In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.
Lesduur is: 45 min
Onderdelen in deze les
Wat gaan we vandaag doen?
Herhaling hoofdstuk 4 paragraaf 3
Uitleg hoofdstuk 4 paragraaf 4
bespreken huiswerk
Maken opdrachten en inleveren via lessonup
Slide 1 - Tekstslide
Leerdoelen 4.3
1. Je weet wat technologische ontwikkelingen zijn
2. Je weet wat mechanisatie en automatisering is
3. arbeidsproductiviteit en hoe deze toeneemt
4. Berekenen van afschrijvingen
Slide 2 - Tekstslide
Mechanisatie is een voorbeeld van
A
automatisering
B
technologische ontwikkelingen
C
verbeteren van de arbeidsomstandigheden
D
arbeidsspecialisatie
Slide 3 - Quizvraag
In een bedrijf slijten machines en andere kapitaalgoederen door de jaren heen. Door het gebruik worden ze ieder jaar minder waard. Deze jaarlijkse waardevermindering van een kapitaalgoed noem je ook wel......
A
beschrijving
B
afschrijving
C
schade
D
verschrijving
Slide 4 - Quizvraag
De afschrijving per jaar kunnen we berekenen met de volgende formule: Afschrijving per jaar = aanschafprijs ÷ aantal gebruiksjaren
Noa koopt voor € 10.000 een nieuwe kopieerapparaat. Deze gaat vijf jaar mee. Hoeveel is de afschrijving per jaar?
A
€200
B
€2.000
C
€50.000
D
€5.000
Slide 5 - Quizvraag
De afschrijving per jaar kunnen we berekenen met de volgende formule: Afschrijving per jaar = aanschafprijs ÷ aantal gebruiksjaren
Noa koopt voor € 5.000 een nieuwe kopieerapparaat. Deze gaat vijf jaar mee. Hoeveel is de afschrijving per jaar?
A
€100
B
€1.000
C
€25.000
D
€5.000
Slide 6 - Quizvraag
§ 4.4 En het milieu?
De negatieve gevolgen van ons gedrag voor het milieu noem je milieuschade.
Mensen veroorzaken milieuschade door:
vervuiling van lucht, water en bodem
energieverbruik
verbruik van grondstoffen
afval
Slide 7 - Tekstslide
Milieuschade
De negatieve gevolgen van ons gedrag voor het milieu noem je milieuschade.Mensen veroorzaken milieuschade door:
vervuiling van lucht
energieverbruik
verbruik van grondstoffen
afval
Slide 8 - Tekstslide
Welke vormen van milieuschade zie jij op de afbeelding?
Slide 9 - Woordweb
Duurzaam produceren
Duurzaam produceren betekent produceren zonder schade voor mensen en milieu.
Dus: geen vervuiling van lucht, water en bodem, minder of geen energieverbruik, minder verbruik van grondstoffen en minder afval
Slide 10 - Tekstslide
Recycling
Van veel afval kunnen nieuwe materialen gemaakt worden. Dit noem je recycling.
Voordelen van recycling:
Er worden minder grondstoffen uit de natuur gehaald.
Er hoeft minder afval verbrand te worden.
Slide 11 - Tekstslide
Maatschappelijke kosten
Maatschappelijke kosten zijn de kosten van milieuvervuiling die door ons allemaal worden betaald.
Slide 12 - Tekstslide
Huiswerkopdrachten bespreken
Slide 13 - Tekstslide
Aan het werk!
Lees de theorie en begrippen op bladzijde 14 t/m 17
Maak de opdrachten 17 t/m 28
Vul de samenvatting op blz 17 in
Oefenopgaven 10 t/m 20 blz 29
maken opdrachten
Lees de theorie en begrippen van 4.4
Kies uit de volgende opdrachten:
opdrachten 4.4 witte blz. kies van iedere paragraaf 12 opdrachten
herhalingsopdrachten 4.4 alle opdrachten
plusopdrachten 4.4 alle opdrachten
maak de samenvatting in teams van 4.4
timer
15:00
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Video
Bekijk het volgende filmpje en beantwoord de volgende vragen.
Vertel in je eigen woorden wat recycling is.
Wat kun jij zelf doen om het recyclen te stimuleren?
Slide 16 - Tekstslide
Slide 17 - Video
Welke vorm van vervuiling is: Afval in de sloot gooien
A
Afval
B
Verbruik van grondstoffen
C
Energieverbruik
D
Vervuiling van lucht, water en bodem
Slide 18 - Quizvraag
Welke vorm van vervuiling is: Je supermarkt bonnetje op de stoep gooien
A
Afval
B
Verbruik van grondstoffen
C
Energieverbruik
D
Vervuiling van lucht, water en bodem
Slide 19 - Quizvraag
Duurzaam produceren is
A
Het hergebruiken van stoffen
B
Productie wat veel kost
C
Produceren zonder schade voor het milieu
D
Produceren voor het milieu
Slide 20 - Quizvraag
Waardoor wordt er geen milieuschade veroorzaakt?
A
door de vervuiling van lucht
B
door het planten van bomen
C
veel afval
Slide 21 - Quizvraag
Bij recycling wordt het afval hergebruikt
A
Waar
B
Niet Waar
Slide 22 - Quizvraag
maatschappelijke kosten wordt betaald door
A
Rutte
B
bedrijven
C
overheid
D
samenleving
Slide 23 - Quizvraag
milieuvervuiling door uitlaatgassen zijn maatschappelijke kosten (het kost de maatschappij geld)
A
ja
B
nee
Slide 24 - Quizvraag
Welk voordeel heeft het recyclen van grondstoffen?
A
Het bespaart grondstoffen.
B
De kwaliteit van producten wordt hoger.
C
Producten gaan langer mee.
Slide 25 - Quizvraag
maken opdrachten paragraaf 4.4 en inleveren door middel van foto
Slide 26 - Open vraag
Aan het werk!
Lees de theorie en begrippen op bladzijde 14 t/m 17
Maak de opdrachten 17 t/m 28
Vul de samenvatting op blz 17 in
Oefenopgaven 10 t/m 20 blz 29
maken opdrachten
Lees de theorie en begrippen van 4.3
Kies uit de volgende opdrachten:
opdrachten 4.3 witte blz. kies van iedere paragraaf 12 opdrachten
herhalingsopdrachten 4.3 alle opdrachten
plusopdrachten 4.3 alle opdrachten
alle rekenopdrachten 19 t/m 23
maak de samenvatting in teams van 4.3
timer
15:00
Slide 27 - Tekstslide
Willem koopt een laptop van € 900,-. De laptop gaat 6 jaar mee. Wat is de afschrijving per jaar?
Slide 28 - Open vraag
Tim koopt voor €28.500 een nieuwe bedrijfswagen. De auto gaat 6 jaar mee. Bereken de afschrijving per jaar.
Slide 29 - Open vraag
Wat is innovatie?
A
technologische ontwikkeling
B
uitvindingen doen
C
het toepassen van uitvindingen
D
investeringen van bedrijven
Slide 30 - Quizvraag
Wat is een afschrijving?
A
waardevermeerdering
B
boekwaarde
C
restwaarde
D
waardevermindering
Slide 31 - Quizvraag
Hoe bereken je de winst ook alweer?
A
Winst = Opbrengsten + Kosten
B
Winst = Opbrengsten
C
Winst = Opbrengsten/Kosten
D
Winst = Opbrengsten - Kosten
Slide 32 - Quizvraag
Noem een voorbeeld van een technologische ontwikkeling.
Slide 33 - Open vraag
Noem 3 productiefactoren (herhaling 4.1). De eerste letters van de woorden zijn: K A N