Past Simple + irregular verbs

Welcome to today's English lesson!
With Ms Frijns
1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welcome to today's English lesson!
With Ms Frijns

Slide 1 - Tekstslide

By the end of this lesson, you...
...have refreshed your memory on the past simple.
...you know how to use regular verbs in the past simple

Slide 2 - Tekstslide

Table of Contents
Vocabulary check
Explanation: Past simple regular verbs. 
Work by yourselves

Slide 3 - Tekstslide

Translate the following words to Dutch:
  1. The Siberian tiger is nearly extinct
  2. The deep sea researcher found a new species of fish.
  3. They educate people about the homeless crisis.
  4. Lions pray upon younger animals.
  5. She looks incredibly vibrant in that yellow dress.

timer
2:00

Slide 4 - Tekstslide

Translate the following words to Dutch:
  1. The Siberian tiger is nearly extinct. uitgestorven
  2. The deep sea researcher found a new species of fish. onderzoeker
  3. They educate people about the homeless crisis. onderwijzen
  4. Lions pray upon younger animals. jagen op
  5. She looks incredibly vibrant in that yellow dress. Levendig

Slide 5 - Tekstslide

Translate the following words to English:
  1. Young puppies are very speels
  2. When I go to school, I tend to go by openbaar transport. 
  3. The metro in London goes 24 hours a day!
  4. The omgeving of Nijmegen includes villages like Bemmel and Ooij. 
  5. They gedragen themselves very suspiciously. 


timer
2:00

Slide 6 - Tekstslide

Translate the following words to English:
  1. Young puppies are very speels. playful
  2. When I go to school, I tend to go by openbaar transport. public
  3. The metro in London goes 24 hours a day! Tube
  4. The omgeving of Nijmegen includes villages like Bemmel and Ooij. surroundings
  5. They gedragen themselves very suspiciously. behave


Slide 7 - Tekstslide

Write a sentence with one of these words. Make sure the meaning of the word is clear:
achieve - mammal - plain
timer
2:00

Slide 8 - Open vraag

Write a sentence with one of these words. Make sure the meaning of the word is clear:
cosy - benefit from - provide
timer
2:00

Slide 9 - Open vraag

Write a definition with one of these words:
scales - to contribute - captive
timer
2:00

Slide 10 - Open vraag

Past simple: regular verbs

Slide 11 - Tekstslide

Let's start simple...what are verbs?
Examples of verbs: (to) cook, (to) sing, (to) write, (to) think
A
bijvoegelijk naamwoord
B
lidwoorden
C
werkwoorden
D
zelfstandig naamwoorden

Slide 12 - Quizvraag

Let's start simple...what are verbs?

Er bestaan 2 soorten werkwoorden: 
  • regelmatige werkwoorden (regular verbs) (ik kook, ik kookte)
  • onregelmatige werkwoorden (irregular verbs) (ik loop, ik liep)


VERB = WERKWOORD

Slide 13 - Tekstslide

Welke tijdsvorm is de past simple?
Example: I was at the concert.
A
tegenwoordige tijd
B
verleden tijd
C
toekomende tijd

Slide 14 - Quizvraag

Let's start simple...what are verbs?

Er bestaan 2 soorten verleden tijd in het Engels: 
  • Past Simple
  • Past Continuous


PAST= VERLEDEN

Slide 15 - Tekstslide

Maak de volgende zin compleet:
Yesterday, I _______(jump) over the fence.

A
jump
B
jumps
C
jumped
D
jumpt

Slide 16 - Quizvraag

Infinitief (hele werkwoord)
Past simple
(verleden tijd)
(to) jump
 (I) jumped

Slide 17 - Tekstslide

Maak de volgende zin compleet:
Last year, she ________(follow) Barak Obama on instagram.
A
follow
B
follows
C
followed
D
followt

Slide 18 - Quizvraag

Infinitief (hele werkwoord)
Past simple
(verleden tijd)
(to) jump
 (I) jumped
(to) follow
(I) followed

Slide 19 - Tekstslide

Maak de volgende zin compleet:
When I was a kid, I ______(love) playing with Barbies.
A
love
B
loved
C
loves
D
lovet

Slide 20 - Quizvraag

Infinitief (hele werkwoord)
Past simple
(verleden tijd)
(to) jump
 (I) jumped
(to) follow

(I) followed
(to) love
(I) loved

Slide 21 - Tekstslide

Infinitief (hele werkwoord)
Past simple
(verleden tijd)
(to) jump
 (I) jumped
(to) follow

(I) followed
(to) love
(I) loved
Regelmatige werkwoorden in de verleden tijd vervoeg je door er "-ed" achter de zetten!
Dit is de past simple (verleden tijd)!

Slide 22 - Tekstslide

Natuurlijk zijn er uitzonderingen!

Slide 23 - Tekstslide

My rabbit                             (to die) yesterday.
You                             (to try) to bake a cake.
Drag the right word to the open place in the sentence to complete it. For every sentence, you will have 1 word left. 
Dieed
Died
tryed
tried

Slide 24 - Sleepvraag

Putin                                     (to ban) many things in Russia.
We                              (to travel) to Amsterdam by train.
Drag the right word to the open place in the sentence to complete it. For every sentence, you will have 1 word left. 
Baned
banned
travelled
traveled

Slide 25 - Sleepvraag

Exceptions Past Simple regular verbs
Click on the icon next to each sentence to see the exception. 

My rabbit died yesterday. 
You tried to bake a cake. 
Putin banned many things in Russia. 
We travelled to Amsterdam by train.
Wanneer een werkwoord eindigt op een "-e", zet je er alleen een '-d' achter. 
Wanneer een werkwoord eindigt op een "medeklinker + -y", vervang je "-y" voor "-ied". (try - tried, cry - cried, deny - denied)
Wanneer een werkwoord eindigt op een "korte klinker + medeklinker", verdubbel je de medeklinker en plak je er dan "-ed" achter. 
Wanneer een werkwoord meerdere lettergrepen heeft en eindigt in een '-L', verdubbel je de "-L" en zet je er dan '-ed" achter. 

Slide 26 - Tekstslide


Got it?
😒🙁😐🙂😃

Slide 27 - Poll

Past Simple
Wanneer gebruik je de past simple?
  1. De past simple gebruik je in de verleden tijd. 
  2. Als er een tijdsvorm in de verleden tijd staat (zoals yesterday, last summer etc.)

Hoe maak je de past simple?
Je maakt de past simple om de persoonsvorm te veranderen naar het hele werkwoord + ed

Voorbeelden:
I worked all day yesterday
We watched the show last week


timer
5:00

Slide 28 - Tekstslide

Over to you...
Work on the weektask. 

Slide 29 - Tekstslide