Oefentoets

oefen toets
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
Dienstverlening en ProductenMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

oefen toets

Slide 1 - Tekstslide

Een provider en een hosting server zijn zijn hetzelfde
A
waar
B
niet waar

Slide 2 - Quizvraag

waarom is een goede naam voor een website belangrijk?
A
voor google
B
voor de vindbaarheid

Slide 3 - Quizvraag

Je betaald voor het online hebben van je website
A
waar
B
niet waar

Slide 4 - Quizvraag

Vind het juiste doel bij deze websites
nu.nl
google.com
bol.com
trivago.nl
youtube.com
facebook.nl
linkedin.com
nieuws leveren
openbare zoekmachine
online webwinkel
hotelkamers aanbieden
mogelijkheid tot streamen
sociaal netwerk creëren
zakelijk netwerk creëren

Slide 5 - Sleepvraag

.nl of .com zijn domeinextensies
A
waar
B
niet waar

Slide 6 - Quizvraag

Wie zorgt ervoor dat de website bereikbaar is?
A
De webdesigner
B
De webhost
C
De opdrachtgever

Slide 7 - Quizvraag

wat is 9292.nl voor website?
A
Informatieve website
B
Wervende website
C
Commerciële website
D
Animatie website

Slide 8 - Quizvraag

Wat is het internet?
A
Het World Wide Web
B
Computer die met elkaar verbonden zijn
C
Google
D
Alle websites bij elkaar

Slide 9 - Quizvraag

Waar of niet waar? Met betaalde software kun je mooiere websites maken.
A
waar
B
nietwaar

Slide 10 - Quizvraag

Wat is geen ander woord voor poster?
A
Affiche
B
Aankondiging

Slide 11 - Quizvraag

Een poster op A3 formaat is te klein
A
waar
B
niet waar

Slide 12 - Quizvraag

Wat is de beste plek om een affiche op te hangen?
A
In de hal van de school
B
bij de nooduitgang
C
bij de conrector
D
op de wc's

Slide 13 - Quizvraag

Met layout of opmaak bedoelen we de opbouw van:
A
de tekst en plaatjes
B
de plaatjes en de kleuren
C
tekst, plaatjes en kleuren
D
tekst plaatjes, kleuren en blokjes

Slide 14 - Quizvraag

Welke is het affiche?
A
B

Slide 15 - Quizvraag

je wilt meer bezoekers aan de sportschool
Aan wie geef je een flyer?
A
aan de doelgroep
B
aan de bezoekers van de sportschool
C
aan de mensen in het winkelcentrum om de hoek
D
aan de mensen die met de trein vertrekken

Slide 16 - Quizvraag

je gaat posters en flyers printen. van welke print je het meest?
A
poster
B
flyer

Slide 17 - Quizvraag

Stelling:
Een folder gebruik je om veel mensen snel informatie te geven.
A
goed
B
fout

Slide 18 - Quizvraag

Wat is waar over marges
A
Er mag geen tekst in de marge staan.
B
marge en een vouwlijn zijn hetzelfde
C
Marges zijn altijd even groot.
D
Marges is het zelfde als afloopgebied en is 3 mm

Slide 19 - Quizvraag

Wat is duurder om te maken:
een folder of een flyer
A
folder
B
flyer

Slide 20 - Quizvraag

mag de afbeelding op de poster hetzelfde zijn als op de flyer?
A
ja
B
nee

Slide 21 - Quizvraag

Welk beeldkader is dit?
A
extra long shot
B
close up
C
mediumshot
D
long shot

Slide 22 - Quizvraag

Welk beeldkader is dit?
A
medium
B
close up
C
extreem close up
D
portret

Slide 23 - Quizvraag

veel scherptediepte is:
A
Alleen een gedeelte is scherp
B
Alles is scherp

Slide 24 - Quizvraag

Wat is een scipt?
A
Het verhaal van een film
B
Het verhaal van de film en de dialogen
C
Het verhaal, storyboard en het draaiboek
D
Het verhaal van de film en de scenes

Slide 25 - Quizvraag

Wat is een storyboard?
A
Soort stripverhaal
B
Soort stripverhaal met informatie over het filmen.
C
Combinatie van filmverhaal, scenes en informatie

Slide 26 - Quizvraag

Waar of onwaar: Montage
A
Hiermee bepaal je de volgorde van de shots.
B
Hiermee kun je de belichting verbeteren
C
Zo kun je een film korter of langer maken.
D
Montage zorgt voor continuïteit in de film

Slide 27 - Quizvraag

Welkelichtbron ontbreek?
Hoofdlicht, spotlight, achtergrond licht, .......

Slide 28 - Open vraag