Oefentoets V3B

Oefentoets Waarneming en regeling
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Oefentoets Waarneming en regeling

Slide 1 - Tekstslide

BS 1: Waarneming

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen B1. Waarneming
- Je kunt de werking van zintuigen beschrijven.
- Je kunt de zintuigen noemen met hun ligging en hun prikkel.
- Je kunt uitleggen wanneer zintuigen prikkels omzetten in zenuwimpulsen.

Slide 3 - Tekstslide

Omschrijf wat een zintuig is.

Slide 4 - Open vraag

Zintuigcellen vangen 1)_______ op. Hierdoor ontstaan 2) _________in de zintuigcellen. Impulsen worden van de zintuigen via 3) _________naar de 4)__________geleid. De hersenen verwerken de impulsen die van de zintuigen afkomen.

Gebruik de volgende begrippen voor de lege ruimtes: prikkels, impulsen, zenuwen en hersenen.

Slide 5 - Open vraag

Welke zintuigen hebben we in het huid zitten?

Slide 6 - Open vraag

Zet de stappen voor deze waarneming in de juiste volgorde
Je telefoon gaat af
Zenuwen leiden de impulsen naar je hersenen.
Je oor vangt het geluid op.
Zintuigcellen in je oor zetten de geluidsprikkels om in impulsen.
In je hersenen neem je waar dat je telefoon af gaat.

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is het verschil tussen een prikkel en een impuls.

Slide 8 - Open vraag

Pijnpunten zijn zintuigen in het huid
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

voor een niet adequate prikkel is de de prikkeldrempel lager dan voor een adequate prikkel
A
waar
B
niet waar

Slide 10 - Quizvraag

Isabel draagt een horloge om haar pols. Ze heeft het horloge al de hele dag om en ze voelt het horloge niet meer 'zitten'.

Hoe kan worden verklaard dat Anna het horloge om haar pols niet meer voelt?
A
Het horloge geeft geen adequate prikkel. Daardoor ontstaan er in de drukzintuigcellen weinig impulsen.
B
Het horloge is te licht, de prikkel bereikt de drempelwaarde niet. Daardoor ontstaan in de drukzintuigen geen impulsen.
C
Wanneer een prikkel enige tijd aanhoudt, ontstaan er in de drukzintuigcellen minder impulsen.

Slide 11 - Quizvraag

Is de prikkel sterk genoeg voor het ontstaan van een impuls? Leg je antwoord uit.

Slide 12 - Open vraag

De impuls die ontstaat in het rechter plaatje is veel sterker. Klopt deze uitspraak? Leg je antwoord uit.

Slide 13 - Open vraag

 B2. Het Oog

Slide 14 - Tekstslide

Leerdoelen B2. Het Oog
- Je kunt de bouw en werking van de delen van het oog beschrijven.

Slide 15 - Tekstslide

B3. Het Zenuwstelsel

Slide 16 - Tekstslide

Leerdoelen B3. Het Zenuwstelsel
- Je kunt de bouw en functies van het zenuwstelsel beschrijven.
- Je kunt de bouw en functie van zenuwcellen en van zenuwen beschrijven.
- Je kunt een reflex beschrijven.

Slide 17 - Tekstslide

B4. Regeling

Slide 18 - Tekstslide

Leerdoelen B4. Regeling
- Het belang verklaren van homeostase in het lichaam;
- De regelkring van zowel je lichaamstemperatuur als je bloedsuikerspiegel tekenen/uitleggen;
- Negatieve terugkoppeling herkennen in een onbekende situatie;
- De werking van hormonen in het algemeen uitleggen.

Slide 19 - Tekstslide

B5. De hersenen 

Slide 20 - Tekstslide

Leerdoelen B5. De hersenen
- Je kunt de delen van de hersenen noemen met hun functies en kenmerken.

Slide 21 - Tekstslide