 1 zaadcel.
- 1 eicel in bevrucht
Later in ontwikkeling scheidt het klompje cellen
zich tijdens de klievingsdelingen in tweeën.
Tweeeiige tweeling -> 2 eicellen & 2 zaadcellen
- 2 eicellen zijn bevrucht
2 verschillende eicellen zijn gerijpt en
vrijgekomen bij de ovulatie.
Slide 21 - Tekstslide
Testen en onderzoeken tijdens de zwangerschap
Zwangerschapstest: hiermee test je of je zwanger bent.
NIPT: dit is een bloedtest. Je kan ermee laten onderzoeken of het ongeboren kind het down-, edwards- of patausyndroom heeft.
13 weken echo: medisch onderzoek naar lichamelijke afwijkingen bij het ongeboren kind (geslacht kan nog niet bepaald worden!).
20 weken echo: onderzoek naar lichamelijke afwijkingen (open rug, open schedel, waterhoofd, hartafwijkingen, afwijkingen van de botten enzovoort). het geslacht is vaak al te bepalen.
Slide 22 - Tekstslide
Slide 23 - Tekstslide
Welk effect hebben schadelijke stoffen op het embryo?
Nicotine
Alcohol
Drugs
Rodehond virus
Slide 24 - Tekstslide
Miskraam
De meeste miskramen vinden plaats tijdens de eerste 12 weken van de zwangerschap.
Bij een miskraam sterft het embryo en wordt afgestoten.
Na 12 weken neemt de kans op een miskraam af.
Slide 25 - Tekstslide
Wat is "innestelen"
Slide 26 - Open vraag
Wat waren de drie 'hoofdfasen' van de bevalling
Slide 27 - Open vraag
Stelling: 'In de navelstrengslagaders stroomt het bloed van het embryo naar de placenta'