Nieuw Nederlands H1 meer dan lezen par 4 tekstverbanden en signaalwoorden

 Tekstverbanden en signaalwoorden
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo t, havoLeerjaar 2

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

 Tekstverbanden en signaalwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
Ik kan tekstverbanden herkennen aan de hand van signaalwoorden.

Slide 2 - Tekstslide

Tekstverbanden en signaalwoorden

In teksten hebben zinnen en alinea's met elkaar te maken. Ze houden verband met elkaar. Aan een signaalwoord zie je met welk verband je te maken hebt. Die woorden helpen je een tekst beter te begrijpen.

Slide 3 - Tekstslide

Soorten tekstverbanden

Slide 4 - Tekstslide

Tegenstelling
Een tegenstelling herken je aan signaalwoorden:

tegenover,                      maar, 
hoewel,                            echter, toch, 
aan de ene kant …       aan de andere kant, 
daarentegen

Slide 5 - Tekstslide

Chronologie
Signaalwoorden

vervolgens
nu
eerst
daarna,  

Eerst meld je je aan bij de site. Vervolgens maak je de opdrachten. Nadat je je werk hebt nagekeken, kun je gaan leren.

Slide 6 - Tekstslide

Opsomming
Een opsomming somt zaken op. Je herkent dit verband aan de volgende signaalwoorden: 
ten eerste,                                ten tweede, 
om te beginnen,                    ook (nog)
verder,                                        ten slotte,              en.

Je kunt een opsomming ook herkennen aan dubbele punt (;), liggende streepjes (-), getallen (1, 2, 3) of dots (*)




Slide 7 - Tekstslide

Toelichting (voorbeeld)
Een voorbeeld (toelichting) herken je aan signaalwoorden: 
bijvoorbeeld,                 zo, 
zoals,                                denk aan, 
neem nou,                     onder andere,                         ter illustratie. 

Bijvoorbeeld:
Je kunt afspraken voor een reis laten vastleggen in een reisovereenkomst. Denk aan het aantal excursies dat je per week wilt doen.

Slide 8 - Tekstslide

Een deel van Nederland vindt dat er strengere straffen (de doodstraf) moeten komen, maar ik vind van niet.
A
Tegenstellend
B
Chronologisch
C
Opsommend
D
Toelichtend

Slide 9 - Quizvraag

Ten eerste pak je een theedoek, ten tweede pak je een bord en ten derde maak je met de theedoek het bord schoon.
A
Tegenstellend
B
Chronologisch
C
Opsommend
D
Toelichtend

Slide 10 - Quizvraag

Eerst gingen ze naar het restaurant, daarna gingen ze naar de bioscoop.
A
Tegenstellend
B
Chronologisch
C
Opsommend
D
Toelichtend

Slide 11 - Quizvraag

Serveer met een snufje oregano. Op deze manier heb je pasta carbonara bereid!
A
Tegenstellend
B
Chronologisch
C
Opsommend
D
Toelichtend

Slide 12 - Quizvraag