Klas 2 - Module 8

MODULE 8

Vragen over het filmpje:
  • Waarom ontstaan er tijdens de Gouden Eeuw nieuwe ideeën?
  • Welke 'nieuwe' dingen worden onderzocht?
  • Waar doe je onderzoek naar als je 'anatomie' bestudeerd?



1 / 53
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 53 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

MODULE 8

Vragen over het filmpje:
  • Waarom ontstaan er tijdens de Gouden Eeuw nieuwe ideeën?
  • Welke 'nieuwe' dingen worden onderzocht?
  • Waar doe je onderzoek naar als je 'anatomie' bestudeerd?



Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk tijdvak is module 8?
De tijd van pruiken en revoluties.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tijd van pruiken en revoluties


Slide 3 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Van welk jaar tot welk jaar duurde de tijd van pruiken en revoluties?

Slide 4 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is eigenlijk een 'revolutie'?

Vragen over het filmpje:
  • Waarom ontstaan er tijdens de Gouden Eeuw nieuwe ideeën?
  • Welke 'nieuwe' dingen worden onderzocht?
  • Waar doe je onderzoek naar als je 'anatomie' bestudeerd?



Een grote verandering in een korte tijd. 
Wie kan een voorbeeld van een revolutie noemen?

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel deze les
  1. Je kunt in je eigen woorden uitleggen wat een revolutie is. 
  2. Je kunt vier soorten revoluties noemen. 
  3. Je kunt uitleggen wat voor een soort revolutie de Franse Revolutie is. 
  4. Je kunt uitleggen wat een oorzaak en een gevolg is. 
  5. Je kunt een oorzaak en een gevolg van de Franse Revolutie noemen. 


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten revoluties

  • Ga naar blz. 102.
  • Lees de pagina door.
  • Onderstreep de 4 soorten revoluties én waar deze revoluties over gaan. 
  1. Politiek-bestuurlijke revolutie
  2. Sociale revolutie revolutie
  3. Economische revolutie
  4. Cultureel-mentale revolutie

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Franse revolutie

  • Ga naar blz. 102.
  • Lees de pagina door.

Wat voor soort revolutie is de Franse revolutie?
  1. Politiek-bestuurlijke revolutie
  2. Sociale revolutie revolutie
  3. Economische revolutie
  4. Cultureel-mentale revolutie

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn oorzaken en gevolgen van de Franse Revolutie?
GEVOLGEN
OORZAKEN
honger
onrecht
inspraak
macht
grondwet
gelijkheid
ideeën

Slide 9 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel deze les
  1. Je kunt een oorzaak en een gevolg van de Franse Revolutie noemen.
  2. Je kunt in je eigen woorden uitleggen wat absolutisme is. 
  3. Je uitleggen wat Versailles is. 
  4. Je kunt uitleggen wat een stand is. 
  5. Je kunt de drie standen in Frankrijk noemen. 
  6. Je kunt uitleggen wat een privilege is.  noemen.



Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Franse revolutie

Wat voor soort revolutie is de Franse revolutie?

Welke OORZAKEN voor de Franse Revolutie hoorde je in het filmpje?

Welke GEVOLGEN voor de Franse Revolutie hoorde je in het filmpje?
  1. Politiek-bestuurlijke revolutie
  2. Sociale revolutie
  3. Economische revolutie
  4. Cultureel-mentale revolutie

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

https://schooltv.nl/video/popup/high-speed-history-wat-is-de-franse-revolutie/

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor soort revolutie is
de Franse revolutie?
Politiek-bestuurlijke revolutie
Sociale revolutie
Economische revolutie
Economische revolutie

Slide 13 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Welke OORZAKEN voor de Franse Revolutie hoorde je in het filmpje?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke GEVOLGEN voor de Franse Revolutie hoorde je in het filmpje?

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

0

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies


  • Lodewijk XIV (1638-1715) was één van de machtigste koningen van Frankrijk.
  • Hij werd koning toen hij 5 jaar was. Tot zijn 23e werd Frankrijk daarom bestuurd door eerste minister Mazarin.

  • Hij zorgde ervoor dat iedereen naar Lodewijk zou luisteren en dat hij de absolute macht had.


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

L'État, c'est Moi
  • In Frankrijk had de koning onbeperkte macht. Dit noem je absolutisme
  • De koning mag alles beslissen, hoef met iemand te overleggen en hoeft niks te verklaren. 
  • De koning heeft de macht van God gekregen. Zo hoeft dus ook niemand aan de koning te twijfelen...



Lodewijk XIV was een Franse koning met asolute macht.

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel deze les
  1. Je kunt in je eigen woorden een oorzaak van de Franse Revolutie noemen. 
  2. Je kunt in je eigen woorden uitleggen waarom de derde stand ontevreden is. 
  3. Je kunt in eigen woorden uitleggen wat de Staten-Generaal is. 

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Vorige lessen
  • Je kunt je inleven in het leven van iemand uit 1789. 
  • Je kunt in eigen woorden uitleggen wat droit divin betekend. 
  • Je kunt in eigen woorden uitleggen wat volkssoevereiniteit betekend. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DOEN
  • Pak je geschiedenisboek blz. 105
  • Schrijf op:

Volkssoevereiniteit:
Het idee dat het volk de macht hoort te hebben.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DOEN
  • Pak je geschiedenisboek blz. 108
  • Schrijf op:

Droit divin:
Het idee dat de vorst zijn macht rechtstreeks van God gekregen heeft. De vorst is alleen aan God verantwoording schuldig.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel deze les
  1. Je kunt in je eigen woorden uitleggen waarom Lodewijk de 16e de Staten-Generaal bijeenriep. 
  2. Je kunt uitleggen waarom de derde stand bij de vergadering weg liep.
  3. Je kunt drie zaken noemen die in de Verklaring van de rechten van de mens en burger stonden. 
  4. Je kunt noemen welke gebeurtenis de start van de Franse Revolutie is. 

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Juni 1791
Les 2 'Vriend of vijand'

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Eed op de kaatsbaan
Bestorming van de Bastille
14 juli 1789
FRANSE REVOLUTIE

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verklaring van de rechten 
van mens en burger

  • Mensen zijn vrij en gelijk geboren. 
  • De macht van de regering moet gebaseerd zijn op toestemming van het volk. 
  • Het volk mag zich bij onderdrukking verdedigen. 
  • Vrijheid van meningsuiting is een belangrijk recht.
  • Iedereen moet belasting betalen. 
1789

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel deze les
  1. Je kunt uitleggen wat de Girondijnen wilden bereiken. 
  2. Je kunt uitleggen wat de Jacobijnen wilden bereiken. 
  3. Je kunt drie zaken noemen die in de grondwet van 1791 stonden. 
  4. Je kunt uitleggen wat de Terreur is.  

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

DOEN
  • Pak je geschiedenisboek blz. 113 
  • Arceren:

Girondijnen
Jacobijnen

(rechterkolom, 2e alinea)

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gematigden/Girondijnen
Ze wilden langzame veranderingen, niet te veel macht voor de armen en werden gesteund door de rijke burgers. 
Radicalen/Jacobijnen
Ze zijn tegen de koning en willen meer macht voor het gewone volk. Zij willen hun ideën snel invoeren. 

Slide 40 - Tekstslide

Fanatiekelingen te verdelen in twee groepen. Welk verschil zie je in hun aanpak in de twee plaatjes?

Beide groepen hebben hetzelfde einddoel: veranderingen zo snel mogelijk doorvoeren. Machthebbers dwingen om de macht bij de derde stand te leggen en daarmee een beter leven voor hen te creëren. Maar de manier waarop daar verschilden zij in. 

Girondijnen zijn gematigder. Willen overleggen en met regels (die verder gaan) dingen veranderen. Jacobijnen gaan verder en zijn radicaler. Tijd van praten is over. Stand 1 en 2 moeten weg. 
Grondwet 1791
  • Geen absolute macht meer voor de koning.
  • Nationale Vergadering maakt wetten, koning voert de wetten uit.
  • Stemrecht voor rijke burgers. 

Gemaakt onder leiding van de gematigden/girondijnen.

Veel Fransen waren ontevreden over het nieuwe bestuur:
  • Oorlogen verliepen slecht
  • Armen hadden geen beter bestaan
  • Gebrek aan politieke invloed

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Machtwissel
De radicalen/jacobijnen komen aan de macht.
De Nationale Vergadering wordt de Nationale Conventie.  

De monarchie wordt afgeschaft. 
Frankrijk wordt een Republiek.

21 januari 1793 ....


Maximilien de Robespierre

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 43 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Terreur
1792 - 1794 
ruim 40.000 executies

Slide 44 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel deze les
  1. Je kunt belangrijke symbolen in een afbeelding herkennen.
  2. Je kunt symbolen uit een afbeelding koppelen aan de leerstof.
  3. Je kunt elementen uit een geschreven bron koppelen aan de leerstof. 
  4. Je kunt de ABC-methode gebruiken om antwoord te geven.  

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ABC
A = Antwoord

B = Bron

C = Conclusie
(Herhaal de vraag en geef jouw antwoord.) 
(Verwijs naar een onderdeel van de bron, zoals een symbool, een persoon of een stukje tekst.) 
(Leg uit wat het verband is tussen het onderdeel van de bron en jouw antwoord.) 

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vertaald: Het ontwaken van de derde stand.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Over welke gebeurtenis in de 18e eeuw gaat deze afbeelding? 
Leg uit aan de hand van de bron. 
(Herhaal de vraag en geef jouw antwoord.) A = Antwoord
A = Antwoord
(Herhaal de vraag en geef jouw antwoord.) 

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Over welke gebeurtenis in de 18e eeuw gaat deze afbeelding? Leg uit aan de hand van de bron.
A = Antwoord
(Herhaal de vraag en geef jouw antwoord.) 

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Over welke gebeurtenis in de 18e eeuw gaat deze afbeelding? 
Leg uit aan de hand van de bron. 
(Herhaal de vraag en geef jouw antwoord.) A = Antwoord
B = Bron
(Verwijs naar een onderdeel van de bron, zoals een symbool, een persoon of een stukje tekst.) 

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Over welke gebeurtenis in de 18e eeuw gaat deze afbeelding? Leg uit aan de hand van de bron.
B = Bron
(Verwijs naar een onderdeel van de bron, zoals een symbool, een persoon of een stukje tekst.) 

Slide 51 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Over welke gebeurtenis in de 18e eeuw gaat deze afbeelding? 
Leg uit aan de hand van de bron. 
(Herhaal de vraag en geef jouw antwoord.) A = Antwoord
C = Conclusie
(Leg uit wat het verband is tussen het onderdeel van de bron en jouw antwoord.) 

Slide 52 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Over welke gebeurtenis in de 18e eeuw gaat deze afbeelding? Leg uit aan de hand van de bron.
C = Conclusie
(Leg uit wat het verband is tussen het onderdeel van de bron en jouw antwoord.) 

Slide 53 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies