hoofdstuk 8 havo 3

Hoofdstuk 8
Allerlei verbanden
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 8
Allerlei verbanden

Slide 1 - Tekstslide

8.1 exponentiële groei
leerdoel: je kunt bij exponentiële groei de formule opstellen en deze gebruiken

Slide 2 - Tekstslide

N = b · g^t
N= nieuwe hoeveelheid 
B= begingetal
G= groeifactor
t= tijdseenheid

Slide 3 - Tekstslide

groeifactor uit een tabel

Slide 4 - Tekstslide

Wat is hier de groeifactor?
A
1,10
B
1,15
C
1,20
D
1,25

Slide 5 - Quizvraag

8.2 procenten en groeifactoren
Leerdoel: Je kunt bij procentuele verandering per tijdseenheid de formule voor exponentiele groei opstellen

Slide 6 - Tekstslide

groeifactor met procenten
groeifactor = 1 + (rentepercentage ÷ 100)

Slide 7 - Tekstslide

Kees zet 500 euro op een spaarrekening.
Hij krijgt 2,4 procent rente per jaar.
Welke groeifactor hoort hierbij?
A
2,4
B
1,24
C
1,024
D
12

Slide 8 - Quizvraag

8.3 Tabellen en groei
leerdoelen: 
- Je kunt aantonen dat bij een tabel sprake is van  exponentiële groei en de bijhorende formule opstellen.
- Je kunt bepalen of bij een tabel sprake is van lineaire of exponentiële groei, en de bijhorende formule opstellen.

Slide 9 - Tekstslide

Lineaire groei
a = hoeveelheid in periode 2 - 
hoeveelheid in periode 1
b = het getal wat je zou 
overhouden bij t = 0.

Slide 10 - Tekstslide

exponentiële groei
b = het getal wat je zou
 overhouden bij t = 0.

Slide 11 - Tekstslide

Bij welke tabel hoort lineaire groei?
En stel hier de bijhorende formule voor op.

Slide 12 - Open vraag

8.4 Periodieke verbanden
leerdoel: Je kunt de periode, de evenwichtsstand en de amplitude van een periodiek verband bepalen.

Slide 13 - Tekstslide

periode, evenwichtsstand en amplitude




De periode is de kortste tijd totdat de 
grafiek (het verschijnsel) zich 
weer begint te herhalen.

Slide 14 - Tekstslide

Wat is de amplitude ?


A
2
B
2,5
C
4
D
5

Slide 15 - Quizvraag

8.5 machtsverbanden
Leerdoelen:
- Je kunt vergelijkingen van de vorm x^2=c en x^3=c
- Je kunt werken met machtsformules van de vorm y=ax^2 en y=ax^3

Slide 16 - Tekstslide

1) 5x^3-74=100

2) 0,3x^2-38=138

Slide 17 - Tekstslide

parabolen schetsen ax^2
a= positief maakt een dalparabool

a= negatief maakt een bergparabool 

Slide 18 - Tekstslide

Wat is de uitkomst van 6x^2-20=500?
A
4,43
B
9,31
C
86,67
D
8,94

Slide 19 - Quizvraag

8.6 omgekeerd evenredig verbanden
Leerdoel: Je kunt de formule van een omgekeerd evenredig verband opstellen.

Slide 20 - Tekstslide

hyperbool
Wanneer een verband omgekeerd 
evenredig is, is a altijd een vast getal.

Wanneer x 2 keer zo klein is, is y 2 keer zo groot.

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide