past simple vs present perfect + oefentoets

1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 16 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bord
Docent
 2c
sem 
mats
hannah
eline
mette
julliëtte
mikail
miles
max
kelle
joël 
kiki
nora
abel
nina
willemijn
neva
senna
fleur
maxim
jasper
lea
sara

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

2E

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welcome!
Today's lesson:
  1. Quick recap
  2. Mock test 
  3. Answering any questions

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We gebruik some bij...
1. Bevestigende zinnen
> We have some good ideas. 
> There are some apples on the table.

2. Vragen waarbij je verwacht dat het antwoord 'ja' is
> Can I have some water, please? 
> Could you lend me some money?

3. Vragen waarbij je iemand iets aanbiedt
> Would you like some sugar? 
> Do you need some help?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

We gebruiken any bij...
1. Alle ontkennende zinnen
> I don’t have any homework today.  
> They didn’t buy any souvenirs on their trip.  

2. Alle andere soort vragen
> Do you have any  brothers or sisters? (je weet het antwoord niet dus je kan geen ja verwachten)
> Is there any milk left in the fridge? 
3. Bevestigende zinnen met woorden als never, hardly, without.
> We arrived without any delay.
> There were hardly any people.

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

some & any 
Beide kan je combineren met bv. -thing, -body, -one en -where. Hiervoor gelden dezelfde regels.
+ bevestigend
You need to drink something
I need somebody to help me. 
I need someone's guidance. 
I left my keys somewhere in the living room.
- ontkennend
I don't want anything.
I don't need anybody's help. 
She doesn't need anyone's guidance. 
I can't find my keys anywhere.
? vraag met positief antwoord / om iets aan te bieden
Would you like something to drink?
Can somebody help me with this?
Can someone help me with this?
Shall we go somewhere nice this weekend?
? alle andere vragen
Did you buy anything at the store?
Does anybody know the answer?
Do you know anyone who owns this car?
Do you see her anywhere

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Possessive pronouns 
wanneer je wilt aangeven van wie iets is, gebruik je een possessive pronoun (bezittelijk voornaamwoord)
1) Bezittelijk voornaamwoord met zelfstandig naamwoord.
  •  my, your, his, her, our, their (mijn, jouw/jullie, zijn, haar, onze, hun)
''Her painting is beautiful!''

2) Bezittelijk voornaamwoord zonder zelfstandig naamwoord erachter. 
  •  mine, yours, his, hers, ours, theirs (de mijne, de jouwe, van hem, van haar, van ons, van hen)
''This painting is hers''

  •  of mine, of yours, of his, of hers, of ours, of theirs (van mij, van jou/jullie, van hem, van haar, van ons, van hun)
''I saw a beautiful painting of hers in the gallery last week.''

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present perfect
I/They/We/You + have + whole verb+ed
He/she/it + has + whole verb+ed
onregelmatige ww= 3e rijtje
To see, yesterday I saw, I have seen
  •  Ervaringen tot nu toe> I have never been to Italy.  / Has she ever tried sushi before?
  •  In het verleden begonnen, is nu nog steeds aan de gang> He has lived here since 2010. 

Signaalwoorden: ever, never, yet, before, already, since, for, just
Past simple
I/they/we/you/she/he/it verb+ed
Onregelmatige ww= 2e rijtje 
To see, yesterday I saw, I have seen
  •  Iets wat in het verleden is gebeurd + afgerond > He cooked dinner last night.

Signaalwoorden: yesterday, a while ago, last year, in .. (2005), last weekend, this morning etc.

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Present perfect
I/They/We/You + have + whole verb+ed
He/she/it + has + whole verb+ed
onregelmatige ww= 3e rijtje
To see, yesterday I saw, I have seen
  •  Ervaringen tot nu toe> I have never been to Italy.  / Has she ever tried sushi before?
  •  In het verleden begonnen, is nu nog steeds aan de gang> He has lived here since 2010. 
Signaalwoorden: ever, never, yet, before, already, since, for, just
Past simple
I/they/we/you/she/he/it verb+ed
Onregelmatige ww= 2e rijtje 
To see, yesterday I saw, I have seen
  •  Iets wat in het verleden is gebeurd + afgerond > He cooked dinner last night.
Signaalwoorden: yesterday, a while ago, last year, in .. (2005), last weekend, this morning etc.
Past continuous
I /he/she/it+ was + whole verb +ing 
They/We/You + were + whole verb +ing
  •  Iets was aan de gang op het moment waarover gesproken wordt. > We were reading a book last night.
  • Als een handeling bezig was (past cont.) en deze onderbroken wordt (past sim.) > She was walking her dog when she saw het friend.

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Past continuous


Gebeurtenis 2:  gebeurt tussendoor
Gebeurtenis 1: duurt het langst

Hetgeen wat het langst duur = past continuous
Hetgeen wat tussendoor gebeurt = past simple

1.While they were watching TV, the power went out.
2.I was driving home when I saw the accident.
3.The phone rang while I was cooking.
4.When her friend called, she was studying.

Slide 12 - Tekstslide

Hierna mogen ze werken aan de opdracht ''grammar past tenses mixed exercise'' dit doe ik met dit groepje gezamenlijk de rest doet dit individueel. ik geef bijvoorbeeld elk leerling de beurt en de rest schrijft mee.
Uiteindelijk laat ik ze exercise 3 individueel doen en dan mogen ze het nakijken 
pp (present perfect)
Signaalwoorden 
  • ever 
  • never 
  • yet 
  • before 
  • already 
  • since 
  • for 
  • just

ps (past simple)
Signaalwoorden
  • yesterday 
  • a while ago 
  • last.. ( year, week etc.) 
  • in .. (2005)
  • the other day
  • this morning

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lees de volgende zinnen en onderstreep het signaalwoord. Schrijf daarna op of de zin in de past simple of present perfect staat.
Voorbeeld: I ___ already ___  my homework.> already = present perfect
  1. She ____ to Spain last summer.
  2. _____ you _____ eaten sushi?
  3. They _____ to a new house in 2020.
  4. We _____  each other for five years now.
  5. He ______  me this morning.
  6. I ________never _____ that movie before.
  7. She just _______the building.
  8. _______ you ______Paris yet?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vul nu met behulp van je antwoorden van de vorige oefening jouw antwoord in.
Voorbeeld: I ___ already ___ (to do) my homework.> have , done
  1. She __________ (to go) to Spain last summer.
  2. _____ you _____ (to eat) sushi?
  3. They ___________ ( to move) to a new house in 2020.
  4. We ____________ (to know) each other for five years now.
  5. He ______(to not call)  me this morning.
  6. I ________(to never see) that movie before.
  7. She ________just ___________( to leave)the building.
  8. _______ you ______( to visit) Paris yet?

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mock test
- Move your tables apart.
- You have until the end of the lesson to finish your mock test.
- Once you've finished you can come to me and grab the answer sheet. Check your answers and which grade you got. 

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies