MODULE 2 Afleiding en samenstelling

MODULE 2 

'Geelstafje en Kwaadvoetje'
afleiding en samenstelling
Verschrikkelijk fantastisch
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1,2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

MODULE 2 

'Geelstafje en Kwaadvoetje'
afleiding en samenstelling
Verschrikkelijk fantastisch

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het eind van deze les...

  • weet je wat samenstellingen en afleidingen zijn.

  • kun je herkennen en uitleggen wat het verschil is tussen een afleiding en een samenstelling.

  • kun je met gegeven grondwoorden samenstellingen en afleidingen maken.

  • kun je bij het schrijven van een tekst op de juiste manier samenstellingen en afleidingen schrijven.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Samenstelling
  • Alle delen (twee of meer) kunnen zelfstandig voorkomen.

  • Vaak twee zelfstandige naamwoorden.

  • Soms ook een combinatie van zelfstandig naamwoord met een bijvoeglijk naamwoord, telwoord, werkwoord of afkorting

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Afleiding
  • Woord waarvan niet alle delen zelfstandig kunnen voorkomen.

  • Verkleinwoorden, meervouden en werkwoordsvervoegingen zijn voorbeelden van afleidingen.

  • Een grondwoord vormt de basis en daaraan zijn voor- en/of achtervoegsels toegevoegd.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verbind de grondwoorden met het passende voor- of achtervoegsel
a
her
vol
on
aller
liefde
kennen
beste
eerlijk
sociaal

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorvoegsels
  • Er bestaan veel woorden met be-, ge-, her-, on(t)-, ver-, wan-, en aarts- ervoor.

  • Deze korte stukjes zijn voorvoegsels, je schrijft ze altijd op dezelfde manier. 

Slide 6 - Tekstslide

Voorvoegsels zet je altijd voor een woord, zoals het woord  zelf al aangeeft: voorvoegsel. Het gaat dus om het eerste deel van een woord.



Voorbeelden 
  • gezang
  • beantwoorden
  • herzien
  • ontcijferen
  • vergeven
  • wangedrag
  • aartsrivaal 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Achtervoegsels
  • Er zijn veel woorden met -heid, -lijk, -ing, -ig, -er, -erd, -aar, -aard, -baar, -rik of -isch erachter. 

  • Deze korte stukjes zijn achtervoegsels.

  • Je schrijft ze altijd op dezelfde manier. 

Slide 8 - Tekstslide

achtervoegsels zet je altijd achter een woord, zoals het woord zelf al aangeeft: achtervoegsels. Het gaat dus om het laatste deel van een woord.

Voorbeelden 
  • blijheid
  • duidelijk
  • afdeling
  • aardig
  • aansteker
  • eigenaar
  • aaibaar
  • fantastisch

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom?

  • Door voor- en achtervoegsel verandert de betekenis van een woord.

  • Kijk dus altijd goed in de zin wat er precies bedoeld wordt.

  • Het einde van de film is prachtig.
  • De docent kan eindeloos doorzeuren over mijn punt.


Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kort samengevat


Samenstellingen=

woord +woord

Afleidingen=

voorvoegsel+woord
woord+achtervoegsel


Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oefening

woorden maken


In de volgende dia's moet je zoveel mogelijk woorden opschrijven door een voor- of achtervoegsel toe te voegen.


Bijvoorbeeld: beleefd

- onbeleefd -  onbeleefdheid - beleefdheid  -

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

besmetten

Slide 13 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

vinden

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

einde

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

liefde

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

werken

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Samenstelling of afleiding?
modebranche
A
afleiding
B
samenstelling

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Samenstelling of afleiding?
moeiteloos
A
samenstelling
B
afleiding

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Samenstelling of afleiding?
geëvacueerd
A
afleiding
B
samenstelling

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SELECTEER de afleiding
A
vakantie
B
school
C
verliefdheid
D
pinguïn

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

'schematisch' is een afleiding van ...
A
schema
B
schemaatje
C
schema's
D
organiseren

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van een afleiding?
A
koffiezetapparaat
B
besluiteloos
C
doelbewust
D
koffiemelk

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord is geen afleiding?
A
kansloos
B
ondiep
C
eerlijkheid
D
onderweg

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van een afleiding?
A
rugtas
B
boerin
C
kaasboer
D
tafelpoot

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een samenstelling met het woord 'trein'

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak een afleiding met het woord 'vriend'

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het woord 'wapenstilstandonderhandelaar' is een samenstelling
A
juist
B
onjuist

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

timer
0:40
samenstelling
afleiding
onaardig
i-padzuster
vriendschap
vriendenkring
coronacrisis
anderhalvemetersamenleving
contactloos
afsluiting

Slide 29 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Geef nu vijf voorbeelden van samenstellingen

Slide 30 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Noem 2 dingen die je deze les geleerd hebt.

Slide 31 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies