26 feb 2025 2A

26th of February 2025
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeBeroepsopleiding

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

26th of February 2025

Slide 1 - Tekstslide

Rules of the school
1. We respect each other. (No swearing or bullying)
2. We keep our school safe and clean.
3. We help each other.
4. We are actively learning during class
5. We speak Dutch. During English class we speak as much English as possible.

Slide 2 - Tekstslide

What will we be doing today? 

1. We will repeat the verb to be
2. You will do exercises in the book about questions or short answers. 
3. You can do exercises in your book.

Slide 3 - Tekstslide

Herfst in English is...?

Slide 4 - Tekstslide

To be
I am 
You are
He/She/It is
We are
You are
They are

Slide 5 - Tekstslide

Sentences/questions?
What is a question?
How do you recognize a question?
(Hoe herken je een vraag?)

Slide 6 - Tekstslide

Question mark (?)or full stop (.)
Question mark = vraagteken

Full stop = punt

Slide 7 - Tekstslide

Questions and short sentences
I am happy.
Am I happy?

He is angry.
Is he angry?

She is nice.  Is she nice? 

Slide 8 - Tekstslide

Go to page 18
Make exercises 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7

Slide 9 - Tekstslide

Hoe heet een vraagteken in het Engels?

A. Question
B. Full stop
C. Short sentence
D. Question mark

Slide 10 - Tekstslide

Herfst in English is fall or autumn

Slide 11 - Tekstslide

How about the other seasons?
Winter in English is ...
Lente in English is ...
Zomer in English is...

Slide 12 - Tekstslide

Last lesson learnt?

Slide 13 - Tekstslide

Check
1. How do you pronounce the following words?
jealousy
honesty
seriously
vanity
prosperity
eternity

Slide 14 - Tekstslide

Check
1. is the difference between than (with an 'a') and then (with an 'e')?
He is bigger than she is.
First we will go to the zoo, then to the restaurant.

2. Fill in the dots. 
I am small.... than you are. You are smart.... than he is.

Slide 15 - Tekstslide

Woorden leren = learning vocabulary
1. Leren uitspreken;
2. Leren wat ze betekenen;
3. Leren hoe je ze schrijft.

Slide 16 - Tekstslide

Exercises 
Do exercise 2 on page 35
Exercise 3 on page 36, 
Exercise 4 on page 37.
If you like you can make the  exercise on page 39.

Slide 17 - Tekstslide

Practise for a test
Present yourself in writing.
Use what you have learnt until now.
You can look in your textbook and/or ask me or the students.
When you are ready, you give your textbook to me to correct it.
After the holidays you will get a writing test.
Then you can work in your textbook

Slide 18 - Tekstslide

Exercise for the test 
You will present yourself in writing in English
1. Hoe je heet
2.Hoe oud je bent
3. Waar je woont
4. Wat je hobby's zijn/ wat je in je vrije tijd leuk vindt om te doen.
5. Wie je vrienden zijn.
6. Iets over je familie (je mag zelf kiezen wat).
7. Hoe je eruit ziet.
8. Hoe je je voelt.
9. Wat je zou willen worden.


Slide 19 - Tekstslide

Example
My name is Mrs. Laurant.
I am 57 years old.
I live in Amsterdam.

Slide 20 - Tekstslide

Reading is fundamental

Slide 21 - Tekstslide

Arthur the rat
Lees mee met de tekst. 
Luister naar de woorden.
Onderstreep woorden die je nog niet kent.

Slide 22 - Tekstslide

Luisteroefeningen
Opdracht  3.1 en 3.2
Opdracht 4

Slide 23 - Tekstslide

Oefenen met family and friends
Maak opdracht 5, 6 en 7  op blz. 27 en 28 uit het boek.

Als je klaar bent, dan roep je me en dan kijk ik het na.
Als het goed is maak je op de laptop verder werken.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Lesdoelen

Slide 26 - Tekstslide

Lesdoelen

Slide 27 - Tekstslide