1.1b De Nederlandse landbouw

laptop
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

laptop

Slide 1 - Tekstslide

Terugblik op de vorige les
  •  Wat zijn de drie belangrijkste landbouwproducten die Nederland exporteert naar het buitenland?
  • Waarom halen wij veel voer van dieren uit het buitenland?

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Wat gaan we vandaag leren?
Nederland is in het buitenland bekend van tulpen en kaas. We staan dus bekend als een land van boeren. En dat klopte, want Nederland heeft na de Verenigde Staten zelfs de grootste export van landbouwproducten in de wereld. En dat voor zo'n klein land! Hoe ziet de landbouw in Nederland eruit?

Leerdoel: Hoe ziet de landbouw in Nederland eruit?

Slide 4 - Tekstslide

Steeds minder boeren

  • In Nederland zijn veel grote boerderijen  met één product.
• Vroeger veel zwaar handwerk op boerderijen.
Daarna mechanisatie van de landbouw. gevolgen:
- schaalvergroting
 - minder mensen nodig
Specialisatie: boeren kiezen voor één product door dure machines.
 VB: alleen varkens, alleen aardappels

Slide 5 - Tekstslide

Steeds minder boeren
Machines kunnen niet al het werk doen: 
  • oogsten
  • seizoensarbeid: Werk dat gebonden is aan een seizoen
Dit werk wordt gedaan door: 
  • scholieren
  • mensen uit andere EU-landen

Slide 6 - Tekstslide

Voordelen landbouw
Schaalvergroting en specialisatie  >  meer productie > met minder mensen > goedkoper voedsel

Slide 7 - Tekstslide

Nadelen landbouw
Koeien stoten methaan uit > opwarming aarde
• Veel veeteelt  > veel mest >  meer mineralen >  schadelijk voor het milieu  > schadelijk voor mensen
• Afname biodiversiteit door te veel mineralen.
• Veel boeren hebben lage inkomens > lage prijzen > hoge schulden
• Milieuvriendelijkere producten zijn duurder >lagere opbrengsten per hectare




Biodiversiteit
De variatie aan soorten planten en dieren in een gebied.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Begrippen
Biodiversiteit:        De variatie aan soorten planten en dieren in een gebied.
Mechanisatie:         Als het werk in de industrie voor een deel is overgenomen door machines.
Schaalvergroting:   Het steeds groter worden van bedrijven en machines zodat de productiekosten per 
                                eenheid product steeds lager worden.
Seizoensarbeid:      Werk dat gebonden is aan een seizoen, bijvoorbeeld in de landbouw of het 
                                toerisme.
Specialisatie:          Zich steeds meer gaan richten op één product of één stap in het productieproces.
Veeteelt:                  Vorm van landbouw waarbij dieren worden gehouden voor bijvoorbeeld vlees, 
                                melk of wol.

Slide 10 - Tekstslide

Succescriteria
Wat moet je kennen en kunnen?
  • Je kent de belangrijkste exportproducten van de Nederlandse landbouw.
  • Je kunt vertellen in welk deel van Nederland elke vorm van landbouw het meest voorkomt.
  • Je kunt uitleggen wat mechanisatie, schaalvergroting en specialisatie in de landbouw met elkaar te maken hebben.
  • Je kunt uitleggen wat de voordelen en de nadelen zijn van de manier waarop in de Nederlandse landbouw wordt gewerkt.

Slide 11 - Tekstslide

Hoe heet de overgang van gemengde landbouw naar één soort landbouw?
A
intensivering
B
irrigatie
C
mechanisatie
D
specialisatie

Slide 12 - Quizvraag

Hoe noemen we het dat boeren steeds grotere stukken land gingen bewerken?
A
Mechanisatie
B
Schaalvergroting
C
Specialisatie
D
Biodiversiteit

Slide 13 - Quizvraag

'Een Nederlandse boer kan vergeleken met 1950, veel meer stukken grond bewerken'

Welk begrip hoort bij dit stukje tekst?
A
Seizoensarbeid
B
Biodiversiteit
C
Schaalvergroting
D
Mechanisatie

Slide 14 - Quizvraag

Kies het juiste begrip.
Arbeidsmigrant die een korte tijd in een ander gebied werkt en woont
A
E-migrant
B
Immigrant
C
Seizoensarbeider
D
Migrant

Slide 15 - Quizvraag

Aan de slag:
Wat?
§1.1 Opdrachten:  4 t/m 6
Hoe?
Eerste 10 minuten zelfstandig en in stilte.
Hierna mag je samenwerken en overleggen
Waar?
Learnbeat (via magister -> leermiddelen) 
Hulp?
- Theorie (                = bovenin links)
- Atlas 
- Docent 
Klaar?
Nakijken en daarna begrippen paragraaf 1.1 leren.
Niet af?
Huiswerk voor volgende les
Oefenen met de leerstof
timer
10:00

Slide 16 - Tekstslide

Landbouw
Industrie
Dienst-
verlening

Slide 17 - Sleepvraag

Diensten

Industrie
Landbouw
Kippenhouder
Kok
Fabriekswerker
Politieagent
Krantenjongen
Bloemenkweker

Slide 18 - Sleepvraag

Landbouw sector
Industrie sector
Diensten sector

Slide 19 - Sleepvraag

Wat is specialisatie?
A
Een boer mechaniseert zijn bedrijf en laat alles werken door middel van robots.
B
Bedrijven ontwikkelen zich tot grote multinationals, waarbij meerdere producten worden geproduceerd.
C
Bedrijven richten zich meer op de uitstoot van chemische stoffen en gaan milieuvriendelijker werken.
D
Het verbouwen van één product binnen het bedrijf of het houden van één soort veeteelt.

Slide 20 - Quizvraag

Wat zijn seizoensarbeiders?
A
Nederlandse jongeren die geld verdienen in de zomer als bijbaantje.
B
Oude mensen die met pensioen zijn, en als hobby de boeren helpen in de zomer.
C
Boeren die voornamelijk druk zijn in de zomer en de lente. Het land is in de winter en herfst niet bewerkbaar.
D
Mensen uit andere Europese landen die hier komen werken rond het hoogseizoen.

Slide 21 - Quizvraag

Tegenwoordig is de Biodiversiteit in Nederland
A
Groter
B
Kleiner

Slide 22 - Quizvraag

Wat is biodiversiteit
A
Alle verschillende vormen van leven op aarde
B
Alle dieren op aarde
C
Mensen die biologie studeren

Slide 23 - Quizvraag

Wat doet de eetgewoonte van de mens met de biodiversiteit op aarde?
A
De biodiversiteit neemt toe
B
De biodiversiteit neemt af
C
De biodiversiteit veranderd niet

Slide 24 - Quizvraag

Waar vinden we de meeste biodiversiteit in Nederland?
A
Het centrum van Amsterdam.
B
De Veluwe.
C
Langs de rivier de Rijn
D
Op Texel

Slide 25 - Quizvraag