begintoets

begintoets
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

begintoets

Slide 1 - Tekstslide

Dit is...
A
5 eurocent
B
50 eurocent

Slide 2 - Quizvraag

Dit is...
A
€0,05
B
€0,50

Slide 3 - Quizvraag

Dit is...
A
10 eurocent
B
10 euro

Slide 4 - Quizvraag

Dit is...
A
€0,10
B
€10,00

Slide 5 - Quizvraag

Dit is....
A
20 eurocent
B
20 euro

Slide 6 - Quizvraag

Dit is....
A
€0,20
B
€20,00

Slide 7 - Quizvraag


Dit is...
A
50 eurocent
B
50 euro

Slide 8 - Quizvraag


Dit is...
A
€0,05
B
€0,50

Slide 9 - Quizvraag


Dit is...
A
2 euro
B
5 euro
C
10 euro
D
20 euro

Slide 10 - Quizvraag


Dit is....
A
5 euro
B
10 euro
C
100 euro
D
200 euro

Slide 11 - Quizvraag


Dit is...
A
5 euro
B
10 euro
C
20 euro
D
100 euro

Slide 12 - Quizvraag


Dit is...
A
10 euro
B
20 euro
C
50 euro
D
100 euro

Slide 13 - Quizvraag


Dit is...
A
10 euro
B
20 euro
C
50 euro
D
100 euro

Slide 14 - Quizvraag

voorbeeld
Maak €1,50

1 x 1 euro
1 x 50 eurocent

Slide 15 - Tekstslide

Maak €1,30

Slide 16 - Open vraag

Maak €2,50

Slide 17 - Open vraag

Maak €3,00

Slide 18 - Open vraag

Maak €3,50

Slide 19 - Open vraag

Maak €4,00

Slide 20 - Open vraag

Maak €4,20

Slide 21 - Open vraag

Maak €5,10

Slide 22 - Open vraag

Maak €6,00

Slide 23 - Open vraag

Maak €7,50

Slide 24 - Open vraag

Maak €8,30

Slide 25 - Open vraag

Maak €9,10

Slide 26 - Open vraag

Maak €10,00

Slide 27 - Open vraag

Wat kun je ongeveer kopen voor €1,00

Slide 28 - Open vraag

Wat kun je ongeveer kopen voor €5,00

Slide 29 - Open vraag

Wat kun je ongeveer kopen voor €10,00

Slide 30 - Open vraag

Wat is goedkoper

De tandenborstel
De elektrische tandenborstel
A
de tandenborstel
B
de elektrische tandenborstel

Slide 31 - Quizvraag

Wat is goedkoper?

Een zak chips
Een patatje oorlog
A
Een zak chips
B
Ee patatje oorlog

Slide 32 - Quizvraag


A
De fiets is het duurst.
B
De fatbike is het duurst.

Slide 33 - Quizvraag


A
Het pak melk is het goedkoopst.
B
De fles cola is het goedkoopst.

Slide 34 - Quizvraag

Hoeveel is
dit samen?
A
€2,00
B
€3,00
C
€4,00
D
€6,00

Slide 35 - Quizvraag

Hoeveel is
dit samen?
A
€3,00
B
€4,00
C
€5,00
D
€6,00

Slide 36 - Quizvraag

Hoeveel is
dit samen?
A
€3,00
B
€4,00
C
€5,00
D
€6,00

Slide 37 - Quizvraag

Hoeveel is
dit samen?
A
€2,00
B
€2,50
C
€3,00
D
€3,50

Slide 38 - Quizvraag

Hoeveel is
dit samen?
A
€2,00
B
€2,50
C
€3,00
D
€3,50

Slide 39 - Quizvraag

Hoeveel is
dit samen?
A
€2,00
B
€3,00
C
€4,00
D
€5,00

Slide 40 - Quizvraag

Hoeveel is
dit samen?
A
€3,00
B
€4,00
C
€5,00
D
€6,00

Slide 41 - Quizvraag

Wat zou je willen leren met geld rekenen?

Slide 42 - Open vraag

Slide 43 - Tekstslide