1.3 Democratie maakt plaats voor Fascisme

1.3 Democratie maakt plaats voor Fascisme
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

1.3 Democratie maakt plaats voor Fascisme

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
Herhalen
Quiz
Werken aan huiswerk
Afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

Herhalen
Wat is de Beurskrach?
Waarom werd de NSDAP door deze crisis populair?

Slide 3 - Tekstslide

Quiz
-Iedereen doe mee op eigen device
-Je gebruikt je eigen naam
- Je mag je mobiel/laptop pakken
timer
1:00

Slide 4 - Tekstslide

Wie was de eerste fascistische leider?
A
Adolf Hitler
B
Vladimir Lenin
C
Benito Mussolini
D
Stalin

Slide 5 - Quizvraag

Fascisme is een ...
Populair fascisme.
A
politieke beweging die gelooft in nationalisme en antidemocratie.
B
politieke beweging die gelooft in gelijkheid en militairisme.
C
politieke beweging die geloofd in gelijkheid en nationalisme.
D
politieke beweging die gelooft in gelijkheid en antidemocratie.

Slide 6 - Quizvraag

Wat betekent fasci di combattimento
A
mannen met roedebundels
B
Strijdgroepen (knokploegen)
C
groepen die anderen met bijlen aanvallen
D
fascistische beveiliging

Slide 7 - Quizvraag


Wat is GEEN kenmerk
van Fascisme?
A
Nationalisme
B
Een sterke leider
C
Gebruik van geweld
D
Racisme/Antisemitisme

Slide 8 - Quizvraag

Tekst
Kenmerk Fascisme (algemeen)
Kenmerk fascisme (Nazi-Duitsland)
Geen kenmerk fascisme
Leiderschapsbeginsel
Rassenleer
Gevoel boven verstand
Gelijkheid
Leefruimte voor het volk
Ongelijkheid
Antisemitisme
Parlement

Slide 9 - Sleepvraag

In 1919 wordt Duitsland een Republiek, hoe werd het land voorheen bestuurd?
A
Door een president
B
Door het parlement
C
Door de koning
D
Door de keizer

Slide 10 - Quizvraag

Veel Duitse soldaten voelen zich in 1918 verraden. Wie gaven ze de schuld voor het verliezen van de oorlog?
A
De joden
B
De linkse politici
C
De communisten
D
De socialisten

Slide 11 - Quizvraag

In de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog is er een hongersnood in Duitsland, wat is hiervan de hoofdoorzaak?
A
De meeste boeren moeten vechten
B
De economische blokkade van Engeland
C
Het platteland is door de oorlog verwoest
D
De strenge hongerwinter

Slide 12 - Quizvraag

De NSDAP staat voor...
A
Nieuwe Sociale Democratische Algemene Partij
B
Nationaal-Socialisten Duitsland Partij
C
Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij
D
Nationaal Socialistische Democratische Arbeiders Partij

Slide 13 - Quizvraag

Wat is de Beurskrach?
A
Een zware beurscrisis in 1929
B
Een economische bloeiperiode in de jaren '20
C
Een militaire confrontatie in de jaren '40
D
Een politiek schandaal in de jaren '30

Slide 14 - Quizvraag

Waar ontstond de beurskrach?
A
Amerika
B
Duitsland
C
Verenigd Koninkrijk
D
Frankrijk

Slide 15 - Quizvraag

Hoe kan het dat de beurskrach voor een economische crisis zorgde in Duitsland?
A
Amerika handelde veel met Duitsland
B
Amerika had Duitsland veel geld geleend
C
Duitsland had veel aandelen in Amerika

Slide 16 - Quizvraag

Waarom had Duitsland geld van Amerika geleend?
A
Met dat geld betaalden ze Engeland en Frankrijk
B
Dat geld was nodig voor voor de wederopbouw van Duitsland
C
Duitsland had geen geld na de Eerste Wereldoorlog

Slide 17 - Quizvraag

Welke politieke partij in Duitsland profiteerde van de economische crisis na de beurskrach?
A
de NSDAP
B
de Communistische partij
C
de sociaaldemocraten
D
De Liberalen

Slide 18 - Quizvraag

Zet in de juiste volgorde:
1
2
3
4
5
De NSDAP wordt opgericht
Op 11 november eindigd WO I
De Beurskrach
De NSDAP wordt de grootste partij
Verdrag van Versailles wordt ondertekend

Slide 19 - Sleepvraag

Mobiel opruimen
timer
0:30

Slide 20 - Tekstslide

aan de slag met huiswerk
Opdracht 9 a t/m e blz 10/11 van je werkboek

Slide 21 - Tekstslide