1. however = alhoewel (tegenstelling)
2. therefore = daarom (reden geven)
3. on the contrary = in tegenstelling
4. whereas = terwijl (tegenstelling)
5. Despite = ondanks (tegenstelling)
6. consequently = als gevolg (een gevolg aangeven)
7. as a result of = als resultaat
8. yet = maar toch (tegenstelling)