§4.4 Landbouw en milieu

§4.4 Landbouw en milieu
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

§4.4 Landbouw en milieu

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning
- Herhaling §4.3
- Leerdoelen
- Uitleg
- Video
- Huiswerk maken

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk begrip zoek ik: bedrijven die doen alsof ze milieubewust bezig zijn, terwijl dat in werkelijkheid niet zo is.
A
dumping
B
greenwashing
C
energietransitie
D
circulaire economie

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is "fast fashion"?
A
Mode die niet snel uit de mode raakt.
B
Mode die op een duurzame manier wordt geproduceerd.
C
Mode die lang meegaat en van goede kwaliteit is.
D
Mode die snel en goedkoop wordt gemaakt om aan de laatste trends te doen.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
  • Je weet wat monocultuur is.

  • Je begrijpt wat de voor- en nadelen zijn van intensieve veehouderij en monocultuur.

  • Je kunt uitleggen waarom biologische landbouw positief is voor het ecosysteem.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nederland; exportland
Na de Verenigde Staten is Nederland het grootste exportland van voedingsmiddelen ter wereld.

Dat terwijl Nederland 231 keer in de Verenigde staten past.

Hoe kan dat?
Landbouw Nederland: exportland

Slide 6 - Tekstslide

Na de Verenigde Staten is Nederland het grootste exportland van voedingsmiddelen ter wereld.
Dat terwijl Nederland 231 keer in de Verenigde staten past.
Hoe kan dat?
Wat is een monocultuur?
Als er in een kas of op een akker ...
A
... 2 of meer producten worden verbouwd
B
... maar 1 product wordt verbouwd
C
... 3 producten worden verbouwd

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Monocultuur
"Het verbouwen van één gewas op grote stukken grond."

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Landbouw in NL
Na de Tweede Wereldoorlog groeide de bevolking snel. Hierdoor steeg de voedselproductie.

Maar hoe moderniseerde Nederland de landbouw?
  • ruilen van kleine stukken land om grote stukken landbouwgrond te krijgen
  • specialiseren in één gewas (plantensoort) = monocultuur. Door de monocultuur raakt de grond voedingsstoffen kwijt en wordt het minder vruchtbaar, dit heet bodemdegradatie > dit kan ook ontstaan door langdurige droogte of het gebruik van zware machines.
  • veel tegelijk verbouwen, met behulp van kunstmest
snel oogsten door gebruik machines

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Intensieve veehouderij
"Een vorm van veeteelt waarin er veel dieren op een klein oppervlakte worden gehouden." 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Intensieve veehouderij
Voordeel:
Nadelen:
- Er kan veel en goedkoop worden geproduceerd.
- Vrijkomen van stikstof en methaan;
- Veel import van veevoer;
- Dieren hebben weinig ruimte en daglicht.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ecosysteem
"Een verzameling van planten en dieren die samen een geheel vormen."


Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gevolgen voor 
het milieu

Welke gevolgen heeft intensieve landbouw voor het ecosysteem?
  • schade door bestrijdingsmiddelen
  • weinig variatie van dieren en gewassen

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Biologische landbouw
"Landbouw waarbij zo min mogelijk kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt, en waarbij veel aandacht is voor een gezonde bodem en dierenwelzijn."

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Duurzame landbouw
Bij biologische landbouw is er meer aandacht voor:
  • dierenwelzijn
  • een gezonde bodem
  • een kleinere ecologische voetafdruk, door bijv. geen chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies